donderdag 19 december 2013

Een man en zijn hobby's

Zomaar ineens heb ik een nieuwe obsessie. Al mijn gedachten worden er door beheerst, ik droom er `s nachts over en wil eigenlijk niets liever dan me er de hele dag mee bezig houden. Dit gebeurt me wel vaker. Een grote interesse voor een onderwerp. Nog net geen preoccupatie, maar het scheelt weinig. Ik vind mezelf plotseling terug terwijl ik filmpjes kijk van de beste spelers ter wereld en internetpagina's afstruin op zoek naar een betaalbare fighting stick. Het lijkt alsof er niets anders meer belangrijk is, alsof de wereld maar om één ding draait. Stiekem weet ik dat dit niet zo is,  dat het maar een gekte is, een tijdelijke gril, en dat ik er er over twee weken misschien alweer op uitgekeken ben. Zo gaat dat met mijn grillen. Sommige duren wat langer en blijven zich herhalen, maar altijd komt er een punt waarop ik er klaar mee ben. De gouden glans die ik al die tijd zag is plots verdwenen en ineens kan ik me niet meer voorstellen wat er nou zo ontzettend geweldig was aan ... Dan gaat het een tijdje in de kast en komt het er vanzelf wel weer een keer uit, na een paar maanden of een jaar. Maar nu kan ik me dat nog nauwelijks voorstellen, nu is het alsof dit voor altijd hetgeen blijft waar mijn aandacht naar uit blijft gaan.
Misschien generaliseer ik, maar ik denk dat er veel meer mannen zijn die zich kunnen herkennen in dit verhaal dan vrouwen. Op de een of andere manier is het typisch mannelijk om zo met hobby's om te gaan. Het lijkt wel te stroken met het idee dat vrouwen beter zijn in het uitvoeren van meerdere taken tegelijk, maar mannen zich beter op een ding kunnen concentreren. Als ze zich er dan op concentreren, doen ze dat ook goed en worden ze echt een met hun onderwerp.
Het beangstigt me soms dat het zo gaat. Zonder tegengas word ik constant geleefd door mijn onderwerp van aandacht, van hobby tot hobby altijd bezig met wat me op dat moment opslokt. Zo zou het leven niet moeten zijn, zo zonder enig wijder perspectief. Vandaar dat ik probeer iets meer afstand te nemen, het ding te zien voor wat het is. Er ontstaan daardoor verwondering voor de manier waarop mijn aandacht naar mijn obsessie toe gezogen wordt. Ik ga op in mijn gekte, maar ik kan mezelf er tegelijkertijd in op zien gaan. En gelukkig, heel gelukkig, kan ik er op die manier ook weer ietsje makkelijker uitstappen. Want tenslotte hebben we het hier gewoon over een game die me plotseling weer heeft gegrepen. Super Street Fighter 4, een game die wat mij betreft het schaakspel overbodig maakt, net zo complex maar dan honderd keer zo snel, met een diepe gelaagdheid die uniek is voor een fighter en een al even unieke moeilijkheidsgraad. Maar toch, het is gewoon een game.


woensdag 11 december 2013

Doelen

Er is eigenlijk geen moment geweest de afgelopen tien jaar dat ik mezelf geen doelen heb gesteld. Dat ik niet iets nastreefde of ergens beter in wilde worden. Het liefst ga ik minstens drie keer per week naar de sportschool, mediteer ik iedere dag, wil ik een mindfulnesstraining geven, wil ik schrijven (altijd meer dan ik nu doe), tussendoor bepaalde games spelen die ik móet spelen en heel veel boeken lezen over alles wat ik interessant vind. De afgelopen jaren wilde ik ook nog een superklusser zijn (uit noodzaak), een whiskykenner (terwijl ik nu geen druppel meer drink) en een geweldige hovenier. En dan heb ik het nog niet eens over mijn werk en alles wat ik daar nog in zou willen bereiken. Er is altijd iets dat moet en eigenlijk kan ik het me niet veroorloven een moment te verspillen. De zandloper loopt langzaam leeg. Wat als ik straks geen zand meer heb, maar nog wel doelen?

Er waren momenten dat al die doelen te zwaar op mijn schouders drukten. Ze verlamden me omdat ik ze continu voor ogen hield. Het was alsof ik alles half deed - één boek lezen over hersenwerking in plaats van allemaal, een verhaal schrijven in plaats van een roman of een hele week sportschool overslaan. De boodschap die ik mezelf zowel bewust als onbewust gaf: het is niet goed genoeg, je doet te weinig, zo bereik je je doelen nooit. Laten we zeggen dat ik een beetje een haat-liefde verhouding met mijn doelen kreeg. Ik wilde ze nog fanatieker nastreven, maar juist door ze altijd al na te streven en continu het gevoel te hebben daarin te falen, ging ik ze mijden. Ik vergat waarom dit eigenlijk mijn doelen waren en verzandde vaak in een doelloze invulling van mijn vrije tijd (games/internet...), die mijn stemming geen goed deed.

Nu kan ik me anders tot mijn doelen verhouden. Ze slokken me wat minder op dan ze voorheen deden. Ik kan er met iets meer afstand naar kijken en gemakkelijker het een en dan weer het ander nastreven zonder gefrustreerd te raken en het gevoel te hebben dat ik niet genoeg bereik. Je zou kunnen zeggen dat het Chinese spreekwoord 'De weg is het doel' eindelijk goed tot me doorgedrongen is. Het is prima om doelen na te streven, maar het zijn niet je doelen die je tot jezelf maken. Pas met de acceptatie dat je hier en nu oké bent, dat ik geen doelen hoef te hebben, kan ik ontspannen mijn doelen nastreven. Het is paradoxaal, maar sinds ik er zo in kan staan bereik ik veel meer dan voorheen. 

zondag 1 december 2013

De neiging om...

Wat is ervoor nodig om van mening te veranderen? Ik denk er vaak over na de laatste tijd, omdat ik van mening veranderd ben. Van 'Zwarte Piet moet wel kunnen', naar 'Zwarte Piet is discriminerend'. Grappig dat juist al die mensen die tegen een verandering zijn, me aan het denken gezet hebben. Het lijkt alsof ze zich in de discussie vastgebeten hebben en niet meer los kunnen laten tot ze gewonnen hebben. Qua argumenten daarentegen komen ze niet veel verder dan: 'het is traditie' en 'niemand ziet er een neger in'. Het voelt alsof ze in het nauw gedreven zijn en nu van zich afslaan met wat maar voorhanden is. Het lijkt op het vastgrijpen van een idee, het helemaal omarmen en al het andere uitsluiten, omdat het idee opgeven te moeilijk is. Dan moet je van mening veranderen en accepteren dat datgene waar jij in je jeugd van genoten hebt eigenlijk niet kan, dat je iets discriminerends als normaal beschouwd hebt. Zo ben je niet,  je discrimineert niet, dus dat wat je vindt kan geen discriminatie zijn. 

Alleen het idee al dat je niet discrimineert. In ieder van ons ligt de neiging tot discrimineren te wachten tot het tot bloei kan komen. We willen mensen uitsluiten, mensen beoordelen op hun uiterlijk en ze wegzetten in de 'outgroup.' Hoe beter je dat kunt, des te meer je jezelf bij de 'ingroup' kunt plaatsen. Dat is veilig, dan zit je goed. Evolutionair gezien staat 'ingroup' gelijk aan 'overleven.' Een paar geschiedenislessen zijn genoeg om te leren dat dit allemaal diep in onze natuur geworteld zit. Natuurlijk discrimineer je, je kunt bijna niet anders. De vraag is wat je met deze aangeboren neiging te discrimineren doet? Onderzoek je het, kijk je waar het vandaan komt en probeer je het te veranderen, of leg je alles buiten jezelf neer, moet de buitenwereld veranderen omdat je zelf liever star aan je eigen ideeën vasthoudt? Ik probeer in ieder geval het eerst doen, ondanks dat ik weet dat ik in gedachten vast nog wel eens iemand op zijn uiterlijk beoordelen zal en er misschien zelfs naar zal handelen.

Ik denk dat we op een punt in de geschiedenis zijn aanbeland waarop onze neiging tot discrimineren ons meer nadeel dan voordeel oplevert. Ooit had het een functie: het behoud van je eigen leven. Nu leidt het tot conflicten, oorlogen zelfs; zaken waar niemand beter van wordt. Op dit moment vind ik juist de mensen die niet naar zichzelf kunnen kijken gevaarlijk, de mensen voor wie het onmogelijk is van mening te veranderen en opgesloten zitten in hun eigen ideeën zonder enige ruimte voor andermans beleving. Ik voel zelfs de neiging ze weg te zetten, als een aparte groep te zien; stumpers die het licht nog niet gezien hebben en die eigenlijk geen podium verdienen om hun achterhaalde mening te verkondigen.

Oeps....



 

woensdag 27 november 2013

Afscheid

'Disconnecting hurts', las ik deze week in een artikel over mindfulness. Het deed me denken aan de laatste trainingsdag van mijn achtdaagse cursus. Aan het einde van de middag, toen iedereen zijn spullen pakte en klaar was om het geleerde in de praktijk te brengen, wilde ik het liefst geruisloos vertrekken, zonder dat iemand het zou merken. Dat heb ik niet gedaan, gelukkig. Ik heb handen geschud en mensen bedankt en vertrok met een goed gevoel. Desalniettemin is zo'n afscheid vervelend. Je zou het liever niet doen, alhoewel je redelijkerwijs weet dat de cursus nu eenmaal afgelopen is en dat iedereen straks weer opgezogen wordt door zijn of haar eigen leven. Acht dagen bij onbekenden in een ruimte zitten en het met elkaar over dingen hebben, het schept direct een band. Wellicht dat het vele mediteren - waarbij je je soms sterk verbonden kunt voelen met de mensen om je heen - hier nog aan bijgedragen heeft. In ieder geval realiseerde ik me tijdens het lezen van het artikel dat mijn behoefte geruisloos weg te gaan voortkwam uit de weerstand die ik voelde tegen het afscheid. Disconnecting hurts en die pijn probeerde ik onbewust te voorkomen. Waarschijnlijk zou ik er heel anders over gedacht hebben als ik tijdens de cursus niet geleerd had om nog aandachtiger bij mijn gedachten en gevoelens stil te staan. Waar ik vroeger mezelf verwijten had gemaakt vanwege mijn asociale behoefte stilletjes weg te sluipen, kan ik die gevoelens nu herïnterpreteren als het gevolg van acht dagen veiligheid, vertrouwdheid en verbondenheid. Daar wil je eigenlijk geen afscheid van nemen. Als dat wel moet doet dat gewoon een beetje pijn.

maandag 11 november 2013

Verlichting

Is er een point-of-no-return wanneer je het over verlichting hebt? In veel teksten wordt het voorgesteld alsof eenmaal verlicht, altijd verlicht is. Alsof er plotseling een knop omgezet wordt - waarschijnlijk op een moment wanneer je het het minst verwacht - en vanaf dat moment ben je van waarheid doordrongen. Je kunt niet anders meer dan verlicht zijn, je bent één met alle wezens om je heen, je eigen ego is volledig opgelost en als je geluk hebt kun je energieballen uit je handen schieten à la Street Fighter (hadoken!).

Ik vind deze omschrijving van verlicht zijn moeilijk voorstelbaar. Zijn er mensen die daadwerkelijk zo'n doorleefd inzicht hebben dat zij nooit meer getackeld worden - al is het maar heel even - door de grillen van hun ego of door een dagdroom over de toekomst of het verleden? Of is verlichting toch net iets anders, maar wat dan precies? 

Ik ben nog maar een beginneling op dit pad en kan er eigenlijk nauwelijks iets over zeggen, maar ik vind verlichting beter voorstelbaar als een staat van zijn waar je continu voor moet werken om hem te behouden. Een plek die je kent, waar je van houdt en waarvoor je je best moet doen om hem zo vaak mogelijk te bezoeken. Misschien is dat de beginners-valkuil waar ik nu inloop, te denken dat verlichting is iets dat je kunt bereiken door er hard voor te werken. Tenslotte is verlicht zijn ook niet-doelgericht zijn, in het hier en nu aanwezig zijn zonder prestatieplicht. Maar wanneer ik niet-doelgericht was had ik nooit een boek over boeddhisme opgepakt en was ik nooit iedere dag op een meditatiematje gaan zitten.

Wellicht dat de weg die naar verlichting leidt vol met dit soort kuilen zit. Kuilen waar je maanden of misschien wel jaren in vast kunt zitten. Misschien dat ik mijn hersens er maar niet teveel over moet breken en gewoon weer op mijn meditatiematje moet gaan zitten. Wie weet vergeet ik dan even dat ik zazen doe met een reden en is dat weer een voorlopig lichtpuntje op het pad der verlichting.

zaterdag 9 november 2013

Verwachten

Sinds ik met zen en meditatie bezig ben, probeer ik me regelmatig voor te stellen hoe ik nu om zou gaan met toekomstige tegenslagen. Zou het lukken om ook bij de meest vervelende gebeurtenissen mijn hoofd helder te houden en de dingen te accepteren zoals ze zijn? Wanneer ik bijvoorbeeld mijn baan kwijtraak, een auto-ongeluk krijg, ziek word of wanneer er iemand in mijn omgeving overlijdt? Ik dacht dat dat onderdeel was van de boeddhistische manier van in het leven staan: op alles voorbereid zijn.

Gisteravond schoot ineens door me heen dat ik mezelf een rad voor ogen draai met deze denkwijze. Altijd van het ergste uitgaan is niet hetzelfde als op alles voorbereid zijn. Het is op het ergste voorbereid zijn - of denken dat je dat bent. Beter zou het zijn om te zeggen: verwacht niets. De mooie dingen komen vanzelf en de minder mooie dingen ook. Wanneer ik nu al druk ben om me voor te bereiden op toekomstige rampspoed, in hoeverre ben ik dan nog in het hier en nu? Wellicht komt die zogenaamde rampspoed in een andere vorm dan ik verwacht. Misschien komt hij wel niet. Dan heb ik me voor niets druk gemaakt.

Ik had dit eigenlijk niet verwacht, maar niets verwachten blijkt veel moeilijker te zijn dan het ergste verwachten. Gewoon zijn in het hier en nu zonder dat je hoofd alweer bij volgende week, maand of volgend jaar is. Misschien dat het me ooit gaat lukken, maar voorlopig verwacht ik dat niet....

vrijdag 8 november 2013

Eenvoudig

Vandaag had ik een fiks conflict. Een waarbij ik moest dreigen de ander de ruimte uit te gooien als hij niet zelf weg zou gaan. Een conflict dat ik normaal gesproken nog uren in mijn lijf hoor nazingen. Het hoort bij mijn werk, maar leuk is het niet.
Dit keer merkte ik echter dat het gevoel dat ik tijdens en na zo'n situatie heb - een spanning in mijn buik en borst en opborrelende gedachten over wat ik nog meer had kunnen zeggen en waarom die ander zo ontzettend fout zat - dat dat gevoel nu anders was. Op het moment van het geschreeuw en vlak daarna voelde het zoals het altijd voelt, maar op de een of andere manier verbrokkelde het daarna snel en was het binnen een minuut of twintig nauwelijks meer waarneembaar. Het leek alsof die heftige emotie simpelweg wegspoelde uit mijn lijf. In plaats daarvan was er een rustige energie in mijn binnenste die iedere disbalans weer vrij snel corrigeerde. Die rustige energie was ik even vergeten - het liep al tegen het einde van de werkdag -, maar toen ik hem zijn werk voelde doen, wist ik waar hij vandaan kwam. Vanochtend had ik lang gemediteerd, gisterochtend en avond ook en de dag daarvoor ook. Zeker zo'n vijftig minuten per dag. En tijdens die meditaties was ik iedere keer wat dichter bij de kern gekomen, was ik wat meer gedachten en ideeën vergeten om ze te vervangen door de simpele werkelijkheid van mijn ademhaling. Vandaag heb ik die simpele werkelijkheid meegenomen naar het dagelijks leven, zonder dat ik me daarvan bewust was. Het gebeurde gewoon omdat ik twee keer per dag op een meditatiematje ga zitten en me concentreer. Dat is alles, zo eenvoudig kan het zijn.


zondag 3 november 2013

Uitgangspunt

Wat een prachtige zinnen over mystieke ervaringen las ik gisteren in 'Zen and the brain', van James H. Austin.

'...most people overvalue their extraordinairy experiences. The Zen master counters this tendency. He supports the student, but invests the experience with as few words as possible, and moves on. Following his example, the Zen aspirant learns to regard mystical experiences not as places of arrival but as points of departure.'

Prachtige zinnen omdat ze voor mij de kern raken. Je meditatie-ervaring meenemen naar het dagelijks leven en het daar zijn werk laten doen. Ieder moment met aandacht beleven. Terwijl ik het las, raakte ik overspoeld met gedachten en gevoelens die ver voorbij woorden gaan en iets leken te bevatten van de absolute waarheid van het nu. Opnieuw een uitgangspunt om verder mee te werken, een ervaring als vertrekpunt.

woensdag 23 oktober 2013

Creativiteit

Creativiteit en hoe dat werkt is al sinds lange tijd een interesse van me. Niet het soort creativiteit van het mooi inkleuren van een kleurplaat, maar juist de manier waarop je tot ideeën komt die buiten de lijntjes liggen. Jaren geleden bedacht ik dat creativiteit alleen kan bloeien als je mentaal in staat bent te gaan naar een plek zonder regels. Niets is raar en iedere impuls die bij je opkomt het onderzoeken waard. Sinds mijn recentere zen- en mindfulnessbeoefening zie ik steeds meer overeenkomsten tussen de voorwaarden voor creativiteit en het in-het-moment-zijn dat bij meditatie hoort. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat meditatie zeer behulpzaam kan zijn voor het tot bloei laten komen van je creativiteit.

Sinds een jaar of elf schrijf ik regelmatig proza en nu en dan poëzie. Een van de grootste blokkades die ik daarbij tegengekomen ben zijn de gedachtestromen die opkomen wanneer ik me voorstel hoe anderen mijn werk zullen ontvangen. Die gedachten gaan van megalomane voorstellingen over bestsellers en nobelprijzen tot het beeld van een toekomstige ik die zich na iedere afwijzing des te meer realiseert dat hij een illusie nagejaagd heeft. Deze gedachten helpen niet. Ik schrijf er niets méér door, eerder minder, en wat ik schrijf is meestal van erbarmelijke kwaliteit, of ik nu vanuit mijn grootheidswaanzin of vanuit mijn minderwaardigheidsgevoel schrijf. Het schrijven is te doelgericht, te veel voor iets in de toekomst, voor het beschermen van mijn ego en voor iets dat buiten de kaders van het verhaal ligt. Creativiteit moet zo min mogelijk een doel dienen. Wanneer er een doel is verschijnen er kaders, een engte die de blik vernauwt en de hartslag laat stijgen. Creativiteit moet juist ruimte hebben, het moet van alle kanten kunnen komen en alle kanten op kunnen. Tegelijkertijd heeft dat iets paradoxaals, want creativiteit is dan wel vereist om een verhaal te kunnen schrijven, maar doelgerichtheid is dat ook. Anders zou je alleen maar schrijven, woord na woord, zin na zin, zonder dat het ooit ergens uitkomt. Proza gedragen door de golven van je creativiteit, stromend maar nergens heen stromend.

In feite kent schrijven dezelfde paradox als het beoefenen van meditatie. Je doet het altijd ergens voor. Je weet hoe gezond meditatie is, wat de voordelen zijn, hoe goed het kan voelen om je twintig minuten op je ademhaling en je lichamelijke beleving te richten. Toch is het gevaarlijk om die verwachting te hebben, om te verwachten dat het je goed gaat doen. Het gaat om het moment, wat zich ook aandient in dat moment, en het gewaar zijn daarvan. Geluk laat zich niet afdwingen, evenals creativiteit. In die acceptatie kunnen de meest creatieve momenten liggen, daar waar je ze niet kunt zoeken.

donderdag 26 september 2013

Leren luisteren

Als je goed luistert, kun je altijd de muziek horen. Ik noem het een symfonie; het samenspel van alle signalen in je lichaam, je emoties en je gedachten. Zonder aandacht hoor je niets, of alleen flarden van de muziek. De baslijn van je hart als je boos bent en de hoge tonen van de vlinders in je buik als je verliefd bent. Maar de muziek speelt altijd. Wanneer je je aandacht traint, ga je steeds meer horen. Altijd dat gevoelspatroon van je lichaam, je gedachten die erdoorheen zingen en je emoties die het volume bepalen. 

Met het cultiveren van je aandacht bereik je een beter gehoor voor die muziek. Het mooie is dat het niet verveelt. Je kunt het blijven onderzoeken, want de symfonie is nooit precies hetzelfde. Vroeger dacht ik dat blij zijn gewoon blij zijn was. Je kon een beetje blij zijn, heel erg blij of iets daartussenin, een trapsgewijze verdeling die je emoties overzichtelijk hield. Nu is er niets meer in me dat 'blij zijn' heet. Wel dingen die klinken als blij, alhoewel ze nooit precies hetzelfde klinken. Het arrangement is altijd anders. Je weet nooit wie er deze keer gaat soleren. 

Het betekent niet dat de muziek altijd mooi is. Ook in donkere tijden is het er, alhoewel de neiging om dan vooral niet te luisteren groot is. Wie wil die dissonante tonen van zelfkritiek en dat aritmische geklop van een gestrest hart horen? Toch levert het iets op om dat wél te doen. Alhoewel de muziek altijd anders is, kun je de patronen gaan ontdekken. En omdat je niet meer krampachtig als dirigent op probeert te treden, gunt de muziek je na een tijdje juist wat meer controle. Het is alsof de muziek eerst helemaal gekend wil worden, voordat je het stokje krijgt. En om het te leren kennen moet je luisteren.

maandag 2 september 2013

Routes

Ik was weg dit weekend, wandelen in de bergen. Als het goed is was het voor ontspanning, maar op zaterdag merkte ik dat ik wat gestrest was. We begonnen aan een route van veertien kilometer, alhoewel het er ook zeventien konden zijn. Het routekaartje dat we bij de toeristeninformatie meegenomen hadden, was in het Nederlands anders dan in het Duits. De Duitsers mochten nog iets langer lopen, een lusje extra hier en verderop nog een paar kilometer extra. Dat tezamen met het feit dat routes met paaltjes altijd minstens één moment opleveren waarbij je samen op een kruising staat en er nergens een paaltje te bekennen is, maakte me blijkbaar licht nerveus. Het ergerde me dat ik nerveus was. We waren niet op vakantie om gestrest te worden van wandelroutes. We waren op vakantie om via wandelroutes te ontstressen.

Ik dacht erover na wat mijn angst precies inhield. Was ik bang om zeventien in plaats van veertien kilometer te lopen? Eigenlijk niet. Zeventien was iets teveel voor onze ongetrainde benen, maar het zou wel gaan. Het had meer te maken met het vertrouwen in de route. Als de Duitse versie al verschilde van de Nederlandse, wat zei dat dan over de betrouwbaarheid van de te volgen route? Zouden we nog wel bij de auto kunnen komen, of zouden we de nacht moeten doorbrengen tussen de bomen? En als we bij de auto kwamen, zou die ons dan nog wel naar het hotel kunnen brengen? Stel dat de tomtom het zou begeven... Zouden we van het hotel wel naar onze eigen veilige haven, thuis, kunnen komen. Er was een route, maar plotseling leek het alsof al die routes zo willekeurig, zo 'het-kan-stiekem-alle-kanten-op' waren.

Een route is maar een route, realiseerde ik me. Ze biedt iets van zekerheid, maar eigenlijk is het schijn. Zoals met alle te volgen paden kan het altijd alle kanten op. Wie weet wat er tijdens de wandeling nog op ons pad zou komen. Ik besloot dat het tijd was om even te stil te gaan staan, de route te vergeten en van het uitzicht te genieten. We zouden er wel komen, waar dat dan ook moge zijn.

Kundalini awakening

Ik had wat vreemde sensaties vorige week, tijdens en na mijn meditaties. Het begon ermee dat ik tijdens het mediteren een tintelend gevoel in onderarmen, handen en vingertoppen kreeg. Een gevoel dat zich daarna uitstrekte naar mijn voeten en langs mijn ruggengraat omhoog klom. De bron van het gevoel leek mijn buik te zijn. Er zat daar een energie die ik, al naar gelang ik me er beter op concentreerde, als vanzelf door mijn lijf kon laten stromen. Het was geen onprettig gevoel en omdat ik er zo veel controle over had, besloot ik het zo vaak mogelijk gedurende de dag op te roepen. Het was wonderbaarlijk om te merken dat het zo makkelijk bleef. Als ik er zin in had kon ik vrijwel direct een school kleine sidderaaltjes door mijn lijf laten zwemmen.

`s Avonds zocht ik op internet op of er mensen bekend waren met dit gevoel. Na wat zoeken stuitte ik op de term 'kundalini awakening' en daarmee op een hele tak van spirituele beoefening waar ik nog nooit van gehoord had. De kundalini is een energie die ieder van ons in zich heeft, opgerold onderaan de ruggengraat. Zo willen oude Indiase geschriften het althans, want de kundalini bestaat alleen in een energetische vorm, niet in een stoffelijke, en is niet wetenschappelijk bewezen. Iemand met een kundalini-awakening (of kundalini ontwaken), betreedt een spiritueel pad dat uiteindelijk tot verlichting zal leiden. Waarschuwingen worden gegeven voor diegenen die zonder de juiste begeleiding met de kundalini-energie aan de gang gaan. Het kan leiden tot allerlei medische klachten, zoals stevige hoofdpijn, opvliegers en zelfs psychoses. Volgens het verhaal van een van degene die haar spirituele ontwaken volledig doorstaan heeft, moest zij jarenlang hoofdpijn en emotionele labiliteit verduren om te komen waar ze nu is. De beloning - spirituele verlichting - was het echter waard.

In de loop van de week begon ik me wat vermoeid te voelen. Ik ontwikkelde een verkoudheidje en merkte dat mijn energienivo daalde. En in het weekend had ik een beetje hoofdpijn, wat ik echt maar zeer zelden heb. Ook begon het kundalini-gevoel steeds meer te voelen als een kracht die ik niet in de hand kon houden. Het leek alsof ik contact maakte met een grillige energie die zich niet zomaar zou laten temmen. Tegelijkertijd voelde het ook steeds minder prettig. Ik had het gevoel alsof het ervaren van de kundalini-energie me uitputte. Dat tezamen met de schrikbeelden die op internet geschetst werden deed me besluiten te stoppen. Ik was er sowieso al niet van overtuigd dat dit een pad was dat leidde naar spirituele verlichting. Daarvoor klonken de verhalen te tegenstrijdig, te zweverig, te weinig toetsbaar en teveel als verhalen die opgeschreven zijn door mensen die toch nog iets positiefs uit hun perioden van migraine of psychoses probeerden te putten. Dan maar een kundalini-awakening, dan is die jarenlange koppijn niet voor niets geweest...

Vanochtend mediteerde ik op mijn ademhaling en liet ik de sidderaaltjes achterwege. Het was een prettige meditatie waarin ik contact maakte met die kalme oceaan in mezelf die ik associeer met zen. Niet het nerveuze en springerige gevoel van vorige week. Ik voelde me meteen een stuk rustiger vanbinnen. Misschien dat mijn interpretatie van wat er met me gebeurd is niet overeenkomt met de werkelijkheid, maar evengoed ben ik blij dat ik de kundalini voor nu gelaten heb voor wat het is. Opgerold aan de basis van mijn ruggengraat, waar hij naar mijn idee hoort.

woensdag 21 augustus 2013

Heuvel

Er ligt een mysterieuze heuvel hier in de bossen waar ik regelmatig wandel. In een stil gedeelte, waar vooral oude bomen met hoge kronen staan, komt er ineens een bult grond omhoog. Het is duidelijk een heuvel die door mensen is gemaakt. Perfect rond - dat was hij ooit althans - en met de overblijfselen van een ruwe trap gemaakt van grote blokken natuursteen. Ik weet niet waarom de heuvel zo bijzonder is, maar iedere keer dat ik erop sta voel ik dat het klopt. Ik kijk uit over velden van varens, een groen tapijt onder de bomen, en als ik daar sta bekruipt me altijd het gevoel dat deze heuvel hier al heel lang ligt.
In het zand zie ik bandensporen van mountainbikers, maar toch is de heuvel waar die op staan een andere heuvel dan de mijne. Dat is de heuvel waarvan men misschien wel weet waar hij voor is, door wie hij gemaakt is en hoe lang hij hier al ligt. Bij mijn heuvel is dat onbekend. Het is een heuvel naast de tijd, misschien gemaakt voor rituelen waarmee de grenzen van wat werkelijk is over konden worden gestoken. Er heeft hier offerbloed gevloeid, of misschien ligt er diep vanbinnen nog wel iets of iemand in begraven. En om de een of andere reden weet ik zeker dat al die stenen monolieten die hier door het bos verspreid staan - inmiddels scheef en deels met mos begroeid - er iets mee te maken hebben. Ooit werden die gebruikt om een krachtveld mee op te roepen, met als brandpunt de heuvel, het centrum van de energie. Hier onder de varens en de lagen bladeren van duizend jaar liggen vast ook nog omgevallen standbeelden van reusachtige koningen of uitgestorven goden. Zelfs de grafheuvels die in dit bos liggen zijn niet zo oud dat zij nog doden herbergen die weten wat de namen van die goden waren. Als hier gegraven wordt komen we er wellicht achter dat de heuvel slechts het topje is en dat het grootste deel verscholen ligt diep onder de grond. Al met al sluimert er hier nog een mysterieuze kracht rond, een kracht die je kunt voelen als je bovenop de heuvel staat.

Het lijkt mij een hele goede zaak als ik er nooit achter komen ga waar deze heuvel nu echt voor heeft gediend. Dat zou de lol toch wel bederven...

maandag 19 augustus 2013

Bewustzijn

Soms lees je een zin of een stuk tekst dat je onmiddellijk aan het denken zet. Dat had ik vandaag toen ik las in 'Ik voel dus ik ben' van Antonio Damasio. Het boek behandelt de relatie tussen bewustzijn en (lichaams)gevoel. Aan het begin van hoofstuk vier verhaalt de schrijver over zijn studententijd, waarin hij erachter probeerde te komen hoe het komt dat wij over bewustzijn beschikken. Hij stelt deze vraag aan zijn docenten en krijgt steevast het antwoord: 'Dat hebben wij te danken aan de taal.' Een antwoord dat hem niet tevreden stelt, maar er lijkt op dat moment geen beter antwoord te zijn.

In eerste instantie lijk het een klassiek 'de kip en het ei-probleem'. Door taal kun je het over jezelf hebben, over jezelf nadenken en praten in termen van 'ik' en 'jij'. Je kunt zeggen 'stok', maar als iemand je niet precies begrijpt zul je iets als 'geef mij stok' moeten proberen. Dan ben je er, letterlijk en figuurlijk. Je hebt het over jezelf, je gebruikt jezelf in een zin en je zult het verschil moeten weten tussen jezelf en de ander. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn geweest dat bewustzijn zich in een ogenblik ontvouwen heeft de eerste keer dat iemand een klank uitstootte waarmee hij naar zichzelf verwees. Iets zo complex als bewustzijn kan geen plotsklaps inzicht zijn, maar iets dat diep in de mens verankerd is, iets dat al sluimerend aanwezig was en zich langzaam en parallel met ons taalgevoel ontwikkeld heeft, alsof de lamme en de blinde elkaar de ladder op geholpen hebben om bovenaan zowel bewustzijn als een goed ontwikkeld taalgevoel te vinden.

Het klinkt allemaal heel logisch, maar het is het niet. Ik ben pas op een derde van Damasio's boek, maar het lijkt er nu al sterk op dat mensen zonder taal wel bewustzijn hebben. Bewustzijn ligt dieper in de hersenen verscholen, in een laag die ouder dan de mens is. Het heeft veel meer met voelen dan met woorden te maken. Je voelt jezelf, je lijf en je emoties en ja, daar kun je woorden aan geven. Het is echter niet nodig om eerst voor jezelf te benoemen dat je blij bent, voordat je je daarvan bewust kunt zijn. Bewustzijn en daarmee voelen dat je bewust bent, is ouder dan taal en is fundamenteler met de mens vergroeid. Bewustzijn doe je met je lijf, anders is er ook weinig om je bewust van te zijn.

Wat me aan 'Ik voel dus ik ben' zo interesseert - naast het mechanisme van bewustzijn - is dat ik er de conclusie uit kan trekken dat taal in feite veel minder met mijn persoonlijke werkelijkheid van doen heeft dan ik vroeger dacht. Waar ik altijd al moeite had om een antwoord te geven dat recht deed aan de werkelijkheid als iemand mij vroeg: 'hoe gaat het?', weet ik nu tenminste hoe dat komt. Taal heeft zo zijn beperkingen. Je bent nooit alleen maar blij. En waar ik vroeger verstrikt raakte in tegengestelde beweringen over mijn persoonlijkheid die ik mezelf of die een ander mij had aangepraat, kan ik nu gewoon denken: het zijn maar woorden. Woorden die me afleiden van wat werkelijk is, een eigen leven kunnen gaan leiden, en die me minder van mezelf bewust laten zijn. Een keer diep ademhalen en me bewust worden van wat ik voel brengt duizend keer meer op.

vrijdag 9 augustus 2013

Maalstroom

Ik realiseerde me laatst dat er iets veranderd is. Een behoefte die ik vroeger had - om naast het leven te gaan staan - is nu vrijwel verdwenen. Het was het altijd aanwezige gevoel het nu te druk te hebben en daarbij te verlangen naar een moment waarbij niemand iets van je verlangt en je helemaal niets hoeft. Het enige wat je doet is rustig naar het leven kijken. Alleen op die plaats kun je wijsheden verwerven die het waard zijn om in steen te beitelen. Het normale leven is daar te druk, te chaotisch voor. Je hebt een uitgestrekte zee van rust nodig om tot jezelf en die dieper liggende waarheden te komen.

Die zee van rust is ver te zoeken. Vroeger was hij er weleens, toen ik als kind en puber niets anders had te doen dan hele middagen uit het raam kijken, of tekeningen maken in mijn wiskundeschrift. Misschien is die rust er later, als ik gepensioneerd ben en alleen de tuin nog maar hoef bij te houden, maar ik betwijfel het. Het leven lijkt zich  naarmate ik ouder word steeds sneller aan me voorbij te trekken. Wellicht dat ik daarom het gevoel kreeg dat ik nog meer tijd aan de zijlijn van het leven nodig had om grip te krijgen. Tijd die er niet is. Het leverde me zelfs stress op, het idee dat ik het te druk heb om te observeren en te filosoferen en dat straks het leven ineens voorbij is en ik geen eindconclusies op heb kunnen stellen.

Rust zoals ik die wilde is er zelden en als ze er is, is het nooit genoeg. Het is weer zo'n verlangen dat zichzelf in stand houdt door nooit helemaal bevredigd te zijn. Maar alhoewel ik het nu drukker dan ooit heb, ervaar ik toch meer rust, ondanks dat ik geen hele dagen meer heb om te mijmeren. Het zal de acceptatie wel zijn. Het leven is een maalstroom waarin je jezelf op moet laten zuigen. Als je niet tegenspartelt, gaat het makkelijker. Dan kom je op een punt waarop je razendsnel gaat en toch nog om je heen kunt kijken, dankzij de rust die je in jezelf hebt gevonden.


donderdag 8 augustus 2013

Fundament

Wanneer is het goed om je emoties serieus te nemen en wanneer niet? Soms kunnen je emoties je belangrijke dingen vertellen. Veel mensen die iets moeilijks hebben meegemaakt, drukken het gevoel weg, waarna ze er na jaren alsnog last van krijgen. Het blijft altijd in het lichaam zitten, is de boodschap van Alice Miller in haar boek 'The body never lies'. En vanuit dat lichaam komt het weer omhoog, uit het zich in ziektes of spanningen, en zul je het uiteindelijk onder ogen moeten zien. Alice Miller schrijft vooral over mensen die in hun jeugd verwaarloosd, mishandeld of gewoon niet gezien zijn door hun ouders.
Vanuit het boeddhisme wordt er anders tegen emoties aangekeken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen heilzame en niet-heilzame emoties. De kunst is de heilzame te voeden en op te laten bloeien en de niet-heilzame te laten verdorren. Je zou dit kunnen opvatten als het wegstoppen en niet toelaten van negatieve emoties, iets waar in de Westerse psychologie weer heel anders mee wordt omgegaan. Negatieve emoties komen ergens vandaan, bijvoorbeeld uit je jeugd, en moeten uitgeplozen en verwerkt worden.
Persoonlijk denk ik dat voor beide zienswijzen iets te zeggen valt. De mensen die Alice Miller beschrijft zijn vaak niet in staat gesteld een solide basis op te bouwen, een persoonlijkheid die er ligt als een stevig fundament om je leven op te bouwen. Ze zijn van jongs af aan bekritiseerd door hun ouders en hebben geleerd dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze zijn. Het gedrag dat daaruit volgt blijft een groot deel van de relaties kenmerken die ze de rest van hun leven aanknopen. Om daar uit te komen zul je die diep weggestopte emoties uit je kindertijd onder ogen moeten zien, anders blijf je onbewust altijd naar de pijpen van je ongelukkige kindertijd dansen. Neem je emoties serieus en doe er iets mee, is dan het credo.
Maar welke negatieve emoties moet je nou wél en welke niet verwerken? Tenslotte heeft iedereen wel ergens een beschadiging opgelopen in zijn kindertijd, iets wat je gedrag tot op de dag van vandaag bepaalt. Ben je door te mediteren aan het leren los te laten, of ben je iets weg aan het drukken dat altijd weer de kop zal opsteken?
Misschien ligt het antwoord in een vraag die je jezelf kunt stellen. Hoe solide voelt mijn fundament aan? Als ik mezelf die vraag eerlijk stel, voel ik automatisch dat mijn fundament goed is. Ik hoef er niet over na te denken, sterker nog: het nadenken belemmert juist het geven van het juiste antwoord. Het is dat kalme gevoel in mijn middenrif wanneer ik me op mijn ademhaling richt. Ik sta er beter mee in contact omdat ik mediteer, maar ik ben ervan overtuigd dat het er altijd is geweest. De mensen die liever geen contact maken met wat ze binnenin voelen, zijn meestal ook degenen met een zwakker fundament. In dat geval heeft de Westerse psychologie ze misschien meer te bieden dan al die Oosterse wijsheden.


donderdag 11 juli 2013

Eindeloze stapel

Ik heb altijd wel ergens een stapel nog te lezen boeken liggen. Een magische stapel, lijkt het wel. Want hoeveel ik ook lees, ik heb de stapel nog nooit uitgelezen. Voorheen voelde het soms onmachtig, alsof ik niet genoeg las. Er was nog zo veel kennis te vergaren. Dan probeerde ik meer te lezen, sneller te lezen en met een vermoeid brein toch dingen in me op te nemen. Alhoewel ik af en toe nog wel het sterke verlangen voel te gaan zitten en alles achter elkaar uit te lezen, weet ik nu dat het toch nooit gaat lukken. Ieder uitgelezen boek roept minstens het verlangen aan één nieuw boek op. Zo wordt de stapel nooit kleiner, zo weet ik nooit alles wat ik weten moet. Het is niet anders. Ik blijf toch wel verlangen naar meer, niet alleen qua kennis en boeken, maar ook in andere dingen. Je hebt nooit genoeg muziek geluisterd, nooit genoeg films, series en documentaires gezien, nooit genoeg gemediteerd of met je vrienden afgesproken, nooit genoeg gesport en ga zo maar door. Het verlangen blijft, maar laat zich temperen door het te accepteren. Het leven is verlangen, je kunt ervan genieten of het kan je frustreren.

Zelfs als ik deze fysieke stapel boeken uit krijg, ligt er nog een stapel titels in mijn hoofd te wachten om besteld te worden. Het is een eindeloze stapel. Ik kan hem beklimmen, maar bovenaan zal ik nooit komen. Nooit uitkijken over de wereld terwijl je alle kennis tot je beschikking hebt. Ik ben weer een illusie armer, maar gelukkig is het lezen er niet minder leuk op geworden.




donderdag 13 juni 2013

Kou

Een fantastische manier om je op je ademhaling te richten: een koude douche. Er is niets dat meer urgente, niet te negeren gedachten oproept dan ijskoud water dat plots op je lijf klettert. En er is maar een manier om het vol te houden: toch negeren die gedachten. Want een koude douche kan - mits je gezond bent - geen enkel kwaad. Je lijf zendt dan wel stresssignalen uit, maar eigenlijk is het regelmatig blootstaan aan de kou eerder gezond dan ongezond. Dus iedere dag zet ik na een paar minuten onder de warme straal te hebben gestaan, de knop in één keer op koud. Al van tevoren dringen de gedachten zich op, verzinnen mijn hersens allerlei redenen om dit toch vooral niet te doen. Niet vandaag, morgen misschien weer, vandaag ben je een beetje moe, je staat er eigenlijk al te lang onder.... En als het koude water eenmaal komt, lijkt het wel alsof er iets in mijn hoofd begint te krijsen: 'WEG HIER, WEG HIER!' Tegelijkertijd versnelt mijn hartslag en mijn ademhaling. Angst maakt zich van me meester en zorgt ervoor dat alles wat ik wil eronderuit gaan is. Dat is het punt waarop ik moet ingrijpen. Als ik mijn ademhaling laat gaan dan spring ik eronderuit, dan doe ik gewoon in plaats van na te denken. Als ik hem terughaal en naar mijn buik breng, is er nauwelijks iets aan de hand. De kou voel je al snel niet meer en dan realiseer je je dat het eigenlijk wel meevalt. Na een paar minuten kan ik het water rustig uitzetten en ben ik helemaal in het hier en nu.


(Meer informatie over de kou en meditatie vind je in de boeken van Wim Hof, alias The Iceman)

donderdag 30 mei 2013

Bodem

Wat is een gedachte? Terwijl ik mediteerde vroeg ik me dit ineens af. Wat is dat eigenlijk waar ik constant mee bezig ben, wat door mijn hoofd spookt en wat meestal bepaalt hoe ik me voel? Ik weet dat sinds ik mediteer mijn gedachten wat minder 'talig' zijn geworden. Niet langer die uitgebreide dialoog met mezelf die de hele dag (en soms de nacht) doorgaat. Het is alsof de woorden en zinnen zich minder snel en vaak manifesteren, alsof ik ze al in een eerder stadium weet te tackelen. Ergens dieper in mijn brein, op een plek waar taal niet komen kan, daar gebeurt het. Zijn het dan beelden die de woorden oproepen, mentale plaatjes die vliegensvlug in taal worden omgezet? Ik dacht dat dat het geval was, maar het afgelopen jaar ben ik wat sensitiever geworden voor wat er in mijn hoofd en lijf gebeurt. Normaal heb ik het niet zo door, maar tijdens het mediteren lijkt het soms alsof de oorsprong van mijn gedachten dieper zit dan taal en beeld. Dan voel ik ineens iets komen, iets dat eerst een grens moet oversteken voordat het een gedachte is. Ik zou het een emotie kunnen noemen, maar niet een soort emotie zoals 'blij' of 'boos'. Een heel klein stukje daarvan, een afgeleide die begint als honderdste van wat uiteindelijk een filosofisch idee of juist een glimlach worden kan. Iets dat zich razendsnel in je opbouwt, zo snel dat je het normaal niet merkt, maar dat ergens diep vanbinnen als gevoel begint. Je zou verwachten dat zo'n begin vooral aanleiding geeft tot emotioneel getekende gedachten, maar dat is het niet. Ook filosofische ideeën en abstracte concepten die ik bedenk voel ik soms opkomen, een grens oversteken en zich als beelden en taal manifesteren.

Het is toch vreemd dat al die energie, de emoties die mij aansturen en mijn gedachten en gedrag bepalen, dat ik daar de bron maar nauwelijks van ken. Na ruim dertig jaar is het water van de poel van mijn onderbewustzijn voor het eerst helder genoeg om een klein stukje van de bodem te kunnen zien. Ik had er al die tijd geen weet van dat er nog een bodem is.

zaterdag 25 mei 2013

In het niets

Vorig jaar rond deze tijd ging het niet zo goed. Wat ik me er nog van kan herinneren is dat er vooral heel erg veel gedachten waren. Ze leken een eigen leven in mijn hoofd te leiden, alsof ik er niets meer had te zeggen. Het was niet leuk. Ik werd gek van de gedachten. De meeste kan ik me nog maar nauwelijks herinneren, maar er was er een die het onthouden waard was. Als ik hieruit wil komen, dacht ik, dan moet ik iets anders gaan doen. Ik moet stoppen met het oplossen van problemen door er heel hard over na te denken. Er moet een andere weg zijn. Ik wist niet welke weg en natuurlijk dacht ik ook daar weer heel hard over na, maar gelukkig wist ik dat het niet het denken was dat me ging helpen. Ik moest iets doen. En geheel tegen mijn natuur in zocht ik in mijn vrije tijd dingen op waar ik normaal gesproken wars van ben. Wierookstokjes, andere mensen, niet-wetenschappelijke taal en religieus aandoende rituelen. Het was een sprong in het diepe, een waar ik geen spijt van heb gekregen. Tenslotte was wat ik dacht dat mijn 'natuur' was, niets anders dan zo'n gedachte in mijn hoofd, iets dat je op kunt laten lossen door gewoon een halfuur te gaan zitten, naar de vloer te staren en je op je ademhaling te concentreren. Vanaf het moment dat ik dat ben gaan doen, zijn al die gedachten verdampt. Ik realiseer me pas nu dat ze nooit echt bestaan hebben, niet zoals deze tafel waar ik aan zit of de laptop waar ik op schrijf. En toch bepaalden ze mijn bestaan in grote mate.

Door mijn sprong in het diepe heb ik niets gevonden. Geen nieuw levensdoel of een zaligmakende religie om opvulling aan de leegte te geven. Juist die leegte, en je daarin wentelen. Noem het Zen, noem het ruimte, het maakt niet uit. Ik had nooit kunnen bedenken dat een sprong in het niets me zo veel had kunnen brengen.

donderdag 16 mei 2013

schroef

Ik werkte in de tuin en keek met flinke tegenzin naar de planken die zich links en rechts van me uitstrekten, klaar om vastgeschroefd te worden. Ieder gaatje voorboren, want het is hardhout. Ieder gaatje verzinken en daarna de schroef er in. Plank na plank, dag na dag. Als ik zulk werk doe begin ik me soms wat moedeloos te voelen. Over honderd jaar zijn er robots die hetzelfde kunnen, maar dan perfect waterpas, zonder ook maar één boortje te breken en in een duizendste van de tijd die ik eraan besteden moet. Het leven is ploeteren. En alles wat ik nu maak tijdens dat ploeteren, is waarschijnlijk over vijftig jaar alweer verdwenen. Ik pakte de volgende schroef om door te gaan, maar terwijl ik er even naar keek tussen mijn vingertoppen, kwam er een andere gedachte naar boven.

Hoeveel mensenlevens zitten er verborgen in een schroef? Misschien wel miljoenen, dacht ik. Hoe lang heeft de mensheid erover gedaan voordat ze doorhad dat met gloeiend heet vuur ijzer gesmolten kan worden? En dat het daarna in een vorm gegoten kan worden, een vorm die behouden blijft als het ijzer afgekoeld is? Alleen dat moet al de arbeid en het denkwerk van tienduizenden levens hebben gekost. Wanneer er niemand is om je dat te leren, moet je er bij toeval op stuiten of heel veel proberen tot er iets uitkomt waar je wat aan hebt. De kopertijd duurde niet voor niets meer dan tweeduizend jaar. Pas toen kreeg men door dat er ook nog zoiets als 'ijzer' bestond. De schroef die ik vasthield was van roestvrij staal, dat pas aan het begin van de vorige eeuw werd uitgevonden. En dan de vorm van de schroef. Een staafje van vier millimeter dik met gelijkmatig schroefdraad, zodat de schroef zich vastdraait in het hout. Een vierkante punt voor een zelfborend effect en de laatste anderhalve centimeter zonder schroefdraad, zodat de schroef gemakkelijk naar binnen blijft glijden als de weerstand die het schroefdraad in het hout geeft toeneemt. Om nog maar te zwijgen van de stervormige torxkop, die de kracht van de schroevendraaier perfect overbrengt. Hoeveel levens zitten er in alle geweldige uitvindingen die deze schroef mogelijk maakten?

Ik schroefde dapper verder, mezelf een tijdlang verwonderend bij iedere schroef die ik naar binnen draaide.


dinsdag 14 mei 2013

Boeien

De afgelopen weken ben ik - ondanks vakantie - erg druk geweest. Desalniettemin is het me gelukt vrijwel iedere ochtend te mediteren. Het betekent een halfuur eerder opstaan, waar ik voorheen de discipline en de motivatie voor miste. Maar het levert iets op. De momenten van meditatie lijken een soort boeien in de oceaan te zijn geworden. Ondanks de wind en de golven, blijven ze dobberen op hun plek. Het gevoel van zo'n boei, waarop de grillen van het water minder grip op je hebben, neem ik de hele dag mee. Het zorgt voor rust in mijn hoofd en lijf. Maar zo gauw ik te ver van zo'n boei vandaan zwem - ik vergeet een of twee keer te mediteren - lijkt het alsof het bestaan van boeien uit mijn geheugen wordt gewist. Om me heen is dan alleen nog water dat zich oneindig uitstrekt. Ik weet niet meer waar ik naartoe moet zwemmen, tot ik mezelf weer dwing te mediteren.

Het lijkt alsof de afstand tussen twee boeien niet meer dan een dag zwemmen zijn mag. Liever nog een halve dag. Ik moet in staat zijn om als ik achterom kijk de vorige boei nog net te zien, terwijl ik bij een naar voor gerichte blik de volgende al in mijn blikveld heb. Alsof er een lijn loopt tussen die twee boeien die ik volgen kan, een lijn die breekt als ik een andere richting op zwem. Hoe meer ik mediteer, hoe gemakkelijker die lijn te volgen is en ik weer bij de volgende boei kom. Het lijkt eenvoudig om dus maar gewoon zoveel mogelijk te mediteren en eigenlijk is dat het ook. Toch weet ik dat ik de lijn tussen twee boeien nog regelmatig kwijt ga raken en ik mezelf weer - al is het maar voor even - verdwaald op zee zal wanen. Maar op de een of andere manier lijkt dat oké te zijn. Misschien dat iedere keer dat ik de weg weer terug vind, ik de volgende keer wat minder ver zal dwalen.


maandag 15 april 2013

Het oog van de storm

Vandaag tijdens een halfuurtje meditatie had ik het gevoel dat ik op een stille plek zat, terwijl alles om me heen bewoog. Mijn meditatie bestond eruit dat ik me op mijn ademhaling concentreerde - dat stond op dat moment centraal -, terwijl alles wat zich nu in mijn leven afspeelt daaromheen bleef draaien. Wanneer je niet mediteert staat er niets centraal. Dan draait alles tegelijkertijd door je kop, alle hoofd- en zijwegen van de dingen die je nog moet dingen, de dingen die je nog wil doen en de dingen die je vergeten bent te doen. Het voelde vandaag echt als het oog van de storm waarin ik zat. Mijn werk draaide om dat rustpunt, inclusief alles wat er geregeld en gedaan moet worden de komende weken en maanden en de beperkte tijd die daarvoor is. De cursus die ik wil doen - heb ik dáár wel tijd voor en hoe moet dat met het rooster? Een tuin die het liefst dit voorjaar nog aangelegd wil worden, eigenlijk een hoveniersklus maar we doen het toch maar zelf want waar halen we het geld voor een hovenier vandaan? De stapel boeken die ik nog wil lezen en dat ene boek dat ik nu voor drie vijfde heb uitgewerkt, maar dat voelt alsof iedere geschreven pagina een gevecht geweest is met mijn agenda en de ruimte in mijn hoofd. En een vriendin die ook aandacht verdient, een hond die uitgelaten moet worden en wie weet moet ik dit jaar toch de kozijnen op het zuiden even met de kwast langslopen. De hele dag staat daar de zon op, dan gaat het hard.
Gelukkig dat ik vandaag gemediteerd heb. Had ik het niet gedaan dan was ik zelf meegezogen in die storm en had ik tollend door de lucht gevlogen tussen alles wat nog op mijn lijstje staat. Eén met de dingen die je nog moet doen. Zo hoort het niet. Je bent niet wat je moet doen of vergeten bent te doen, je bent wat je doet op dat moment. Ik zat stil, ik rustte, liet alles om me heen draaien en realiseerde me dat dit nu eenmaal het leven is. Het waait altijd. Alleen in het oog van de storm vind je een luwe plek, jezelf.

vrijdag 29 maart 2013

Angst

Ik heb vannacht over angst gedacht. Ik moest wel. Het begon bij gepieker over de situatie op mijn werk en alle indrukken die nog in mijn hoofd zaten van de middag en de avond. Na een uur of twee realiseerde ik me dat ik die nacht niet veel ging slapen. Ondanks dat het langzaamaan wat rustiger in mijn hoofd werd, bleef er in mijn lijf een onrustig gevoel zitten. Ik realiseerde me plotseling dat ik bang was. Niet de grote angst - ziekte en dood -, maar juist de sluimerende altijd aanwezige angst die ze stress noemen. Ik had alles wat er mis kan gaan de komende weken te vaak gedacht, net als alle scenario's om het weer op te lossen. Nu was ik bang, want ondanks dat ik al mijn scenario's paraat heb, weet ik nog steeds niet wat de toekomst gaat brengen. Op de een of andere manier luchtte het op om gewoon te erkennen: 'Ik ben bang'. Alle redenen voor de angst werden ondergeschikt aan die noemer en ik had een moment waarop ik zag dat mijn angst gewoon een heel klein deeltje van de energie is die alles afbreekt en weer opbouwt. Het hoort erbij. Het is van evenveel belang als de angst van een muis die wegschiet voor de klauwen van een uil. De muis haalt het of de muis haalt het niet. Hoe dan ook gaat alles toch wel door zoals het gaat. Dat inzicht gaf me genoeg rust  om tot de hanen kraaiden licht te slapen. Evengoed voel ik vandaag de bekende tintelingen in mijn zenuwen en het gevoel in mijn hoofd dat me erop wijst dat ik minder dan de helft van de nacht geslapen heb. De angst heeft zich in de nacht van denken naar voelen verplaatst. Het voelt nu alsof er ergens in mijn lijf iets zit - ik zou het er bijna uit kunnen pakken als ik een luikje in mijn borst had -, dat me een voortdurend gejaagd gevoel geeft. De enige manier is rustig afwachten en me er niet al te druk om maken. Dat is het tegenstrijdige van deze angst: wanneer ik stop met me er druk om maken, sluipt hij langzaam uit mijn lichaam weg.

dinsdag 19 maart 2013

De echo van de dag

De echo van de dag - alles wat gezegd, gehoord en gedacht is - hoor ik meestal pas als ik mijn hoofd op mijn kussen leg en mijn ogen sluit. Het moment voordat je in slaap valt, de slaap waarin je hoofd alles verwerkt, daar echoot het. Zoals het hoort bij een echo sterft die langzaam uit. Als je niets meer hoort dan slaap je. Afgelopen nacht bleef ik de echo horen. Alle mensen op mijn werk die gepraat en geschreeuwd hadden, alles wat ik daarbij had bedacht en alles wat ik de komende dagen nog moet doen, het bleef maar door mijn hoofd heen zeuren. Ik deed verschillende ontspanningsoefeningen; op de ademhaling concentreren en ieder deel van mijn lichaam met mijn aandacht afgaan zodat ik in het eeuwig nu van de rechterhersenhelft terecht zou komen en in slaap kon vallen. Het hielp niet. Ik voelde mijn lijf wel ontspannen en was überhaupt niet echt gestrest, maar toch leek het alsof er ergens in mijn hoofd een hersenstukje zat maar dóór bleef praten. Neurologisch gepruttel zonder stopknop. En dat net in de eerste nacht van een zware werkweek.

Ik weet wel wat het is. Het betekent dat ik ergens op de dag een grens overgegaan ben. Ergens heb ik te veel zintuiglijke stimuli gekregen en te veel dingen om over na te denken in mijn hoofd gehad. Dan raak ik overprikkeld. Flink sporten helpt, of veel tijd aan een boek of schrijfsel weiden. Langere tijd helemaal weg zijn met je aandacht van jezelf en je gedachten. Allemaal dingen die je helaas niet om elf uur `s avonds doet. Normaal probeer ik gedurende de dag wat momentjes te creëren waarin ik mijn hoofd tot rust breng. Een minuut bewust ademhalen kan een wereld van verschil maken. Dan kan ik daarna weer wat meer hebben en ga ik niet over die grens heen. Maar juist bij grote drukte - als ik zulke momenten hard nodig heb - is er geen tijd voor. Dan raakt dat klompje hersenen dat -  naar ik vermoed - ergens links in mijn hoofd zit zodanig gestimuleerd dat er geen weg terug is. Het slaat op hol, het blijft maar kletsen en het lijkt niet eens vanuit mezelf te komen. Mijn eigen gedachtenstem is rustiger en laat zich beter sturen. Dit is er slechts een onderdeeltje van dat niet doet wat de grote baas wil.

Vannacht heb ik het maar geaccepteerd, waardoor ik waarschijnlijk toch nog wat geslapen heb. Dat is het enige wat ik kon doen. Soms sterft de echo van de dag niet uit en blijft hij galmen. Het is zoals het is.

dinsdag 5 maart 2013

Donderwolken

Rond drie uur vanmiddag trok de lucht dicht op deze prachtige eerste lentedag. Buiten bleef de zon schijnen, in mijn hoofd en lijf zaten ineens donderwolken. Tot dat moment was alles prima geweest. Ik had vrij, geen verplichtingen en kon alles doen wat ik wilde vandaag. Waarom dan ineens dat sombere gevoel dat me binnen een paar minuten overnam? Mijn hersens begonnen meteen te kraken. Ik had gedachten over neurotransmitters die uit balans waren, mijn slaap-waakritme dat mogelijk verstoord was doordat ik eergisteren te laat naar bed gegaan ben en het verband tussen melatonine en depressieve gevoelens. Daarna volgde nog meer. Leuke dingen doen, zodat mijn lijf meer dopamine aan zou maken en ik me weer beter zou voelen. Maar wat is leuk? Of ik nu zou gaan schrijven, gamen of lezen, alles leek zinloos. Ik zag mijn toekomstige levens voor me, het gemiddelde, het succesvol en het beneden gemiddelde scenario en alle drie waren ze waardeloos. Ik kon me niet voorstellen ooit nog ergens plezier in te gaan hebben - wat heb je überhaupt aan plezier? - en tegelijkertijd wilde ik er uitkomen, alles weer anders kunnen zien, positiever. Ik probeerde te mediteren en hield ermee op omdat ik veel te gefocust was op het verbeteren van mijn stemming. In mijn hoofd werd het zoeken koortsachtig en wanhopig. Hoe moest ik leven? Rustig en zonder zorgen en tegelijkertijd zonder grote ambities, of met passie, diepe dalen en hoge pieken? Kon ik nu wel op de bank gaan zitten of moest ik juist al mijn energie aan het schrijven van een boek besteden? Het leek alsof mijn besluit nu gemaakt moest worden, alsof ik het heft in handen moest nemen en het niet meer los moest laten zodat ik voor eens en voor altijd duidelijkheid had, nergens meer aan hoefde te twijfelen en nooit meer ongelukkig hoefde te zijn. Een eiland in de stroom om je aan vast te klampen. Een afgebakend beeld van hoe het leven moest zijn, zodat ik me daarop richten kon.

De hond moest tussendoor nog uitgelaten worden. Het denken ging door, zonder definitieve oplossing te vinden. Tot het gevoel langzaam weg begon te ebben, naarmate de wandeling vorderde. Ik realiseerde me dat ik heel voor woorden had gedacht. Woorden die alle kanten op gingen, die analyseerden en verklaring op verklaring stapelden en toch nooit echt iets verklaarden. Mijn stemming had ongetwijfeld iets met neurotransmitters van doen en wie weet gaf het zonlicht me positieve energie, maar waar het feitelijk op neer kwam was dat ik me gewoon even rot gevoeld en dat het  nu weer weg was. Dat was eigenlijk alles. Alle woorden had ik zelf bedacht en de meeste ben ik inmiddels alweer vergeten. Het gevoel is als vanzelf weggetrokken zoals alle donderwolken doen.

dinsdag 26 februari 2013

Kernovertuigingen

Kernovertuigingen zijn overtuigingen die zo diep in je geworteld zijn dat je nauwelijks doorhebt hoe ze je gedrag beïnvloeden. Ze vormen als het ware een stukje van je persoonlijkheid en om ze te veranderen moet je zelf een beetje veranderen. Voor iemand die opgevoed is met het idee dat god bestaat, is het een hele klus om dingen anders te gaan zien. Dat doe je niet van de ene op de ander dag.

Ik had een kernovertuiging, opgedaan op de middelbare school. Ergens in 4 of 5 vwo is het er ingeslopen. Langzaamaan ging het redeneren een belangrijkere rol spelen in de leerstof, terwijl het 'uit je hoofd stampen' iets minder werd. Ik was nooit zo'n stamper, dus mij kwam het goed uit. Ik merkte gaandeweg dat het me vaker lukte een cijfer te halen dat qua hoogte niet opwoog tegen de tijd die ik in het studeren gestoken had, in positieve zin. Ik haalde een zes, terwijl ik de dagen ervoor meer uit het raam dan in mijn boek gekeken had. Ik had een drie moeten hebben. Reden te meer om nog minder te studeren en ontspannen aan iedere repetitie te beginnen. Gewoon rustig nadenken, een antwoord formuleren en toch nog een redelijk cijfer halen. Geen negens en tienen, maar net genoeg om over te gaan. Het enige vak in mijn pakket waarbij dit écht niet lukte - economie 2 - liet ik vallen en zo kon ik met minimale inspanning door het vwo rollen.

Denken is beter dan doen. Wanneer je ergens diep genoeg over nadenkt, vind je het antwoord altijd. Lukt het niet dan denk je niet diep genoeg. Ratio is alles. Dat is wat ik mezelf toen heb ingeprent.

Ik realiseerde me pas dat dit een kernovertuiging is toen ik hem al half had afgebroken. Voelen - zie het bericht 'gevoel' - is minstens zo belangrijk. Voorheen loste ik alles met mijn hoofd op. Ging het niet goed, dan analyseerde ik net zo lang tot ik precies wist hoe het zat. Het werkte altijd... totdat het niet meer werkte.  Ik raakte verdwaald in mijn analyses, in het inkaderen en labelen van iedere gedachte en ieder gevoel, in het onderbrengen in psychologische termen van wat ik deed en dacht, en zag mezelf ineens denken zonder begin of eind. Continu denken, dag en nacht, tot ik het gevoel had dat ik er gek van werd en ik er wel iets aan móest gaan doen.

Ik vraag me af hoeveel kernovertuigingen ik nog in me heb. Kan ik ze allemaal afbreken? En als ik daarmee klaar ben, ben ik dan volledig vrij (of roep ik nu ter plekke een nieuwe overtuiging in het leven...)?

Ik weet het niet. Misschien moet ik dat maar een tijdje zo houden.

maandag 25 februari 2013

Gevoel

Ik mediteerde vandaag korte tijd, voordat ik naar mijn werk moest. Beneden was de hond aan het blaffen. Terwijl ik het geblaf probeerde te negeren, flitste het beeld door mijn hoofd van mijzelf die naar het zolderraam liep en naar buiten keek. Er was iets in mijn brein dat wilde reageren, wilde checken of alles goed was. De hond blafte tenslotte en ook al doet hij dat bij iedere voorbijganger, er zóu iemand aan de deur kunnen staan.

Dit soort flitsen heb ik vaker, maar meestal merk ik ze niet op. Alleen als je verder niets anders te doen hebt dan observeren wat er in je hoofd gebeurt, merk je dat er iets aan je gedrag vooraf gaat. In dit geval volgde er geen gedrag, maar ik denk dat dit ook niet nodig is. Zo'n flits is een scenario, een plaatje van de zeer nabije toekomst. Aan de hand van de uitkomst van het scenario bedenk je of je iets wel of niet gaat doen. Zal ik met m'n hand de fluitketel vastpakken - nee, AU! - ik pak eerst een theedoek.... Meestal denk je dat niet zo bewust, maar op de een of andere manier neem je er toch een beslissing in. De Portugese neuroloog Antonio Damasio geeft er in zijn boek 'De vergissing van Descartes' een verklaring voor. Hij betoogt dat mensen continu proberen te voorspellen wat hun gedrag gaat opleveren. Niet aan de hand van het bewust afwegen van voors- en tegens, maar aan de hand van de emotionele uitkomsten van een scenario. Je voelt in feite al een heel klein beetje van de pijn, voordat je die fluitketel vastpakt. En omdat dat onaangenaam is, pas je je gedrag aan en pak je de fluitketel met een theedoek. Dit gaat zo snel dat je het nauwelijks merkt. Zo sturen je emoties aan hoe je je voortbeweegt, of je nú opstaat of over een kwartier en hoe je reageert op iemand anders. Alles heeft een uitkomst en in je hoofd wordt voortdurend bepaald of die uitkomst leuk of minder leuk is. Meestal is het verschil tussen positief en negatief niet zo groot en merk je amper op dat je gevoel je gedrag gestuurd heeft. Soms is het merkbaar, bij beslissingen waaraan grotere emoties zijn gekoppeld. Dan heb je ook de ruimte dingen op een rij te zetten, maar met voor- en tegens afwegen loop je de kans in een eindeloze oorlog van argumenten terecht te komen. Het gevolg is keuzestress en slapeloze nachten. Niet voor niets geven veel mensen aan dat ze belangrijke beslissingen in hun leven met hun gevoel genomen hebben. Je gevoel vertelt het wel, als je erop durft te vertrouwen.

De laatste maanden probeer ik vaker dingen uit mijn hoofd te zetten, vooral op dit gebied. Er moet iets besloten worden, maar nu nog niet. Het juiste antwoord komt wel. Mijn gevoel gaat het me vertellen, waarschijnlijk op een onbewaakt moment - niet zelden op het toilet of vlak voor ik in slaap val. Gewoon ontspannen en je gevoel z'n werk laten doen. Het is niet altijd makkelijk, maar het werkt.


(Antonio Damasio: De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk brein.)

vrijdag 22 februari 2013

Aokigahara

Gisteren stuitte ik op Aokigahara. Een plek in Japan waar ze gestopt zijn de jaarlijkse zelfmoordcijfers te publiceren. Er komen al meer dan genoeg mensen naar Aokigahara om zelfmoord te plegen. In 2010 waren het 247, waarvan er in ieder geval 54 geslaagd zijn. Geen enkele noodzaak om nog meer mensen op een idee te brengen.

Aokigahara is een bos gelegen aan de voet van de Fuji-berg. Het schijnt er stil te zijn - sereen - en door de dicht op elkaar gepakte bomen waait het er nauwelijks. Voor sommigen de ideale plek om een leven dat als mislukt beschouwd wordt af te sluiten. Jaarlijks wordt er een zoektocht georganiseerd om zo veel mogelijk lijken uit het bos te verwijderen. Wat niet door mensen wordt gevonden, vinden de dieren wel.

Als het al niet zo stil in Aokigahara was, zou je er stil van worden. Wat drijft al die mensen ertoe om naar Aokigahara te gaan en juist dáár zelfmoord te plegen? Als je je leven waardeloos vindt, wat maal je dan nog om de plek waar je sterft? Kiezen al die mensen deze plek vanuit het romantische idee te sterven in de natuur of is er meer aan de hand? Er zijn veel zelfmoordenaars die hun pad in het bos markeren met tape, zodat ze de weg naar het leven weer terug kunnen vinden. Ze twijfelen. Misschien dat Aokigahara de juiste plek is om zonder ruis je leven te overdenken, zonder de afleiding van alledag, de stemmen van anderen of het getoeter van auto's. Stilte om je heen, stilte in je hoofd. En dan maak je een keuze... en hoop je dat het de juiste is.











woensdag 6 februari 2013

Zwijgen

Wat is er te zeggen over iets dat niet in woorden uit te drukken is? Over woorden en de ontoereikendheid daarvan heb ik al vaker geschreven. Alhoewel ze ongeschikt zijn om de werkelijkheid te duiden, houd ik van woorden. Ik dacht vandaag aan Wittgenstein en Russel en hun poging om een taal te maken waarin geen misverstand meer kan bestaan. Een taal die zo duidelijk en eenduidig is als wiskunde, waarmee we een werkelijkheid kunnen bouwen waar iedereen het mee eens is. Dat zou aardig wat conflicten schelen. Gelukkig zijn Wittgenstein en Russel niet in hun poging geslaagd. Hun project zou alleen tot een succes zijn uitgegroeid als wij ons allemaal exact hetzelfde stel hersens hadden aangemeten. En dan zouden we allemaal precies hetzelfde moeten meemaken, om niet razendsnel uit elkaar te groeien. We zouden robots moeten zijn. En binnen korte tijd zouden we communiceren in enen en nullen, want dat is wel zo efficiënt. Weg taal, weg creativiteit.
Taal is dynamisch en de betekenis ervan wordt mede bepaald door de context waarin iets gezegd of geschreven wordt. Dat maakt het juist zo leuk. Zonder de flexibiliteit van taal zouden we nauwelijks meer grappen kunnen maken. Met taal kun je alle kanten op. Het nadeel is dat het veel moeilijker wordt om datgene wat iemand zegt precies zo te begrijpen zoals diegene het bedoelt, wat niet zelden tot een misverstand - of erger - leidt. Religieuze conflicten zijn daar een voorbeeld van. Wat bedoelen we eigenlijk met 'God'? Ik werd onlangs op straat aangesproken door iemand die eens een goed gesprek over God met me wilde hebben. Hij wilde ook graag weten of ik niet vaker het 'goede' wilde doen en minder vaak het 'kwade'. Toen ik hem zei dat dit slechts twee woorden zijn die alleen in zijn hoofd bestaan en in de werkelijkheid nergens zijn te vinden, begreep hij niets van me. Hij herhaalde wat hij zei en voegde daar zelfs aan toe dat als ik voor de hemelpoort zou staan ik toch wel anders piepen zou. Ik ben uiteindelijk maar weggelopen, om een oorlog te voorkomen.
Zoals Wittgenstein al zei: waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen. Misschien dat dat de reden is dat er in kloosters - zowel christelijke als boeddhistische - zo vaak gezwegen wordt. Bidden of mediteren, het gebeurt allemaal in stilte. Met taal kan er alleen een omtrek geschetst worden, nooit de kern. Vandaar dat je af en toe een tijdje je mond moet houden. Dan komt de kern weer in beeld.


dinsdag 5 februari 2013

Eiland

Om me heen ligt de tijd
altijd in beweging

Voor- of achteruit
het maakt niet uit
Een stap in elke richting
is verdrinken

Zo snel als ik hem zet
en weggesleurd word
zo snel ben ik vergeten
dat er ruimte is

Een eiland in mezelf
een lege plek zonder beweging
maar alleen als ik stilsta
opkijk
en glimlach




(na jaren weer eens een gedicht geschreven!)

maandag 28 januari 2013

Jeuk

Ik had vandaag ontzettende jeuk aan mijn neus aan het begin van mijn meditatie. Het was zo erg dat ik me bijna niet kon weerhouden te krabben, maar ik heb het niet gedaan. Alhoewel er in principe niets mis mee is even aan je neus te krabben tijdens een meditatie - onverstoorbaarheid hoeft geen sektarische vormen aan te nemen - heb ik me voorgesteld dat deze fysieke jeuk een oefening was voor iets anders. Mentale jeuk. Een gedachte die irriteert en terug blijft komen en die je eigenlijk helemaal niet wilt denken. En toch tettert hij iedere keer door je hoofd. De kunst is om er niets mee te doen. De gedachte alleen is maar een gedachte. Hij wordt nog vele male vervelender als het een stroom van andere gedachten oproept. Misschien ben ik volgend jaar mijn baan wel kwijt, zo weinig wordt er nu in de zorg geïnvesteerd. Hoe moet het dan met de hypotheek? Waar kunnen we op bezuiniging? Kan ik dan nog wel naar de sportschool? Kunnen we dan nog wel hier blijven wonen....

Het is de kunst om een wig te drijven tussen de zinnen in je hoofd. Misschien ben ik volgend jaar mijn baan wel kwijt, zo weinig wordt er nu in de zorg geïnvesteerd. En dan niks. Geen gedachten die omvallen als dominosteentjes. Achter al die zinnen is ruimte. Alsof je een stukje blauwe lucht ziet tussen de wolken. Daar moet je zijn. Soms lukt dat alleen als je de gedachte er gewoon laat zijn. Het is een gedachte, het is jeuk. Vervelend maar onschuldig. Negeren helpt net zo goed als krabben heb ik gemerkt. Na een paar minuten mediteren was ik mijn jeuk vergeten.

dinsdag 22 januari 2013

Potloodlijntjes

In groep acht vroeg mijn juffrouw ons waarom we allemaal potloodlijntjes gebruikten om dingen te tekenen. Het was niet zoals het in het echt was, volgens haar. Een mens heeft niet alleen randjes aan de buitenkant, als een silhouet. Een mens is van binnen gevuld op zo'n manier dat er aan de buitenkant geen lijntje meer nodig is. Zo moest je ook tekenen, dan kwam je dichter bij de dingen zoals je ze ziet.
Twintig jaar later moet ik denken aan die opmerking van mijn juf. Dingen zijn meer dan hun omtrek, maar als ik nu een auto moest tekenen zou ik beginnen bij de randen. Het omkadert het geheel en maakt duidelijk dat  het een losstaand ding is in de tekening. Tegenwoordig teken ik zelden iets, maar op mijn eigen manier trek ik nog altijd potloodlijntjes. Ieder stempel dat ik in mijn hoofd ergens op druk is eigenlijk een potloodlijntje. Zo is de tafel waar ik nu aan zit een tafel. Op het moment dat ik hem als zodanig bestempel verdwijnt het echte ding en verschijnt het kader waarin ik het zet.
Onlangs las ik het boek van dr. Jill Bolte Taylor. Zij is een neurologe die een hersenbloeding kreeg en binnen een paar uur een groot deel van haar cognitieve vermogens op zag lossen. Dat bleek een probleem te zijn. Ze moest gaan zoeken in haar hoofd naar de betekenis van de dingen die mensen tegen haar zeiden. Tegelijkertijd was ze terechtgekomen in een eeuwig nu, waarin ze volmaakt gelukkig was. Er was geen gisteren of morgen meer, want gisteren en morgen zijn slechts begrippen die we hanteren om ons leven te plannen en te overzien. Ook had ze het gevoel dat zij niet een ding met grenzen was, maar dat ze doorstroomde in alles om haar heen.  dr. Jill Bolte Taylor deed er acht jaar over om helemaal te herstellen. Ze beschrijft haar beleving van de dingen in haar boek en legt uit dat haar linker hersenhelft het zwaarst getroffen was. In die hersenhelft zetelen de taalcentra, het ego en al het andere dat je nodig hebt om in te delen, te structuren en potloodlijntjes te zetten. Zonder potloodlijntjes bleek ze volmaakt gelukkig en helaas ook hulpeloos als een baby.
Natuurlijk is het noodzakelijk om dingen af te kaderen en in te delen in categorieën. Het scheelt tijd. Als we iedere tafel moeten beschrijven aan de hand van zijn specifieke eigenschappen om te begrijpen waar hij voor dient.... nou ja. We zouden niet meer aan leven toekomen. Tegelijkertijd is het indelen en categoriseren ook iets wat de werkelijkheid vervormt. Is een moslim in eerste instantie een moslim of eerder gewoon een mens?   Indelen is gevaarlijk. Het is de moeite waard om soms actief te proberen niets in te delen en je natuurlijke neiging daartoe stop te zetten. Je wordt er gelukkig van en vol van mededogen. En je ziet in dat potloodlijntjes alleen bestaan op het papier in je hoofd.

(dr. Jill Bolte Taylor, Onverwacht inzicht)