Wanneer is het goed om je emoties serieus te nemen en wanneer niet? Soms kunnen je emoties je belangrijke dingen vertellen. Veel mensen die iets moeilijks hebben meegemaakt, drukken het gevoel weg, waarna ze er na jaren alsnog last van krijgen. Het blijft altijd in het lichaam zitten, is de boodschap van Alice Miller in haar boek 'The body never lies'. En vanuit dat lichaam komt het weer omhoog, uit het zich in ziektes of spanningen, en zul je het uiteindelijk onder ogen moeten zien. Alice Miller schrijft vooral over mensen die in hun jeugd verwaarloosd, mishandeld of gewoon niet gezien zijn door hun ouders.
Vanuit het boeddhisme wordt er anders tegen emoties aangekeken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen heilzame en niet-heilzame emoties. De kunst is de heilzame te voeden en op te laten bloeien en de niet-heilzame te laten verdorren. Je zou dit kunnen opvatten als het wegstoppen en niet toelaten van negatieve emoties, iets waar in de Westerse psychologie weer heel anders mee wordt omgegaan. Negatieve emoties komen ergens vandaan, bijvoorbeeld uit je jeugd, en moeten uitgeplozen en verwerkt worden.
Persoonlijk denk ik dat voor beide zienswijzen iets te zeggen valt. De mensen die Alice Miller beschrijft zijn vaak niet in staat gesteld een solide basis op te bouwen, een persoonlijkheid die er ligt als een stevig fundament om je leven op te bouwen. Ze zijn van jongs af aan bekritiseerd door hun ouders en hebben geleerd dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze zijn. Het gedrag dat daaruit volgt blijft een groot deel van de relaties kenmerken die ze de rest van hun leven aanknopen. Om daar uit te komen zul je die diep weggestopte emoties uit je kindertijd onder ogen moeten zien, anders blijf je onbewust altijd naar de pijpen van je ongelukkige kindertijd dansen. Neem je emoties serieus en doe er iets mee, is dan het credo.
Maar welke negatieve emoties moet je nou wél en welke niet verwerken? Tenslotte heeft iedereen wel ergens een beschadiging opgelopen in zijn kindertijd, iets wat je gedrag tot op de dag van vandaag bepaalt. Ben je door te mediteren aan het leren los te laten, of ben je iets weg aan het drukken dat altijd weer de kop zal opsteken?
Misschien ligt het antwoord in een vraag die je jezelf kunt stellen. Hoe solide voelt mijn fundament aan? Als ik mezelf die vraag eerlijk stel, voel ik automatisch dat mijn fundament goed is. Ik hoef er niet over na te denken, sterker nog: het nadenken belemmert juist het geven van het juiste antwoord. Het is dat kalme gevoel in mijn middenrif wanneer ik me op mijn ademhaling richt. Ik sta er beter mee in contact omdat ik mediteer, maar ik ben ervan overtuigd dat het er altijd is geweest. De mensen die liever geen contact maken met wat ze binnenin voelen, zijn meestal ook degenen met een zwakker fundament. In dat geval heeft de Westerse psychologie ze misschien meer te bieden dan al die Oosterse wijsheden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten