Wat is er te zeggen over iets dat niet in woorden uit te drukken is? Over woorden en de ontoereikendheid daarvan heb ik al vaker geschreven. Alhoewel ze ongeschikt zijn om de werkelijkheid te duiden, houd ik van woorden. Ik dacht vandaag aan Wittgenstein en Russel en hun poging om een taal te maken waarin geen misverstand meer kan bestaan. Een taal die zo duidelijk en eenduidig is als wiskunde, waarmee we een werkelijkheid kunnen bouwen waar iedereen het mee eens is. Dat zou aardig wat conflicten schelen. Gelukkig zijn Wittgenstein en Russel niet in hun poging geslaagd. Hun project zou alleen tot een succes zijn uitgegroeid als wij ons allemaal exact hetzelfde stel hersens hadden aangemeten. En dan zouden we allemaal precies hetzelfde moeten meemaken, om niet razendsnel uit elkaar te groeien. We zouden robots moeten zijn. En binnen korte tijd zouden we communiceren in enen en nullen, want dat is wel zo efficiënt. Weg taal, weg creativiteit.
Taal is dynamisch en de betekenis ervan wordt mede bepaald door de context waarin iets gezegd of geschreven wordt. Dat maakt het juist zo leuk. Zonder de flexibiliteit van taal zouden we nauwelijks meer grappen kunnen maken. Met taal kun je alle kanten op. Het nadeel is dat het veel moeilijker wordt om datgene wat iemand zegt precies zo te begrijpen zoals diegene het bedoelt, wat niet zelden tot een misverstand - of erger - leidt. Religieuze conflicten zijn daar een voorbeeld van. Wat bedoelen we eigenlijk met 'God'? Ik werd onlangs op straat aangesproken door iemand die eens een goed gesprek over God met me wilde hebben. Hij wilde ook graag weten of ik niet vaker het 'goede' wilde doen en minder vaak het 'kwade'. Toen ik hem zei dat dit slechts twee woorden zijn die alleen in zijn hoofd bestaan en in de werkelijkheid nergens zijn te vinden, begreep hij niets van me. Hij herhaalde wat hij zei en voegde daar zelfs aan toe dat als ik voor de hemelpoort zou staan ik toch wel anders piepen zou. Ik ben uiteindelijk maar weggelopen, om een oorlog te voorkomen.
Zoals Wittgenstein al zei: waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen. Misschien dat dat de reden is dat er in kloosters - zowel christelijke als boeddhistische - zo vaak gezwegen wordt. Bidden of mediteren, het gebeurt allemaal in stilte. Met taal kan er alleen een omtrek geschetst worden, nooit de kern. Vandaar dat je af en toe een tijdje je mond moet houden. Dan komt de kern weer in beeld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten