Er waren momenten dat al die doelen te zwaar op mijn schouders drukten. Ze verlamden me omdat ik ze continu voor ogen hield. Het was alsof ik alles half deed - één boek lezen over hersenwerking in plaats van allemaal, een verhaal schrijven in plaats van een roman of een hele week sportschool overslaan. De boodschap die ik mezelf zowel bewust als onbewust gaf: het is niet goed genoeg, je doet te weinig, zo bereik je je doelen nooit. Laten we zeggen dat ik een beetje een haat-liefde verhouding met mijn doelen kreeg. Ik wilde ze nog fanatieker nastreven, maar juist door ze altijd al na te streven en continu het gevoel te hebben daarin te falen, ging ik ze mijden. Ik vergat waarom dit eigenlijk mijn doelen waren en verzandde vaak in een doelloze invulling van mijn vrije tijd (games/internet...), die mijn stemming geen goed deed.
Nu kan ik me anders tot mijn doelen verhouden. Ze slokken me wat minder op dan ze voorheen deden. Ik kan er met iets meer afstand naar kijken en gemakkelijker het een en dan weer het ander nastreven zonder gefrustreerd te raken en het gevoel te hebben dat ik niet genoeg bereik. Je zou kunnen zeggen dat het Chinese spreekwoord 'De weg is het doel' eindelijk goed tot me doorgedrongen is. Het is prima om doelen na te streven, maar het zijn niet je doelen die je tot jezelf maken. Pas met de acceptatie dat je hier en nu oké bent, dat ik geen doelen hoef te hebben, kan ik ontspannen mijn doelen nastreven. Het is paradoxaal, maar sinds ik er zo in kan staan bereik ik veel meer dan voorheen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten