Hoeveel mensenlevens zitten er verborgen in een schroef? Misschien wel miljoenen, dacht ik. Hoe lang heeft de mensheid erover gedaan voordat ze doorhad dat met gloeiend heet vuur ijzer gesmolten kan worden? En dat het daarna in een vorm gegoten kan worden, een vorm die behouden blijft als het ijzer afgekoeld is? Alleen dat moet al de arbeid en het denkwerk van tienduizenden levens hebben gekost. Wanneer er niemand is om je dat te leren, moet je er bij toeval op stuiten of heel veel proberen tot er iets uitkomt waar je wat aan hebt. De kopertijd duurde niet voor niets meer dan tweeduizend jaar. Pas toen kreeg men door dat er ook nog zoiets als 'ijzer' bestond. De schroef die ik vasthield was van roestvrij staal, dat pas aan het begin van de vorige eeuw werd uitgevonden. En dan de vorm van de schroef. Een staafje van vier millimeter dik met gelijkmatig schroefdraad, zodat de schroef zich vastdraait in het hout. Een vierkante punt voor een zelfborend effect en de laatste anderhalve centimeter zonder schroefdraad, zodat de schroef gemakkelijk naar binnen blijft glijden als de weerstand die het schroefdraad in het hout geeft toeneemt. Om nog maar te zwijgen van de stervormige torxkop, die de kracht van de schroevendraaier perfect overbrengt. Hoeveel levens zitten er in alle geweldige uitvindingen die deze schroef mogelijk maakten?
Ik schroefde dapper verder, mezelf een tijdlang verwonderend bij iedere schroef die ik naar binnen draaide.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten