Creativiteit en hoe dat werkt is al sinds lange tijd een interesse van me. Niet het soort creativiteit van het mooi inkleuren van een kleurplaat, maar juist de manier waarop je tot ideeën komt die buiten de lijntjes liggen. Jaren geleden bedacht ik dat creativiteit alleen kan bloeien als je mentaal in staat bent te gaan naar een plek zonder regels. Niets is raar en iedere impuls die bij je opkomt het onderzoeken waard. Sinds mijn recentere zen- en mindfulnessbeoefening zie ik steeds meer overeenkomsten tussen de voorwaarden voor creativiteit en het in-het-moment-zijn dat bij meditatie hoort. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat meditatie zeer behulpzaam kan zijn voor het tot bloei laten komen van je creativiteit.
Sinds een jaar of elf schrijf ik regelmatig proza en nu en dan poëzie. Een van de grootste blokkades die ik daarbij tegengekomen ben zijn de gedachtestromen die opkomen wanneer ik me voorstel hoe anderen mijn werk zullen ontvangen. Die gedachten gaan van megalomane voorstellingen over bestsellers en nobelprijzen tot het beeld van een toekomstige ik die zich na iedere afwijzing des te meer realiseert dat hij een illusie nagejaagd heeft. Deze gedachten helpen niet. Ik schrijf er niets méér door, eerder minder, en wat ik schrijf is meestal van erbarmelijke kwaliteit, of ik nu vanuit mijn grootheidswaanzin of vanuit mijn minderwaardigheidsgevoel schrijf. Het schrijven is te doelgericht, te veel voor iets in de toekomst, voor het beschermen van mijn ego en voor iets dat buiten de kaders van het verhaal ligt. Creativiteit moet zo min mogelijk een doel dienen. Wanneer er een doel is verschijnen er kaders, een engte die de blik vernauwt en de hartslag laat stijgen. Creativiteit moet juist ruimte hebben, het moet van alle kanten kunnen komen en alle kanten op kunnen. Tegelijkertijd heeft dat iets paradoxaals, want creativiteit is dan wel vereist om een verhaal te kunnen schrijven, maar doelgerichtheid is dat ook. Anders zou je alleen maar schrijven, woord na woord, zin na zin, zonder dat het ooit ergens uitkomt. Proza gedragen door de golven van je creativiteit, stromend maar nergens heen stromend.
In feite kent schrijven dezelfde paradox als het beoefenen van meditatie. Je doet het altijd ergens voor. Je weet hoe gezond meditatie is, wat de voordelen zijn, hoe goed het kan voelen om je twintig minuten op je ademhaling en je lichamelijke beleving te richten. Toch is het gevaarlijk om die verwachting te hebben, om te verwachten dat het je goed gaat doen. Het gaat om het moment, wat zich ook aandient in dat moment, en het gewaar zijn daarvan. Geluk laat zich niet afdwingen, evenals creativiteit. In die acceptatie kunnen de meest creatieve momenten liggen, daar waar je ze niet kunt zoeken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten