Ergens op het werk kwam ik een verwijzing naar een onderzoek tegen dat inging op de emotieregulatie van kinderen die een normale hechting met hun ouders of opvoeders hadden. Het blijkt dat die kinderen de manier van omgaan met moeilijke zaken - zaken die heftige emoties kunnen oproepen - rechtstreeks kopiëren van hun ouders. Eigenlijk heel logisch, maar tegelijkertijd toch een eye-opener. Ik heb geen kinderen, maar ben op het werk wel een opvoeder en daarmee een identificatiefiguur voor jongeren. Hoe ik op het werk omga met bijvoorbeeld stress, kan dus een voorbeeld voor mijn cliënten zijn. Wellicht niet in die mate waarop hun ouders dat kunnen zijn, maar toch. Ieder beetje helpt.
Terwijl deze gedachten door mijn hoofd gingen, liep ik naar beneden en begon ik de keuken op te ruimen. Voor ik het wist gleed er een soepkom uit mijn vingers en spatte hij in stukken op de keukenvloer. Ik bekeek wat er in mij gebeurde en tot mijn verbazing gebeurde er helemaal niets. Ik baalde niet, ik voelde me niet schuldig of gejaagd, niets. Het enige dat er in me opkwam was dat er af en toe iets kapot moest vallen, dat is nu eenmaal zoals het leven is. Ik kon zonder het geringste spoortje negativiteit de stukken porselein opvegen en weggooien. Het was gewoon jammer dat er geen cliënten in de buurt waren.
Later dacht ik terug aan dat dit voorval. Een kapotte soepkom is maar een kapotte soepkom natuurlijk, niet direct een grote reden om in paniek te raken. Toch lijken het mij de kleine dingen die dagelijks voorvallen waarmee je een voorbeeld kunt zijn. Tenslotte klettert er regelmatig iets naar beneden in je leven - in letterlijke of figuurlijke zin - en is het vrijwel altijd het beste om in alle rust de stukken bij elkaar te vegen.
Deemstering: tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt.
zondag 28 september 2014
donderdag 25 september 2014
Geluk bouwen
Wie streeft er geen geluk na? Volgens mij is er niemand die niet gelukkig wil zijn of wil worden. In die zin is het vreemd dat geluk moeilijk te omschrijven valt. Voor mij is het iets dat beweegt in mij, een levende kern die pulseert. Het liefst zou ik willen dat die kern volledig onafhankelijk is en dus niet door externe gebeurtenissen beïnvloed kan worden. Voorlopig blijft dat iets om naar te streven, want ik merk dat die kern wel degelijk verandert als ik iets vervelends meemaak of zelfs maar een onprettige gedachte heb. Dat ik een groot deel van de dag het lijntje van mijn hoofd naar die kern in stand weet te houden is al heel veel winst ten opzichte van een paar jaar geleden. Toen wist ik niet eens dat die kern er was.
Terug naar geluk. De laatste tijd doe ik vaker een hartmeditatie. Dat is een meditatie waarbij je je concentreert op de hartstreek en als het ware 'door je hart ademt' (alhoewel dit qua fysiologie natuurlijk niet echt mogelijk is). Terwijl je dat doet, wens je jezelf geluk, vrede, geduld of wat dan ook toe op. Het is een vorm van meditatie die op mij in eerste instantie nogal zweverig overkwam - tot ik het probeerde. Vreemd genoeg was het alsof de woorden die in mijn hoofd klonken echt iets deden in mijn lijf. Golven van geluk stroomden op het ritme van mijn ademhaling door me heen en iedere golf kwam aan bij de kern en maakte hem keer op keer ietsje steviger en sterker.
Wat ik hiervan leer is dat datgene wat je denkt over jezelf uitmaakt. Bewust vriendelijk voor jezelf zijn in gedachten doet iets, het verandert iets. Het maakt mij in ieder geval gelukkiger met wie ik ben, het maakt mijn kern steviger en wellicht dat die negatieve gedachten of gebeurtenissen waar ik in het begin over schreef nu al minder grip op me hebben. Wat in eerste instantie een vage new-age achtige methode leek te zijn, is bij nader inzien gewoon een manier om aan je geluk te bouwen, tot er geen storm meer is die het bouwwerk om kan blazen.
Terug naar geluk. De laatste tijd doe ik vaker een hartmeditatie. Dat is een meditatie waarbij je je concentreert op de hartstreek en als het ware 'door je hart ademt' (alhoewel dit qua fysiologie natuurlijk niet echt mogelijk is). Terwijl je dat doet, wens je jezelf geluk, vrede, geduld of wat dan ook toe op. Het is een vorm van meditatie die op mij in eerste instantie nogal zweverig overkwam - tot ik het probeerde. Vreemd genoeg was het alsof de woorden die in mijn hoofd klonken echt iets deden in mijn lijf. Golven van geluk stroomden op het ritme van mijn ademhaling door me heen en iedere golf kwam aan bij de kern en maakte hem keer op keer ietsje steviger en sterker.
Wat ik hiervan leer is dat datgene wat je denkt over jezelf uitmaakt. Bewust vriendelijk voor jezelf zijn in gedachten doet iets, het verandert iets. Het maakt mij in ieder geval gelukkiger met wie ik ben, het maakt mijn kern steviger en wellicht dat die negatieve gedachten of gebeurtenissen waar ik in het begin over schreef nu al minder grip op me hebben. Wat in eerste instantie een vage new-age achtige methode leek te zijn, is bij nader inzien gewoon een manier om aan je geluk te bouwen, tot er geen storm meer is die het bouwwerk om kan blazen.
woensdag 17 september 2014
Beren op de weg
Mijn brein is blijven denken over positieve en negatieve emoties sinds ik mijn vorige bericht schreef. Natuurlijk is het allemaal niet zo eenvoudig als alleen 'het uitbreiden van ons vocabulaire wat betreft positieve emoties'. Er kwam gisteren een brokje kennis omhoog dat ik ooit opgedaan had in het eerste jaar van mijn studie psychologie: onze hersens zijn veel meer gericht op al datgene wat negatief is dan op de positieve zaken. We zijn geneigd negatieve belevenissen langer en beter te onthouden en de positieve eerder te vergeten. Vanuit evolutionair oogpunt is het vrij gemakkelijk te verklaren waarom we dit doen. Negatieve zaken waren vroeger veel sneller levensbedreigend en aldus loont het de moeite ze te onthouden en ervoor te vrezen. Je richten op het positieve bracht misschien wel meer geluk, maar als je daardoor net iets minder hard wegrende voor die holenbeer dan werden je kansen op een gezond nageslacht - en zo het doorgeven van die positieve genen - aanzienlijk verkleind.
Onze focus op het negatieve is in de huidige maatschappij een blok aan het been. Directe bedreigingen waar we hard voor moeten wegrennen om ons leven te redden zijn zeldzaam geworden. De holenbeer die ons met één klap kon doden, is veranderd in een bedreiging als 'onzekerheid over je baan'. De piek van adrenaline die ervoor zorgde dat we nog net ietsje harder renden, wordt tegenwoordig afgetopt en uitgesmeerd over weken of maanden van onzekerheid en tobben - een blok dat je tot je eigen ergernis altijd met je meesleept. Niet voor niets wordt stress het probleem van deze tijd genoemd. Het voelt vervelend, het is ongezond en meestal hebben we er niets aan.
Het is moeilijk om al die om aandacht zeurende zorgen in je hoofd te negeren en je te richten op wat wel goed gaat, maar als we ons alleen maar proberen te bedenken dat ons hoofd geprogrammeerd is om altijd te zoeken naar die beren verderop op de weg, terwijl we blind zijn voor wat er om ons heen voor moois te zien is, dan gaat het al ietsje beter. In mijn geval blijkt meestal dat de beer die ik verderop had zien staan en met iedere stap groter had geleken, van dichtbij bekeken slechts een vacht was, een leeg omhulsel, door mijn eigen gedachten opgezet. Tenslotte zou een echte beer natuurlijk nooit zo stom zijn om middenin het zicht te gaan staan wachten op zijn prooi...
Onze focus op het negatieve is in de huidige maatschappij een blok aan het been. Directe bedreigingen waar we hard voor moeten wegrennen om ons leven te redden zijn zeldzaam geworden. De holenbeer die ons met één klap kon doden, is veranderd in een bedreiging als 'onzekerheid over je baan'. De piek van adrenaline die ervoor zorgde dat we nog net ietsje harder renden, wordt tegenwoordig afgetopt en uitgesmeerd over weken of maanden van onzekerheid en tobben - een blok dat je tot je eigen ergernis altijd met je meesleept. Niet voor niets wordt stress het probleem van deze tijd genoemd. Het voelt vervelend, het is ongezond en meestal hebben we er niets aan.
Het is moeilijk om al die om aandacht zeurende zorgen in je hoofd te negeren en je te richten op wat wel goed gaat, maar als we ons alleen maar proberen te bedenken dat ons hoofd geprogrammeerd is om altijd te zoeken naar die beren verderop op de weg, terwijl we blind zijn voor wat er om ons heen voor moois te zien is, dan gaat het al ietsje beter. In mijn geval blijkt meestal dat de beer die ik verderop had zien staan en met iedere stap groter had geleken, van dichtbij bekeken slechts een vacht was, een leeg omhulsel, door mijn eigen gedachten opgezet. Tenslotte zou een echte beer natuurlijk nooit zo stom zijn om middenin het zicht te gaan staan wachten op zijn prooi...
zondag 14 september 2014
Besmuitig
Onlangs moest ik iemand iets uitleggen over emoties. Ik pakte de theorie erbij en kwam erachter dat wij er vanuit gaan dat er vier basisemoties zijn, te noemen: blij, bedroefd, bang en boos. Onder deze vier hangen weer verschillende vormen van die emoties, maar in principe is alles terug te leiden tot deze vier. Wat me opviel was dat drie van de vier in de regel niet prettig zijn en slechts één dat wel is. Daarnaast schoot er door me heen dat wij veel meer woorden hebben om uiting te geven aan deze minder prettige emoties dan aan de prettige. Onder de noemer 'blij' stonden dingen als 'opgelucht', 'tevreden' en 'vrolijk'. De andere drie basisemoties hadden verpletterende vormen als 'eenzaamheid', 'afschuw' en 'furie' in hun gelederen. Ik probeerde nog meer vormen van blijdschap te bedenken, maar merkte dat mijn vocabulaire niet heel veel verder reikte dan woorden als 'vervoering', 'voldaan' en 'trots'. Blijkbaar zijn de negatieve emoties - in taalkundig opzicht althans - veruit in de meerderheid.
Omdat het mijn overtuiging is dat de manier waarop je denkt grotendeels bepalend is voor hoe gelukkig je bent, schrok ik van het gebrek aan woorden voor het omschrijven van de vele verschijningsvormen van blijdschap. Kent blijdschap niet veel meer verschillende divisies dan alleen diegenen waar we nu woorden voor hebben? Ik zou zeggen van wel, alhoewel ik ze logischerwijs niet met een enkel woord kan benoemen. Toch heb ik - sinds ik regelmatig op een meditatiematje zit - verschillende lagen van geluk bereikt waar ik voorheen nog niet mee bekend was. Diep verscholen in het lijf, onder dikke plakkaten van zorgen, angsten en andere negatieve gedachten en emoties, zit een rustig pulserende kern die niets dan vriendelijkheid en tevredenheid uitstraalt. De kunst is hem te vinden en ermee te leren werken, zodat hij een grotere rol in je leven gaat spelen. Ik vraag me daarom af of het niet de moeite loont om ons vocabulaire uit te breiden wat betreft blijdschap en geluk, of we niet meer woorden moeten vinden om te praten over positieve emoties, zodat we ze op die manier ook makkelijker kunnen cultiveren.
Het probleem in dezen is dat ik hier wel op kan schrijven dat ik me 'besmuitig' voel vandaag, maar dat geen mens dan weet waar ik het over heb...
Omdat het mijn overtuiging is dat de manier waarop je denkt grotendeels bepalend is voor hoe gelukkig je bent, schrok ik van het gebrek aan woorden voor het omschrijven van de vele verschijningsvormen van blijdschap. Kent blijdschap niet veel meer verschillende divisies dan alleen diegenen waar we nu woorden voor hebben? Ik zou zeggen van wel, alhoewel ik ze logischerwijs niet met een enkel woord kan benoemen. Toch heb ik - sinds ik regelmatig op een meditatiematje zit - verschillende lagen van geluk bereikt waar ik voorheen nog niet mee bekend was. Diep verscholen in het lijf, onder dikke plakkaten van zorgen, angsten en andere negatieve gedachten en emoties, zit een rustig pulserende kern die niets dan vriendelijkheid en tevredenheid uitstraalt. De kunst is hem te vinden en ermee te leren werken, zodat hij een grotere rol in je leven gaat spelen. Ik vraag me daarom af of het niet de moeite loont om ons vocabulaire uit te breiden wat betreft blijdschap en geluk, of we niet meer woorden moeten vinden om te praten over positieve emoties, zodat we ze op die manier ook makkelijker kunnen cultiveren.
Het probleem in dezen is dat ik hier wel op kan schrijven dat ik me 'besmuitig' voel vandaag, maar dat geen mens dan weet waar ik het over heb...
donderdag 19 juni 2014
Piramide
'But after all there was only the mystery of poverty that creates beings without names and without a past, that sends them into the vast throng of the nameless dead who made the world while they themselves where destroyed for ever.'
Uit 'The First Man', van Albert Camus
Deze zin liet me meteen beelden zien van enorme massa's mensen die me met holle ogen aankijken. Al diegenen die de afgelopen duizend jaar geploeterd en gezwoegd hebben om te kunnen overleven en gewerkt hebben aan de grootse prestaties van de mens, zonder er zelf ooit de vruchten van te hebben geplukt. Slaven uit Egypte die de piramides bouwden, werklui uit de industriële revolutie met roetvegen op hun zonverstoken gezichten en al diegenen uit naaiateliers of kolenmijnen verspreid over de wereld die ook nu nog zes dagen per week twaalf uur per dag moeten werken om het hoofd boven water te kunnen houden. Ze hebben geen keuze en kijken mij aan, terwijl ik van schaamte bijna niet terug durf te kijken. Hier sta ik dan, met mijn diploma's, mijn welvaart, mijn mogelijkheden en mijn twijfels over welke kant ik op moet. Ik kán vooruit. Bij hen is het meer een kwestie van behouden wat je hebt: je leven, een dak boven je hoofd en iets te eten `s avonds.
Toen Maslow zijn beroemde 'Piramide van behoeften' bedacht, had hij het over één individu dat in zijn leven alle lagen van de piramide moest doorlopen om tot 'zelfverwerkelijking' te komen, beginnend bij de basisbehoeften van voedsel en onderdak. Ik heb meer het gevoel dat de zelfverwerkelijking van één mens gebouwd is op de lijken van honderdduizend andere. Onze welvaart en eindeloze mogelijkheden tot zelfontplooiing, hoe was dat ooit mogelijk geweest zonder dat al die anderen de wereld zoals die nu is voor ons met hun blote handen uit het hardste steen gehouwen hadden?
http://nl.wikipedia.org/wiki/Piramide_van_Maslow
vrijdag 13 juni 2014
Landschap
Wat is een emotie? Net als bij gedachten, vraag ik me al langer af wat emoties nou precies zijn, niet in het minst omdat binnen mindfulness het onderscheid gemaakt wordt tussen gedachten, emoties en lichamelijke sensaties. Een gedachte kan ik plaatsen: die zit in mijn hoofd. Een lichamelijke sensatie zit in mijn lichaam; het is iets dat ik voelen kan. Pijn, spanning of een opgelucht gevoel zijn lichamelijke sensaties. Maar waar zit die emotie dan? Boosheid voel ik ook in mijn lichaam en gaat zeker gepaard met verschillende gedachten, net als blijdschap. Ik vraag me af of ik iemand anders zou kunnen vertellen dat ik blij ben, als ik dat niet eerst zelf opgemerkt had aan de hand van wat ik in mijn lichaam voel en wat ik denk. Kortom: is een emotie niet veeleer iets dat bestaat uit een verzameling lichamelijke sensaties en gedachten waar je vervolgens zelf een kader omheen zet? Het prettige gevoel dat ik vanuit mijn middenrif omhoog voel stromen, in combinatie met de gedachte: 'Ik heb mijn examen gehaald!', maakt dat ik weet dat ik blij ben. Hoe zou ik dat moeten weten zonder die signalen?
Door bovenstaand idee raak ik er steeds meer van overtuigd dat het onderscheid 'emotie' eigenlijk ondergeschikt is aan de andere twee. Gedachten en lichamelijke sensaties maken de emotie tot emotie, dus als het ene element uit onderdelen van de andere twee bestaat, zijn de andere twee een stuk basaler dan de laatste. Mensen met autisme zijn vaak beperkt in het herkennen van emoties bij zichzelf en bij anderen. Daarnaast is de mate waarin ze lichamelijke sensaties opmerken en kunnen duiden ook vaak beperkt. Misschien dat dit 'verminderde lichaamscontact' aan de basis staat van de moeite met emoties. Wanneer je je weg niet weet door het landschap dat al je lichamelijke sensaties kunnen vormen, weet je ook niet dat je deze bergketen 'blijdschap' kunt noemen, of dit moeras 'somber'. Een niet-autistisch brein kan met zijn gedachten makkelijker grenzen trekken in het lichamelijke landschap en gebieden benoemen tot emoties. Maar zelfs iemand die niet autistisch is, komt er niet meer uit als het heuvellandschap maar zeer geleidelijk overgaat in die bergketen. Wanneer wordt opgewekt precies euforisch?
Hoe vaak ervaren we op hetzelfde moment niet meerdere emoties die ook nog eens tegenstrijdig zijn? Wie weet sta je dan op die bergtop, maar kijk je uit over het weidse landschap, zie je het moeras, de steppe en de rivier. Misschien dat het op zo'n moment beter is te zwijgen over je emoties, ze niet proberen te duiden maar juist de grensoverscheidendheid van het moment te beleven en terug te keren naar het punt waar het allemaal vandaan komt: je lichaam in zijn pure vorm, zonder de kaders van je gedachten eromheen.
Door bovenstaand idee raak ik er steeds meer van overtuigd dat het onderscheid 'emotie' eigenlijk ondergeschikt is aan de andere twee. Gedachten en lichamelijke sensaties maken de emotie tot emotie, dus als het ene element uit onderdelen van de andere twee bestaat, zijn de andere twee een stuk basaler dan de laatste. Mensen met autisme zijn vaak beperkt in het herkennen van emoties bij zichzelf en bij anderen. Daarnaast is de mate waarin ze lichamelijke sensaties opmerken en kunnen duiden ook vaak beperkt. Misschien dat dit 'verminderde lichaamscontact' aan de basis staat van de moeite met emoties. Wanneer je je weg niet weet door het landschap dat al je lichamelijke sensaties kunnen vormen, weet je ook niet dat je deze bergketen 'blijdschap' kunt noemen, of dit moeras 'somber'. Een niet-autistisch brein kan met zijn gedachten makkelijker grenzen trekken in het lichamelijke landschap en gebieden benoemen tot emoties. Maar zelfs iemand die niet autistisch is, komt er niet meer uit als het heuvellandschap maar zeer geleidelijk overgaat in die bergketen. Wanneer wordt opgewekt precies euforisch?
Hoe vaak ervaren we op hetzelfde moment niet meerdere emoties die ook nog eens tegenstrijdig zijn? Wie weet sta je dan op die bergtop, maar kijk je uit over het weidse landschap, zie je het moeras, de steppe en de rivier. Misschien dat het op zo'n moment beter is te zwijgen over je emoties, ze niet proberen te duiden maar juist de grensoverscheidendheid van het moment te beleven en terug te keren naar het punt waar het allemaal vandaan komt: je lichaam in zijn pure vorm, zonder de kaders van je gedachten eromheen.
maandag 9 juni 2014
Het doel voorbij
Dit weekend heb ik boog geschoten. Niet op de gebruikelijke manier, maar meditatief. Dat betekent dat er speciale aandacht naar ieder onderdeel van het schieten gaat; het innemen van je positie, naar het doel kijken, de pijl op je boog leggen, aanspannen, richten en loslaten. En dan daarna weer tot rust komen, als je pijl trillend tot stilstand is gekomen in de roos, of een halve meter over het doel gevlogen is en zich verstopt heeft in het groen van een uitgestrekt weiland. Want het doel raken is niet belangrijk. Het gaat erom wat er omheen gebeurt, of je één bent met je lichaam en in het moment jezelf kunt vergeten, misschien zelfs één kunt worden met je boog, de pijl en je omgeving. Heel erg zen dus. En heel erg moeilijk, want alhoewel ik cognitief prima snap hoe het werkt, die zelfvergetelheid, blijft het oordeel de pijl toch altijd volgen. Te hoog, naast het doel, schouders te verkrampt en wanneer schiet ik nu eens écht raak? Ik wil er goed in zijn, ik wil dat doel raken, ik wil honderd pijlen achter elkaar schieten tot ik altijd raak schiet en dan wil ik nóg beter worden. Altijd vooruit, altijd bezig, altijd naar de toekomst terwijl je bedenkt wat je morgen beter moet doen dan gisteren. Best vermoeiend eigenlijk.
Dit weekend is er wel iets veranderd. Ik kan niet zeggen dat die zelfvergetelheid nu echt optrad of dat ik helemaal één met mijn omgeving was, maar na verloop van tijd werd het daadwerkelijk minder belangrijk of ik het doel wel of niet raakte. Niet op de manier van 'ik bedenk nu dat het al zondag is en het wel tijd wordt dat het minder belangrijk gaat zijn', maar écht minder belangrijk. Geen gevoel van falen of slagen meer, geen gedachten of oordelen. Voorbij woorden, veel dieper, voorbij dat moderne hersenstukje dat alles wil verklaren, analyseren en in hokjes stoppen, miljoenen jaren dieper naar een plek waar 'zijn' en 'doen' nog gelijk vallen. Je gaat daar staan, legt je pijl op de boog, spant aan en laat los. En dan haal je gewoon adem, verder niets. Als je het zo ziet lijkt het makkelijk, maar soms is gewoon ademhalen en verder niets het moeilijkste dat er is.
http://www.meditatiefboogschieten.org/
http://www.zenarnhem.nl/index.html
http://www.zenarnhem.nl/index.html
zondag 1 juni 2014
Tussendag
Ik sprak deze week met iemand over de mogelijkheid een extra dag te maken, tussen de andere dagen in. Laten we zeggen tussen 1 en 2 juni - zo stelde ik het voor -, gewoon om twaalf uur `s nachts die twee dagen uit elkaar trekken, zodat er een derde tussen past. Geen dag die op de kalender staat of die een ander ook meemaakt. Een dag voor jezelf ergens tussen de tijd, zodat je alles kunt doen waar je normaal gesproken niet aan toekomt. Zelf vond ik het een fantastisch idee. Mijn gesprekspartner keek me echter zo meewarig aan, dat ik gedwongen werd om mijn idee eens kritisch te bekijken.
Ik zal het moeten doen met wat gegeven is, zonder extra dagen, maar soms voelt dat gewoon te veel alsof ik koorddansend van dag tot dag ga, altijd maar net in evenwicht.
vrijdag 18 april 2014
Vragen
Is er weleens een moment dat ik me niet afvraag hoe volgende maand of volgend jaar eruit moet zien? Altijd plannen, waarvan de meeste maar half of helemaal niet gerealiseerd worden. Het leven is ingewikkeld. Moet ik minder gaan werken om zo meer vrije tijd over te houden, of moet ik evenveel - of zelfs méér - gaan werken zodat ik ooit meer vrijheid kopen kan? Ik weet het eenvoudigweg niet. Het voordeel van minder werken is dat ik vaker uit het raam kan kijken en de droesem van het jachtige leven wat kan laten zakken. Misschien dat dat voor mij 'geluk' is, zulke momenten. Maar de nummers op mijn bankrekening zijn onverbiddelijk. Het is niet alsof we dagelijks witte bonen in tomatensaus moeten eten, maar wat als [vul maar in], dan zou wat extra geld niet weg zijn. Alles kan gebeuren - gelukkig kan ik het meeste niet eens bedenken -, maar dan blijft er nog genoeg over om rekening mee te houden. De auto die kapot gaat, het huis dat verzakt of om de een of andere reden niet meer kunnen werken. Er is geen antwoord op de onzekerheid van de toekomst, maar toch zijn mijn gedachten daar voortdurend naar op zoek. Ik weet dat het me weerhoudt van geluk, hier en nu, maar het is moeilijk.
De meeste vragen blijven onbeantwoord en de echte vraag - de vraag die alle andere overbodig maakt - is of ik kan leven met het vraagteken. De tijd zal het leren.
De meeste vragen blijven onbeantwoord en de echte vraag - de vraag die alle andere overbodig maakt - is of ik kan leven met het vraagteken. De tijd zal het leren.
donderdag 16 januari 2014
Het ongeluk achtervolgt je
Een tijdlang sluimert er al een idee in mijn hoofd dat ik vandaag eens uit wil werken. Het is een idee dat bij een slechte uitleg zomaar verkeerd begrepen kan worden. Een idee dat op het randje is, tenzij je echt begrijpt wat ik bedoel.
Zowel binnen mijn werk als privé zie ik soms mensen bij wie het ongeluk ze lijkt te achtervolgen. Ze leven een leven dat getekend wordt door schulden, verslavingen, werkloosheid, mislukte relaties en zelfs ernstige ziekten. Sommige mensen lijken altijd pech te hebben. Hoe hard ze het ook proberen, het mislukt. Is het hun eigen schuld dat dit ze allemaal overkomt, of zijn ze misschien vervloekt?
Wat me opvalt wanneer ik mensen zie vanuit mijn werk als hulpverlener of op tv bij programma's waarin mensen geholpen worden, is dat een aantal van hen keer op keer de verkeerde beslissingen neemt. Beslissingen die er bij een ander voor zorgen dat de alarmen gaan loeien, worden bij deze mensen achteloos genomen, alsof er geen stem in hun hoofd is die ze vertelt wat wijsheid is en wat niet. Een duur abonnement dat je niet echt nodig hebt kun je best afsluiten, ook al sta je al iedere maand rood. En nee van een extra fles wijn vanavond lost je probleem niet op, het wordt er alleen maar erger van. Misschien is het ook niet slim om weer een kind te krijgen met een partner die je pas een halfjaar kent. Iedereen kan bedenken dat dit niet handig is, maar waarom gebeurt het dan toch?
Mijn idee is dat wanneer je niet weet hoe je beslissingen moet maken, je continu de verkeerde maakt. De aanzet tot dat idee heb ik al beschreven in de berichten 'Fundament' en 'Gevoel'. Het komt erop neer dat je aan beslissingen altijd een gevoelswaarde toekent, iets dat je op gevoelsmatig nivo vertelt wat het je gaat opleveren. Maar wanneer je op jonge leeftijd hebt geleerd dat 'voelen' niet zo leuk is, dat je dat beter weg kunt stoppen en kunt overladen met gedachten of afleiding in de vorm van verslavingen of ander destructief gedrag, dan sta je niet goed in contact met dat gevoel. Het probeert je iets te vertellen, maar je weet niet hoe je moet luisteren. Of je bent op zeer jonge leeftijd zo beschadigd dat er vanuit je lichaam überhaupt weinig verteld wordt. Je fundament is dan verkeerd opgebouwd, omdat er niemand in je leven was die je heeft laten zien hoe je dat doet. Wat je nog rest is dingen tegen elkaar afwegen om een beslissing te maken, woorden die gemakkelijk vervliegen of waar je weer allerlei andere woorden tegen in stelling kunt brengen.
Om terug te komen op de vraag of het een vloek is of je eigen schuld dat dit je allemaal overkomt: de vloek zit hem altijd in wat er vroeger is gebeurd. Daar kon je niets aan doen. Je sloot toen eenvoudigweg de weg naar je gevoel af, omdat het op korte termijn de beste optie was. Het deed te veel pijn om erbij stil te staan en er was geen sterke opvoeder die je op weg hielp. Daarmee leerde je iets af dat op lange termijn een vloek werd: het vermogen om op je gevoel te vertrouwen en daarmee het vermogen om beslissingen te nemen die goed voor je zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dit is waar veel mensen last van hebben en wat hun leven voor altijd tekent. En het ergste is dat het niet alleen hierbij blijft. Hoe moet je aan je kinderen doorgeven, wat je zelf niet kunt? Hoe geef je je kinderen een sterk fundament, een gevoel van 'ik mag er zijn, ik ben goed zoals ik ben', wanneer je dat zelf niet hebt? Zo wordt het een vicieuze cirkel, een vloek die van generatie op generatie wordt overgegeven.
Stilstaan bij je lichaam en bij je gevoel kun je ook op latere leeftijd nog leren. Meditatie, yoga en bepaalde hulpverlenersmethodieken spelen hierop in. Soms kan die vicieuze cirkel worden doorbroken en laat je het ongeluk ver achter je.
Zowel binnen mijn werk als privé zie ik soms mensen bij wie het ongeluk ze lijkt te achtervolgen. Ze leven een leven dat getekend wordt door schulden, verslavingen, werkloosheid, mislukte relaties en zelfs ernstige ziekten. Sommige mensen lijken altijd pech te hebben. Hoe hard ze het ook proberen, het mislukt. Is het hun eigen schuld dat dit ze allemaal overkomt, of zijn ze misschien vervloekt?
Wat me opvalt wanneer ik mensen zie vanuit mijn werk als hulpverlener of op tv bij programma's waarin mensen geholpen worden, is dat een aantal van hen keer op keer de verkeerde beslissingen neemt. Beslissingen die er bij een ander voor zorgen dat de alarmen gaan loeien, worden bij deze mensen achteloos genomen, alsof er geen stem in hun hoofd is die ze vertelt wat wijsheid is en wat niet. Een duur abonnement dat je niet echt nodig hebt kun je best afsluiten, ook al sta je al iedere maand rood. En nee van een extra fles wijn vanavond lost je probleem niet op, het wordt er alleen maar erger van. Misschien is het ook niet slim om weer een kind te krijgen met een partner die je pas een halfjaar kent. Iedereen kan bedenken dat dit niet handig is, maar waarom gebeurt het dan toch?
Mijn idee is dat wanneer je niet weet hoe je beslissingen moet maken, je continu de verkeerde maakt. De aanzet tot dat idee heb ik al beschreven in de berichten 'Fundament' en 'Gevoel'. Het komt erop neer dat je aan beslissingen altijd een gevoelswaarde toekent, iets dat je op gevoelsmatig nivo vertelt wat het je gaat opleveren. Maar wanneer je op jonge leeftijd hebt geleerd dat 'voelen' niet zo leuk is, dat je dat beter weg kunt stoppen en kunt overladen met gedachten of afleiding in de vorm van verslavingen of ander destructief gedrag, dan sta je niet goed in contact met dat gevoel. Het probeert je iets te vertellen, maar je weet niet hoe je moet luisteren. Of je bent op zeer jonge leeftijd zo beschadigd dat er vanuit je lichaam überhaupt weinig verteld wordt. Je fundament is dan verkeerd opgebouwd, omdat er niemand in je leven was die je heeft laten zien hoe je dat doet. Wat je nog rest is dingen tegen elkaar afwegen om een beslissing te maken, woorden die gemakkelijk vervliegen of waar je weer allerlei andere woorden tegen in stelling kunt brengen.
Om terug te komen op de vraag of het een vloek is of je eigen schuld dat dit je allemaal overkomt: de vloek zit hem altijd in wat er vroeger is gebeurd. Daar kon je niets aan doen. Je sloot toen eenvoudigweg de weg naar je gevoel af, omdat het op korte termijn de beste optie was. Het deed te veel pijn om erbij stil te staan en er was geen sterke opvoeder die je op weg hielp. Daarmee leerde je iets af dat op lange termijn een vloek werd: het vermogen om op je gevoel te vertrouwen en daarmee het vermogen om beslissingen te nemen die goed voor je zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dit is waar veel mensen last van hebben en wat hun leven voor altijd tekent. En het ergste is dat het niet alleen hierbij blijft. Hoe moet je aan je kinderen doorgeven, wat je zelf niet kunt? Hoe geef je je kinderen een sterk fundament, een gevoel van 'ik mag er zijn, ik ben goed zoals ik ben', wanneer je dat zelf niet hebt? Zo wordt het een vicieuze cirkel, een vloek die van generatie op generatie wordt overgegeven.
Stilstaan bij je lichaam en bij je gevoel kun je ook op latere leeftijd nog leren. Meditatie, yoga en bepaalde hulpverlenersmethodieken spelen hierop in. Soms kan die vicieuze cirkel worden doorbroken en laat je het ongeluk ver achter je.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
