woensdag 17 september 2014

Beren op de weg

Mijn brein is blijven denken over positieve en negatieve emoties sinds ik mijn vorige bericht schreef. Natuurlijk is het allemaal niet zo eenvoudig als alleen 'het uitbreiden van ons vocabulaire wat betreft positieve emoties'. Er kwam gisteren een brokje kennis omhoog dat ik ooit opgedaan had in het eerste jaar van mijn studie psychologie: onze hersens zijn veel meer gericht op al datgene wat negatief is dan op de positieve zaken. We zijn geneigd negatieve belevenissen langer en beter te onthouden en de positieve eerder te vergeten. Vanuit evolutionair oogpunt is het vrij gemakkelijk te verklaren waarom we dit doen. Negatieve zaken waren vroeger veel sneller levensbedreigend en aldus loont het de moeite ze te onthouden en ervoor te vrezen. Je richten op het positieve bracht misschien wel meer geluk, maar als je daardoor net iets minder hard wegrende voor die holenbeer dan werden je kansen op een gezond nageslacht - en zo het doorgeven van die positieve genen - aanzienlijk verkleind.

Onze focus op het negatieve is in de huidige maatschappij een blok aan het been. Directe bedreigingen waar we hard voor moeten wegrennen om ons leven te redden zijn zeldzaam geworden. De holenbeer die ons met één klap kon doden, is veranderd in een bedreiging als 'onzekerheid over je baan'. De piek van adrenaline die ervoor zorgde dat we nog net ietsje harder renden, wordt tegenwoordig afgetopt en uitgesmeerd over weken of maanden van onzekerheid en tobben - een blok dat je tot je eigen ergernis altijd met je meesleept. Niet voor niets wordt stress het probleem van deze tijd genoemd. Het voelt vervelend, het is ongezond en meestal hebben we er niets aan.

Het is moeilijk om al die om aandacht zeurende zorgen in je hoofd te negeren en je te richten op wat wel goed gaat, maar als we ons alleen maar proberen te bedenken dat ons hoofd geprogrammeerd is om altijd te zoeken naar die beren verderop op de weg, terwijl we blind zijn voor wat er om ons heen voor moois te zien is, dan gaat het al ietsje beter. In mijn geval blijkt meestal dat de beer die ik verderop had zien staan en met iedere stap groter had geleken, van dichtbij bekeken slechts een vacht was, een leeg omhulsel, door mijn eigen gedachten opgezet. Tenslotte zou een echte beer natuurlijk nooit zo stom zijn om middenin het zicht te gaan staan wachten op zijn prooi...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten