Over woorden kan ik lang nadenken. Gewoon woorden. Wat ze zijn en wat ze doen. Met woorden kun je bouwen. Zinnen, verhalen, een zelfbeeld of een ander abstracte idee. In die zin ben ik een architect, net als iedereen. Ik bouw voortdurend iets van alles dat ik zie en meemaak: een huis waar ik de werkelijkheid vanuit bezie. Mijn huis is een klushuis. Naarmate ik ouder word besteed ik vooral tijd aan de afwerking, maar soms plaats ik - radicaal - een uitbouw of sloop ik een dakkapel eraf. Het zou niet meevallen om het ooit helemaal tegen de vlakte te gooien, alleen de fundering laten staan en een heel nieuw huis opbouwen. Je zou kunnen zeggen dat iemand die plots in god gaat geloven een heel nieuw huis bouwt op de oude palen. Een totaal nieuwe blik op het leven. Ik denk niet dat ik dat ooit ga doen, maar wie weet. Als ik het zou verwachten zou er eigenlijk nu al nieuwbouw plaatsvinden. Een erker van verwachting aan je oude huis, die je laat staan als je de rest afbreekt.
Het is wel prettig om je voor te stellen dat jouw huis het stevigst is, dat je altijd veilig en comfortabel naar buiten kunt kijken. Maar als je ooit naar buiten zou gaan zou je zien dat de muren toch wat minder dik lijken te zijn dan van binnen af bezien. Andere woorden kunnen het ineen doen storten. De meeste mensen gaan echter niet naar buiten. Die proberen alleen maar van binnenuit hun huis te verstevigen. Ze gebruiken bijvoorbeeld de populaire bouwstijl 'religie' als basis. Dat zijn huizen met maar één raampartij en die kijkt altijd op de kerk uit. Tegelijkertijd zijn er mensen die atheïsme in hun huis verwerken. Alhoewel ik daar zelf gebruik maak, is het een wat saaie stijl die weinig opsmuk duldt. En om de een of andere reden komt er altijd water door het dak. Zo is het altijd wat.
Waarom bouwen we deze huizen eigenlijk? Omdat we woorden hebben en het nu eenmaal kan? Om ons te beschermen tegen de moeilijke dingen in het leven, de regen en de wind of de brandende zon? Geen enkel woord is voor altijd bestand tegen de elementen. Zelfs als je een bliksemafleider - zoals 'hiernamaals' - op je dak plaatst, kun je door de bliksem worden getroffen. En hoe kunnen die elf letters van 'hiernamaals' je dan beschermen tegen de kracht van de natuur? Het heeft geen zin. Je kunt wel constant aan je huis werken om alles veilig en op orde te krijgen, maar dat betekent dat je nooit rust zult hebben. Altijd in de weer met kwasten of een boormachine. En dat voor een huis dat onherroepelijk in zal storten. Misschien niet nu, maar ooit zeker. Tenslotte zijn de muren dunner dan je denkt.
Wat gebeurt er als je de woorden laat gaan? Als je gewoon gaat zitten in je huis en kijkt hoe het behang van de muren krult, de kozijnen wegrotten en de muren langzaam afbrokkelen? Je zult op je handen moeten gaan zitten om je te bedwingen op te ruimen en opnieuw te gaan bouwen. Zitten tot er er geen muur meer overeind staat. Dan heb je vrij uitzicht naar alle kanten.
Ik probeer al een tijdje op mijn handen te blijven zitten. Dat valt niet mee. Zo'n huis stort maar heel langzaam in. Het is een proeve in zelfbeheersing en geduld. Tot nu toe is er alleen nog maar een raam uit de sponning gevallen - omdat ik het niet goed vastgemaakt had. De wind heeft vrij spel en soms regent het naar binnen. In het begin had ik het stervenskoud, maar na een tijdje ging dat weg. De woorden om de kou te beschrijven waren door het raam gevlogen en verdwenen. Ze hebben een stukje van het 'zelf' meegenomen, het stukje dat kou kan lijden. Zo heeft het probleem zichzelf opgelost.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten