Wanneer ik mediteer, kijk ik vijfentwintig minuten lang naar de vloer. Soms vergeet ik dat ik daarnaar kijk en soms ga ik wazig zien - dan vergeet ik waarschijnlijk dat ik ogen heb. Deze week gebeurde er iets vreemds tijdens mijn meditatie. Na een minuut of tien gezeten te hebben, zag ik het gezicht van de duivel naar voren komen. Hij zat daar in het houtpatroon en keek me aan alsof hij me iets duidelijk moest maken. Misschien was hij daar door god geplaatst als hint: het pad dat je volgt is het pad van de duivel. Stop met zenmeditatie en alles wat daarbij hoort en bekeer je tot het ware geloof. Stop voordat het te laat is en de duivel zich definitief in je genesteld heeft. Ik had me op dat moment moeten bekeren. Dan had ik nu het verhaal van mijn openbaring met de wereld kunnen delen. Ik zou dan zelfs mijn zolderkamer tot een bedevaartsoord kunnen maken en voortaan van de entreegelden kunnen leven.
In plaats van mijn meditatiehouding in een loof-de-heer houding te veranderen, ben ik blijven zitten. Ik bleef kijken naar het gezicht van de duivel en realiseerde me plotseling dat het niet het hele gezicht was. Ik zag alleen de linkerhelft. Het gezicht werd doormidden gekliefd doordat de vloerplank met het houtpatroon ophield en er een nieuwe plank begon. Desalniettemin had ik de duivel gezien. Hoe langer ik bleef kijken en bleef proberen terug te keren naar het zien van een betekenisloos houtpatroon, hoe meer het gezicht - ook al was het maar de helft - zich in mijn hoofd wist te nestelen. Ik kreeg het niet meer weg. Het zou het werk van de duivel kunnen zijn, als ik niet wist dat het nu eenmaal moeilijk is om een eenmaal gegeven betekenis weer uit te wissen.
Uiteindelijk wist ik door te dringen. Niet terug naar hoe het was toen ik nog niets zag in de vloer, maar erdoorheen. Ik realiseerde me dat het niet eens echt hout was. Het was laminaat. Iets van kunststof, gemaakt in een fabriek. Gemaakt van miljarden moleculen, die weer van nog meer atomen gemaakt waren. En daarin zat protonen, elektronen en misschien op een nog dieper nivo wel dingen die wij nog niet kennen. In ieder geval begon ik de energie te zien waaruit het bestond en voelde ik dat het in wezen niets anders was dan datgene waar alles - inclusief mezelf - uit bestaat. Ik transcendeerde en keerde daarna terug tot mezelf. Een prettige ervaring. Helaas zag ik daarna opnieuw de duivelskop.
Het is heel normaal om ergens betekenis aan te geven. Zonder betekenis zouden we niets meer dan instinctieve dieren zijn, zonder taal of doel. Maar wat als Jezus geen betekenis gegeven had aan de beelden van de duivel die zich aan hem opdrongen tijdens de veertig dagen en nachten vasten in de woestijn? Zou ik dan nu de duivel zien of zouden het slechts houtpatronen zijn? Ik neig sterk naar de houtpatronen. Sinds ik aan zen doe ben ik ervan overtuigd dat het verlenen van betekenis aan de dingen om je heen, van een verkeerde betekenis, een van de ergste dingen is die er zijn. Het vertroebelt je blik op de werkelijkheid. Hoe moeilijk het ook is, wanneer je de betekenis afbreekt zie je de werkelijkheid zoals die is. En in werkelijkheid is er geen goed en kwaad. Zo hebben wij alleen de wereld verdeeld, met alle gevolgen van dien.
De volgende dag mediteerde ik weer. Het gezicht van de duivel was weg. Ik had gewild dat het door mijn meditatie kwam, dat ik het vuile filter van de betekenis wat schoon had weten te poetsen. Helaas denk ik dat het gewoon door een andere lichtinval kwam. Evengoed ben ik blij dat het houtpatroon weer een houtpatroon is, ook in mijn hoofd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten