maandag 1 oktober 2012

Prepare to die

Sinds deze week lukt het me meneer Visser – zie vorige bericht – wat vaker het zwijgen op te leggen. Hij slokt niet al mijn aandacht meer op en zodoende heb ik tijd voor andere dingen. Bijvoorbeeld voor niets. Een halfuur zitten in meditatieve toestand en ervaren dat alles wat ik denk een illusie is. Alleen het hier en nu is van belang en al het andere – de ideeën die ik heb verzameld over mezelf en de wereld – schuiven naar achteren. Zie wat er is, niet wat je zou willen zien. Dat is zen.

Meneer Visser is allesbehalve zen. Hij is degene die me vol stopt met ideeën over wie ik ben en wie ik zou moeten zijn. Vooral wie ik zou moeten zijn, want wie ik ben is nooit oké. Door te zitten in het hier en nu – zenmeditatie – voel je langzaam alle oordelen over jezelf en anderen van je afglijden. De woorden van meneer Visser liggen daar als stenen. Je kunt ze oppakken en op je tenen laten vallen. Dan doen ze pijn. Je kunt ze ook laten liggen. Dan zijn het gewoon stenen.

Het klinkt makkelijker dan het is. Om verder te komen met zen, is het belangrijk om dagelijks te mediteren. Het liefst tweemaal twintig minuten op een dag. Daarnaast moet zen je leven gaan doordringen, zodat je de dagelijkse frustraties en angsten beter de baas kunt. Ze zijn er gewoon. Beleef ze op het moment en laat ze daarna gaan. Maak ze niet groter dan ze zijn.

Helaas mediteer ik niet zo vaak als ik zou moeten. Een halfuurtje per twee dagen misschien. Ik zou mezelf streng kunnen toespreken voor dit ernstig gebrek aan discipline, maar sinds kort heb ik een andere manier bedacht om zen te beoefenen. Een manier die net als zen uit Japan komt: Dark Souls.

De slogan waarmee Dark Souls gelanceerd werd, luidt: ‘Prepare to die.’ In Dark Souls ga je vaker dan in welke andere moderne game dood. Waar de huidige generatie games zich richt op een Hollywoodervaring van de gamer – inclusief het overleven van een ongeloofwaardige hoeveelheid vijandig vuur en het eigenhandig verslaan van een heel leger – ben je in Dark Souls slechts een van de velen in een wereld die er niet om maalt of je leeft of sterft. Het draait niet om jou. Je komt op bezoek, je sterft en laat op die plek bij wijze van grafsteen je moeizaam verzamelde ‘souls’ liggen. Het hele godganse rotstuk kun je opnieuw doen om er weer bij te komen. Als je pech hebt sterf je voortijdig nog een keer en ben je alles voorgoed kwijt. Uren ploeteren door donkere kerkers en zompige moerassen voor niets. Ik schreeuw het uit tijdens het spelen van Dark Souls. Achter iedere hoek kan de dood liggen. De enige manier om er écht doorheen te komen, is diep ademhalen en je proberen te realiseren dat het maar pixels zijn. Het is niet echt. Het is een illusie. Zelfs de dood is een illusie. Alle frustratie die je voelt als je zojuist in tweeën gehakt bent door een vijand die je al zo vaak verslagen hebt – hij kwam uit onverwachte hoek dit keer – die is er ook in het echte leven. En ook daar levert het je niets op.

Zen is met iedere inademing geboren worden en sterven met iedere uitademing. Leven en dood zijn twee kanten van dezelfde medaille. In Dark Souls moet je dood gaan om verder te komen, om te kunnen leven. Het is de ultieme zenoefening in de 21e eeuw. Misschien dat ik ooit de discipline krijg om tweemaal daags te mediteren, maar voorlopig kan ik nog vooruit met Dark Souls.

(Oorspronkelijk gepost op 21 juni 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten