Gisteravond keek
ik op uit mijn boek en dacht ik minutenlang na over de zin die ik
zojuist gelezen had. Er zijn maar weinig zinnen die dat
bewerkstelligen. Zinnen waar een hele wereld achter schuilgaat, zo
veelzeggend zijn ze. De zin vatte een essentie die me diep raakte. Er
stond geschreven: 'Ik leerde me zo onbekommerd over te geven aan
de ademhaling, dat ik soms het gevoel had niet zelf te ademen maar,
hoe vreemd het ook zal klinken, geademd te worden.'
Ik word geademd. Normaliter zou ik zeggen: ik adem. Maar zelfs als ik
vastbesloten ben mijn adem in te houden en het vol te houden tot ik
niet meer leef, zal ik uiteindelijk met een rood hoofd weer naar adem
moeten happen. De adem is sterker dan het ik, dus wie is wie de baas?
Ik kan het even overnemen en sneller ademen of juist mijn adem
inhouden, maar mijn ademhaling neemt mij altijd weer het heft uit
handen. Ik word geademd, of ik dat nou leuk vind of niet. Het
bevreemdt me nu bijna dat ik het altijd anders gezegd en gedacht heb.
Ik word geademd klinkt zoveel natuurlijker. Ik leef bij de gratie van
mijn ademhaling. Als mijn ademhaling verdwijnt, verdwijnt mijn ik.
Vanuit evolutionair oogpunt zijn wij – net als alle levende wezens
– niets meer dan voertuigen voor onze genen. Dat ik kan nadenken,
een stukje kan typen en tegelijkertijd aan mijn neus kan krabben is
het resultaat van miljarden jaren trial-and-error op genetisch nivo.
Het voelt voor mij soms alsof ik een bij-effect ben van mijn genen.
Ze geven niet echt om mij. Ze gebruiken me alleen. Alhoewel het
negatief klinkt, vind ik de theorie van het zelfzuchtig gen
bevrijdend. Ik word er zo heerlijk onbelangrijk door.
Mijn
leven, mijn gedachtes, doelstellingen en frustraties, het is slechts
een uiting van een eeuwig durende strijd tussen stukjes informatie.
Een paar van die stukjes informatie laten me ademen. De stroom
gedachten die daaruit voortkomt dat ben ik. Als ik het zo bekijk is
mijn ademhaling de poort naar een dieper bewustzijn, naar het contact
met de kracht die alles drijft. Het klinkt wellicht mystiek, maar
dagelijks stilstaan en merken hoe ik gedragen word door mijn
ademhaling helpt me om de dingen vanuit het juiste perspectief te
zien. Het maakt dat ik mezelf even vergeet en merk dat dat niet erg
is. Ademen gebeurt hoe dan ook wel. En als mijn lijf ooit stopt met
ademen, hoef ik me nergens zorgen om te maken. Ik ben dan meteen
verdwenen.
(De geciteerde zin
komt uit 'Zen in de kunst van het boogschieten', van Eugen Herrigel.
Informatie over genen en de theorie van het zelfzuchtige gen komt uit
'The selfish gene' van Richard Dawkins.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten