vrijdag 19 februari 2016

Wat te doen met het hier en nu?

De afgelopen tijd verlies ik mezelf regelmatig in gedachten over de toekomst, in uit te voeren plannen en overtuigingen als: 'Wanneer dit voorbij is, dán begint het leven weer...' De laatste twee gepubliceerde gedichten zijn het bijproduct van al dit denken, wikken en wegen en plannen. Vandaag las ik in Ayya Khema's 'Be an Island' de volgende zinnen: 'Clinging to being alive projects us into the future: so that we cannot attend to the present. There is no life in the future, it is all ideation, conjecture, a hope, and a prayer. If we really want to be alive and experience things as they are, we have to be here now, attending to each moment.'

Het eerste wat ik dacht toen ik dit las, was: 'Ja, makkelijker gezegd dan gedaan, maar hoe moet dat dan met mijn pensioenopbouw? Daar moet toch ook over nagedacht worden!'

Ik weet niet hoe Ayya Khema haar pensioen geregeld had - ze is inmiddels overleden - maar om nu geen enkele gedachte aan de toekomst te wijten dat lijkt me niet zo verstandig. Ik kan niet in de toekomst kijken en weet niet hoe oud ik zal worden, maar de kans dat ik mijn pensioengerechtigde leeftijd haal is vrij groot. Op dat moment vind ik het ongetwijfeld fijner om 'in het hier en nu te zijn' als mijn boterham met een goede plak kaas belegd is in plaats van droog brood te eten. Het is allemaal volstrekt niet boeddhistisch verantwoord wat ik nu schrijf - verlangen naar een plak kaas! - maar ik kan niet ontkennen dat ik zulke dingen denk.

Misschien dat de historische context waarin het boeddhisme ontstaan is me iets meer kan leren over hoe ik hier in deze tijd mee om moet gaan. Toen het boeddhisme in het noorden van India opkwam was het leven ongetwijfeld minder zeker en pakte de kansberekening of iemand wel/niet zijn oude dag ging halen wellicht niet zo gunstig uit dan nu. De medische zorg was minder goed, oorlogen konden gemakkelijker uitbreken en de voedselproductie was in veel grotere mate afhankelijk van veranderlijke weersomstandigheden. In zulke onzekere tijden kan ik me voorstellen dat het meer loont om van het hier en nu te genieten dan om na te denken over je pensioen. Tegenwoordig kan nog steeds alles gebeuren en staat niets vast, wat dat betreft maak ik me geen illusies. Desalniettemin zou je kunnen stellen dat de kans om oud te worden vele malen groter is. In die zin is iemand die zich totaal niet bezighoudt met zijn oude dag misschien degene die het hier en nu ontkent. Tegelijkertijd is de mate waarin ik mezelf de afgelopen tijd geplaagd heb met gedachten over de nabije en verre toekomst niet prettig en vooral niet functioneel geweest.

Dat brengt ons bij de vraag waar de grens ligt tussen nuttige gedachten en overbodige gedachten over de toekomst. Zou die grens verschoven zijn ten opzichte van 2500 jaar geleden? Misschien wel en zou er in het hedendaags boeddhisme iets meer ruimte moeten zijn voor dat wat voor ons ligt. Ik ervaar de idealen van volledig in het hier en nu zijn vaak als onrealistisch, passend bij een tijd waarin men nog als bedelmonnik door de straten ging of zich een leven lang in een klooster op kon sluiten. Het lijken antwoorden op vragen die niet bij mijn moderne leven passen. Ik wil gewoon weten hoe ik me staande houd in dit chaotische leven waarin er juist van me gevraagd wordt om alles te plannen en te overdenken en ik iedere dag keuzes voor de toekomst moet maken. Het blijft een vraag; iets om de komende tijd over na te denken en mee te mediteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten