Het lijkt erop dat er twee werelden zijn.
Ik heb in de ene gezeten de afgelopen tijd. Het is een wereld van vooruit denken en van plannen. In deze wereld wordt er nagedacht en heeft geld een waarde die zich in geluk uitdrukt, maar altijd voorbij vandaag. Later, als je er genoeg van hebt, dan pas. In deze wereld heeft alles een doel. Rechte lijnen waarvan je niet weet of ze jouw leven volgen, of dat jij hen volgt. In deze wereld zijn er zorgen, want wat als je van de lijnen afwijkt? Buiten de lijnen kan er van alles gebeuren. Er valt niet tegenop te plannen of vooruit te zien.
Laten we dit de tweede wereld noemen. De eerste kan het niet zijn. Ik herinner me een wereld waar ik als kind in zat en dat was zeker niet deze.
De eerste wereld dan. Vooruit kijken lukt niet in die wereld. Rechte lijnen bestaan niet. Cirkels hooguit, spiralen die uitdijen of al naar gelang je perspectief in zichzelf verdwijnen. Je kunt er alle kanten op. Eindeloze mogelijkheden en vooral ongedefinieerd geluk. In deze wereld staat er niets vast, stroomt alles. Mijn creativiteit heeft er geen begin en geen eind. Het is er gewoon. Ik kan ervan maken wat ik wil.
Is er een perfecte balans tussen de twee werelden? Mijn verstand zegt dat het verstandig is om zoveel mogelijk in de tweede te zijn. Dat is beter voor mijn toekomst. Maar iets anders - mijn gevoel waarschijnlijk - wil altijd naar de eerste. Dat is beter voor het heden.
Deemstering: tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt.
woensdag 24 februari 2016
vrijdag 19 februari 2016
Wat te doen met het hier en nu?
De afgelopen tijd verlies ik mezelf regelmatig in gedachten over de toekomst, in uit te voeren plannen en overtuigingen als: 'Wanneer dit voorbij is, dán begint het leven weer...' De laatste twee gepubliceerde gedichten zijn het bijproduct van al dit denken, wikken en wegen en plannen. Vandaag las ik in Ayya Khema's 'Be an Island' de volgende zinnen: 'Clinging to being alive projects us into the future: so that we cannot attend to the present. There is no life in the future, it is all ideation, conjecture, a hope, and a prayer. If we really want to be alive and experience things as they are, we have to be here now, attending to each moment.'
Het eerste wat ik dacht toen ik dit las, was: 'Ja, makkelijker gezegd dan gedaan, maar hoe moet dat dan met mijn pensioenopbouw? Daar moet toch ook over nagedacht worden!'
Ik weet niet hoe Ayya Khema haar pensioen geregeld had - ze is inmiddels overleden - maar om nu geen enkele gedachte aan de toekomst te wijten dat lijkt me niet zo verstandig. Ik kan niet in de toekomst kijken en weet niet hoe oud ik zal worden, maar de kans dat ik mijn pensioengerechtigde leeftijd haal is vrij groot. Op dat moment vind ik het ongetwijfeld fijner om 'in het hier en nu te zijn' als mijn boterham met een goede plak kaas belegd is in plaats van droog brood te eten. Het is allemaal volstrekt niet boeddhistisch verantwoord wat ik nu schrijf - verlangen naar een plak kaas! - maar ik kan niet ontkennen dat ik zulke dingen denk.
Misschien dat de historische context waarin het boeddhisme ontstaan is me iets meer kan leren over hoe ik hier in deze tijd mee om moet gaan. Toen het boeddhisme in het noorden van India opkwam was het leven ongetwijfeld minder zeker en pakte de kansberekening of iemand wel/niet zijn oude dag ging halen wellicht niet zo gunstig uit dan nu. De medische zorg was minder goed, oorlogen konden gemakkelijker uitbreken en de voedselproductie was in veel grotere mate afhankelijk van veranderlijke weersomstandigheden. In zulke onzekere tijden kan ik me voorstellen dat het meer loont om van het hier en nu te genieten dan om na te denken over je pensioen. Tegenwoordig kan nog steeds alles gebeuren en staat niets vast, wat dat betreft maak ik me geen illusies. Desalniettemin zou je kunnen stellen dat de kans om oud te worden vele malen groter is. In die zin is iemand die zich totaal niet bezighoudt met zijn oude dag misschien degene die het hier en nu ontkent. Tegelijkertijd is de mate waarin ik mezelf de afgelopen tijd geplaagd heb met gedachten over de nabije en verre toekomst niet prettig en vooral niet functioneel geweest.
Dat brengt ons bij de vraag waar de grens ligt tussen nuttige gedachten en overbodige gedachten over de toekomst. Zou die grens verschoven zijn ten opzichte van 2500 jaar geleden? Misschien wel en zou er in het hedendaags boeddhisme iets meer ruimte moeten zijn voor dat wat voor ons ligt. Ik ervaar de idealen van volledig in het hier en nu zijn vaak als onrealistisch, passend bij een tijd waarin men nog als bedelmonnik door de straten ging of zich een leven lang in een klooster op kon sluiten. Het lijken antwoorden op vragen die niet bij mijn moderne leven passen. Ik wil gewoon weten hoe ik me staande houd in dit chaotische leven waarin er juist van me gevraagd wordt om alles te plannen en te overdenken en ik iedere dag keuzes voor de toekomst moet maken. Het blijft een vraag; iets om de komende tijd over na te denken en mee te mediteren.
Het eerste wat ik dacht toen ik dit las, was: 'Ja, makkelijker gezegd dan gedaan, maar hoe moet dat dan met mijn pensioenopbouw? Daar moet toch ook over nagedacht worden!'
Ik weet niet hoe Ayya Khema haar pensioen geregeld had - ze is inmiddels overleden - maar om nu geen enkele gedachte aan de toekomst te wijten dat lijkt me niet zo verstandig. Ik kan niet in de toekomst kijken en weet niet hoe oud ik zal worden, maar de kans dat ik mijn pensioengerechtigde leeftijd haal is vrij groot. Op dat moment vind ik het ongetwijfeld fijner om 'in het hier en nu te zijn' als mijn boterham met een goede plak kaas belegd is in plaats van droog brood te eten. Het is allemaal volstrekt niet boeddhistisch verantwoord wat ik nu schrijf - verlangen naar een plak kaas! - maar ik kan niet ontkennen dat ik zulke dingen denk.
Misschien dat de historische context waarin het boeddhisme ontstaan is me iets meer kan leren over hoe ik hier in deze tijd mee om moet gaan. Toen het boeddhisme in het noorden van India opkwam was het leven ongetwijfeld minder zeker en pakte de kansberekening of iemand wel/niet zijn oude dag ging halen wellicht niet zo gunstig uit dan nu. De medische zorg was minder goed, oorlogen konden gemakkelijker uitbreken en de voedselproductie was in veel grotere mate afhankelijk van veranderlijke weersomstandigheden. In zulke onzekere tijden kan ik me voorstellen dat het meer loont om van het hier en nu te genieten dan om na te denken over je pensioen. Tegenwoordig kan nog steeds alles gebeuren en staat niets vast, wat dat betreft maak ik me geen illusies. Desalniettemin zou je kunnen stellen dat de kans om oud te worden vele malen groter is. In die zin is iemand die zich totaal niet bezighoudt met zijn oude dag misschien degene die het hier en nu ontkent. Tegelijkertijd is de mate waarin ik mezelf de afgelopen tijd geplaagd heb met gedachten over de nabije en verre toekomst niet prettig en vooral niet functioneel geweest.
Dat brengt ons bij de vraag waar de grens ligt tussen nuttige gedachten en overbodige gedachten over de toekomst. Zou die grens verschoven zijn ten opzichte van 2500 jaar geleden? Misschien wel en zou er in het hedendaags boeddhisme iets meer ruimte moeten zijn voor dat wat voor ons ligt. Ik ervaar de idealen van volledig in het hier en nu zijn vaak als onrealistisch, passend bij een tijd waarin men nog als bedelmonnik door de straten ging of zich een leven lang in een klooster op kon sluiten. Het lijken antwoorden op vragen die niet bij mijn moderne leven passen. Ik wil gewoon weten hoe ik me staande houd in dit chaotische leven waarin er juist van me gevraagd wordt om alles te plannen en te overdenken en ik iedere dag keuzes voor de toekomst moet maken. Het blijft een vraag; iets om de komende tijd over na te denken en mee te mediteren.
donderdag 18 februari 2016
Houvast gezocht
Iets om vast te houden, een groot
stuk rots misschien, iets
onvergankelijks van steen dat
altijd is zoals het altijd was
Vaste grond onder het vege lijf en
de kille aanwezigheid van levenloze
zekerheid, het basalt dat mij
gestalte geeft, een as waaromheen
alles draait
Levenssediment zo hard dat het zijn
waarde nooit verliest, het plan voor
morgen en vandaag in steen gebeiteld, daar
ligt het, zie je het dan niet?
Of is de stroming de constante
is het verdriet de wet is
elke waarheid morgen al tot
stof geërodeerd en weg gespoeld
Is al die zekerheid alleen verzekerd van
het waardeloze lot
stuk rots misschien, iets
onvergankelijks van steen dat
altijd is zoals het altijd was
Vaste grond onder het vege lijf en
de kille aanwezigheid van levenloze
zekerheid, het basalt dat mij
gestalte geeft, een as waaromheen
alles draait
Levenssediment zo hard dat het zijn
waarde nooit verliest, het plan voor
morgen en vandaag in steen gebeiteld, daar
ligt het, zie je het dan niet?
Of is de stroming de constante
is het verdriet de wet is
elke waarheid morgen al tot
stof geërodeerd en weg gespoeld
Is al die zekerheid alleen verzekerd van
het waardeloze lot
vrijdag 12 februari 2016
Erachter
Ik smeer de kieren in vandaag
met het visioen van morgen dicht
totdat het plaatje klopt en er geen scheur
of barst meer zichtbaar is
Een glad geplamuurde dag, iedere twijfel
gevuld, verdachte naden gedicht, het
decor van een levensecht leven, daar
voorbij kan er toch niets meer zijn
Het houdt het altijd lang genoeg om te geloven
dat het echt is, even maar
te kort om te onthouden hoe het was, het
vast te houden
En dan opnieuw die plannen, die dromen
lapmiddelen voor het heden, waar
het kiert en kraakt en er wellicht
een man naar binnen gluurt vanuit
de plek achter de dingen en
zich helemaal kapot lacht
Of is er niets misschien
een leegte zonder echo, een
vormeloze ruimte, niet
eens een slechte grap
Abonneren op:
Reacties (Atom)