zondag 28 september 2014

Soepkom

Ergens op het werk kwam ik een verwijzing naar een onderzoek tegen dat inging op de emotieregulatie van kinderen die een normale hechting met hun ouders of opvoeders hadden. Het blijkt dat die kinderen de manier van omgaan met moeilijke zaken - zaken die heftige emoties kunnen oproepen - rechtstreeks kopiëren van hun ouders. Eigenlijk heel logisch, maar tegelijkertijd toch een eye-opener. Ik heb geen kinderen, maar ben op het werk wel een opvoeder en daarmee een identificatiefiguur voor jongeren. Hoe ik op het werk omga met bijvoorbeeld stress, kan dus een voorbeeld voor mijn cliënten zijn. Wellicht niet in die mate waarop hun ouders dat kunnen zijn, maar toch. Ieder beetje helpt.

Terwijl deze gedachten door mijn hoofd gingen, liep ik naar beneden en begon ik de keuken op te ruimen. Voor ik het wist gleed er een soepkom uit mijn vingers en spatte hij in stukken op de keukenvloer. Ik bekeek wat er in mij gebeurde en tot mijn verbazing gebeurde er helemaal niets. Ik baalde niet, ik voelde me niet schuldig of gejaagd, niets. Het enige dat er in me opkwam was dat er af en toe iets kapot moest vallen, dat is nu eenmaal zoals het leven is. Ik kon zonder het geringste spoortje negativiteit de stukken porselein opvegen en weggooien. Het was gewoon jammer dat er geen cliënten in de buurt waren.

Later dacht ik terug aan dat dit voorval. Een kapotte soepkom is maar een kapotte soepkom natuurlijk, niet direct een grote reden om in paniek te raken. Toch lijken het mij de kleine dingen die dagelijks voorvallen waarmee je een voorbeeld kunt zijn. Tenslotte klettert er regelmatig iets naar beneden in je leven - in letterlijke of figuurlijke zin - en is het vrijwel altijd het beste om in alle rust de stukken bij elkaar te vegen.

donderdag 25 september 2014

Geluk bouwen

Wie streeft er geen geluk na? Volgens mij is er niemand die niet gelukkig wil zijn of wil worden. In die zin is het vreemd dat geluk moeilijk te omschrijven valt. Voor mij is het iets dat beweegt in mij, een levende kern die pulseert. Het liefst zou ik willen dat die kern volledig onafhankelijk is en dus niet door externe gebeurtenissen beïnvloed kan worden. Voorlopig blijft dat iets om naar te streven, want ik merk dat die kern wel degelijk verandert als ik iets vervelends meemaak of zelfs maar een onprettige gedachte heb. Dat ik een groot deel van de dag het lijntje van mijn hoofd naar die kern in stand weet te houden is al heel veel winst ten opzichte van een paar jaar geleden. Toen wist ik niet eens dat die kern er was.

Terug naar geluk. De laatste tijd doe ik vaker een hartmeditatie. Dat is een meditatie waarbij je je concentreert op de hartstreek en als het ware 'door je hart ademt' (alhoewel dit qua fysiologie natuurlijk niet echt mogelijk is). Terwijl je dat doet, wens je jezelf geluk, vrede, geduld of wat dan ook toe op. Het is een vorm van meditatie die op mij in eerste instantie nogal zweverig overkwam - tot ik het probeerde. Vreemd genoeg was het alsof de woorden die in mijn hoofd klonken echt iets deden in mijn lijf. Golven van geluk stroomden op het ritme van mijn ademhaling door me heen en iedere golf kwam aan bij de kern en maakte hem keer op keer ietsje steviger en sterker.

Wat ik hiervan leer is dat datgene wat je denkt over jezelf uitmaakt. Bewust vriendelijk voor jezelf zijn in gedachten doet iets, het verandert iets. Het maakt mij in ieder geval gelukkiger met wie ik ben, het maakt mijn kern steviger en wellicht dat die negatieve gedachten of gebeurtenissen waar ik in het begin over schreef nu al minder grip op me hebben. Wat in eerste instantie een vage new-age achtige methode leek te zijn, is bij nader inzien gewoon een manier om aan je geluk te bouwen, tot er geen storm meer is die het bouwwerk om kan blazen.

woensdag 17 september 2014

Beren op de weg

Mijn brein is blijven denken over positieve en negatieve emoties sinds ik mijn vorige bericht schreef. Natuurlijk is het allemaal niet zo eenvoudig als alleen 'het uitbreiden van ons vocabulaire wat betreft positieve emoties'. Er kwam gisteren een brokje kennis omhoog dat ik ooit opgedaan had in het eerste jaar van mijn studie psychologie: onze hersens zijn veel meer gericht op al datgene wat negatief is dan op de positieve zaken. We zijn geneigd negatieve belevenissen langer en beter te onthouden en de positieve eerder te vergeten. Vanuit evolutionair oogpunt is het vrij gemakkelijk te verklaren waarom we dit doen. Negatieve zaken waren vroeger veel sneller levensbedreigend en aldus loont het de moeite ze te onthouden en ervoor te vrezen. Je richten op het positieve bracht misschien wel meer geluk, maar als je daardoor net iets minder hard wegrende voor die holenbeer dan werden je kansen op een gezond nageslacht - en zo het doorgeven van die positieve genen - aanzienlijk verkleind.

Onze focus op het negatieve is in de huidige maatschappij een blok aan het been. Directe bedreigingen waar we hard voor moeten wegrennen om ons leven te redden zijn zeldzaam geworden. De holenbeer die ons met één klap kon doden, is veranderd in een bedreiging als 'onzekerheid over je baan'. De piek van adrenaline die ervoor zorgde dat we nog net ietsje harder renden, wordt tegenwoordig afgetopt en uitgesmeerd over weken of maanden van onzekerheid en tobben - een blok dat je tot je eigen ergernis altijd met je meesleept. Niet voor niets wordt stress het probleem van deze tijd genoemd. Het voelt vervelend, het is ongezond en meestal hebben we er niets aan.

Het is moeilijk om al die om aandacht zeurende zorgen in je hoofd te negeren en je te richten op wat wel goed gaat, maar als we ons alleen maar proberen te bedenken dat ons hoofd geprogrammeerd is om altijd te zoeken naar die beren verderop op de weg, terwijl we blind zijn voor wat er om ons heen voor moois te zien is, dan gaat het al ietsje beter. In mijn geval blijkt meestal dat de beer die ik verderop had zien staan en met iedere stap groter had geleken, van dichtbij bekeken slechts een vacht was, een leeg omhulsel, door mijn eigen gedachten opgezet. Tenslotte zou een echte beer natuurlijk nooit zo stom zijn om middenin het zicht te gaan staan wachten op zijn prooi...

zondag 14 september 2014

Besmuitig

Onlangs moest ik iemand iets uitleggen over emoties. Ik pakte de theorie erbij en kwam erachter dat wij er vanuit gaan dat er vier basisemoties zijn, te noemen: blij, bedroefd, bang en boos. Onder deze vier hangen weer verschillende vormen van die emoties, maar in principe is alles terug te leiden tot deze vier. Wat me opviel was dat drie van de vier in de regel niet prettig zijn en slechts één dat wel is. Daarnaast schoot er door me heen dat wij veel meer woorden hebben om uiting te geven aan deze minder prettige emoties dan aan de prettige. Onder de noemer 'blij' stonden dingen als 'opgelucht', 'tevreden' en 'vrolijk'. De andere drie basisemoties hadden verpletterende vormen als 'eenzaamheid', 'afschuw' en 'furie' in hun gelederen. Ik probeerde nog meer vormen van blijdschap te bedenken, maar merkte dat mijn vocabulaire niet heel veel verder reikte dan woorden als 'vervoering', 'voldaan' en 'trots'. Blijkbaar zijn de negatieve emoties - in taalkundig opzicht althans - veruit in de meerderheid.

Omdat het mijn overtuiging is dat de manier waarop je denkt grotendeels bepalend is voor hoe gelukkig je bent, schrok ik van het gebrek aan woorden voor het omschrijven van de vele verschijningsvormen van blijdschap. Kent blijdschap niet veel meer verschillende divisies dan alleen diegenen waar we nu woorden voor hebben? Ik zou zeggen van wel, alhoewel ik ze logischerwijs niet met een enkel woord kan benoemen. Toch heb ik - sinds ik regelmatig op een meditatiematje zit - verschillende lagen van geluk bereikt waar ik voorheen nog niet mee bekend was. Diep verscholen in het lijf, onder dikke plakkaten van zorgen, angsten en andere negatieve gedachten en emoties, zit een rustig pulserende kern die niets dan vriendelijkheid en tevredenheid uitstraalt. De kunst is hem te vinden en ermee te leren werken, zodat hij een grotere rol in je leven gaat spelen. Ik vraag me daarom af of het niet de moeite loont om ons vocabulaire uit te breiden wat betreft blijdschap en geluk, of we niet meer woorden moeten vinden om te praten over positieve emoties, zodat we ze op die manier ook makkelijker kunnen cultiveren.

Het probleem in dezen is dat ik hier wel op kan schrijven dat ik me 'besmuitig' voel vandaag, maar dat geen mens dan weet waar ik het over heb...