Wat is een gedachte? Terwijl ik mediteerde vroeg ik me dit ineens af. Wat is dat eigenlijk waar ik constant mee bezig ben, wat door mijn hoofd spookt en wat meestal bepaalt hoe ik me voel? Ik weet dat sinds ik mediteer mijn gedachten wat minder 'talig' zijn geworden. Niet langer die uitgebreide dialoog met mezelf die de hele dag (en soms de nacht) doorgaat. Het is alsof de woorden en zinnen zich minder snel en vaak manifesteren, alsof ik ze al in een eerder stadium weet te tackelen. Ergens dieper in mijn brein, op een plek waar taal niet komen kan, daar gebeurt het. Zijn het dan beelden die de woorden oproepen, mentale plaatjes die vliegensvlug in taal worden omgezet? Ik dacht dat dat het geval was, maar het afgelopen jaar ben ik wat sensitiever geworden voor wat er in mijn hoofd en lijf gebeurt. Normaal heb ik het niet zo door, maar tijdens het mediteren lijkt het soms alsof de oorsprong van mijn gedachten dieper zit dan taal en beeld. Dan voel ik ineens iets komen, iets dat eerst een grens moet oversteken voordat het een gedachte is. Ik zou het een emotie kunnen noemen, maar niet een soort emotie zoals 'blij' of 'boos'. Een heel klein stukje daarvan, een afgeleide die begint als honderdste van wat uiteindelijk een filosofisch idee of juist een glimlach worden kan. Iets dat zich razendsnel in je opbouwt, zo snel dat je het normaal niet merkt, maar dat ergens diep vanbinnen als gevoel begint. Je zou verwachten dat zo'n begin vooral aanleiding geeft tot emotioneel getekende gedachten, maar dat is het niet. Ook filosofische ideeën en abstracte concepten die ik bedenk voel ik soms opkomen, een grens oversteken en zich als beelden en taal manifesteren.
Het is toch vreemd dat al die energie, de emoties die mij aansturen en mijn gedachten en gedrag bepalen, dat ik daar de bron maar nauwelijks van ken. Na ruim dertig jaar is het water van de poel van mijn onderbewustzijn voor het eerst helder genoeg om een klein stukje van de bodem te kunnen zien. Ik had er al die tijd geen weet van dat er nog een bodem is.
Deemstering: tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt.
donderdag 30 mei 2013
zaterdag 25 mei 2013
In het niets
Vorig jaar rond deze tijd ging het niet zo goed. Wat ik me er nog van kan herinneren is dat er vooral heel erg veel gedachten waren. Ze leken een eigen leven in mijn hoofd te leiden, alsof ik er niets meer had te zeggen. Het was niet leuk. Ik werd gek van de gedachten. De meeste kan ik me nog maar nauwelijks herinneren, maar er was er een die het onthouden waard was. Als ik hieruit wil komen, dacht ik, dan moet ik iets anders gaan doen. Ik moet stoppen met het oplossen van problemen door er heel hard over na te denken. Er moet een andere weg zijn. Ik wist niet welke weg en natuurlijk dacht ik ook daar weer heel hard over na, maar gelukkig wist ik dat het niet het denken was dat me ging helpen. Ik moest iets doen. En geheel tegen mijn natuur in zocht ik in mijn vrije tijd dingen op waar ik normaal gesproken wars van ben. Wierookstokjes, andere mensen, niet-wetenschappelijke taal en religieus aandoende rituelen. Het was een sprong in het diepe, een waar ik geen spijt van heb gekregen. Tenslotte was wat ik dacht dat mijn 'natuur' was, niets anders dan zo'n gedachte in mijn hoofd, iets dat je op kunt laten lossen door gewoon een halfuur te gaan zitten, naar de vloer te staren en je op je ademhaling te concentreren. Vanaf het moment dat ik dat ben gaan doen, zijn al die gedachten verdampt. Ik realiseer me pas nu dat ze nooit echt bestaan hebben, niet zoals deze tafel waar ik aan zit of de laptop waar ik op schrijf. En toch bepaalden ze mijn bestaan in grote mate.
Door mijn sprong in het diepe heb ik niets gevonden. Geen nieuw levensdoel of een zaligmakende religie om opvulling aan de leegte te geven. Juist die leegte, en je daarin wentelen. Noem het Zen, noem het ruimte, het maakt niet uit. Ik had nooit kunnen bedenken dat een sprong in het niets me zo veel had kunnen brengen.
Door mijn sprong in het diepe heb ik niets gevonden. Geen nieuw levensdoel of een zaligmakende religie om opvulling aan de leegte te geven. Juist die leegte, en je daarin wentelen. Noem het Zen, noem het ruimte, het maakt niet uit. Ik had nooit kunnen bedenken dat een sprong in het niets me zo veel had kunnen brengen.
donderdag 16 mei 2013
schroef
Ik werkte in de tuin en keek met flinke tegenzin naar de planken die zich links en rechts van me uitstrekten, klaar om vastgeschroefd te worden. Ieder gaatje voorboren, want het is hardhout. Ieder gaatje verzinken en daarna de schroef er in. Plank na plank, dag na dag. Als ik zulk werk doe begin ik me soms wat moedeloos te voelen. Over honderd jaar zijn er robots die hetzelfde kunnen, maar dan perfect waterpas, zonder ook maar één boortje te breken en in een duizendste van de tijd die ik eraan besteden moet. Het leven is ploeteren. En alles wat ik nu maak tijdens dat ploeteren, is waarschijnlijk over vijftig jaar alweer verdwenen. Ik pakte de volgende schroef om door te gaan, maar terwijl ik er even naar keek tussen mijn vingertoppen, kwam er een andere gedachte naar boven.
Hoeveel mensenlevens zitten er verborgen in een schroef? Misschien wel miljoenen, dacht ik. Hoe lang heeft de mensheid erover gedaan voordat ze doorhad dat met gloeiend heet vuur ijzer gesmolten kan worden? En dat het daarna in een vorm gegoten kan worden, een vorm die behouden blijft als het ijzer afgekoeld is? Alleen dat moet al de arbeid en het denkwerk van tienduizenden levens hebben gekost. Wanneer er niemand is om je dat te leren, moet je er bij toeval op stuiten of heel veel proberen tot er iets uitkomt waar je wat aan hebt. De kopertijd duurde niet voor niets meer dan tweeduizend jaar. Pas toen kreeg men door dat er ook nog zoiets als 'ijzer' bestond. De schroef die ik vasthield was van roestvrij staal, dat pas aan het begin van de vorige eeuw werd uitgevonden. En dan de vorm van de schroef. Een staafje van vier millimeter dik met gelijkmatig schroefdraad, zodat de schroef zich vastdraait in het hout. Een vierkante punt voor een zelfborend effect en de laatste anderhalve centimeter zonder schroefdraad, zodat de schroef gemakkelijk naar binnen blijft glijden als de weerstand die het schroefdraad in het hout geeft toeneemt. Om nog maar te zwijgen van de stervormige torxkop, die de kracht van de schroevendraaier perfect overbrengt. Hoeveel levens zitten er in alle geweldige uitvindingen die deze schroef mogelijk maakten?
Ik schroefde dapper verder, mezelf een tijdlang verwonderend bij iedere schroef die ik naar binnen draaide.
dinsdag 14 mei 2013
Boeien
De afgelopen weken ben ik - ondanks vakantie - erg druk geweest. Desalniettemin is het me gelukt vrijwel iedere ochtend te mediteren. Het betekent een halfuur eerder opstaan, waar ik voorheen de discipline en de motivatie voor miste. Maar het levert iets op. De momenten van meditatie lijken een soort boeien in de oceaan te zijn geworden. Ondanks de wind en de golven, blijven ze dobberen op hun plek. Het gevoel van zo'n boei, waarop de grillen van het water minder grip op je hebben, neem ik de hele dag mee. Het zorgt voor rust in mijn hoofd en lijf. Maar zo gauw ik te ver van zo'n boei vandaan zwem - ik vergeet een of twee keer te mediteren - lijkt het alsof het bestaan van boeien uit mijn geheugen wordt gewist. Om me heen is dan alleen nog water dat zich oneindig uitstrekt. Ik weet niet meer waar ik naartoe moet zwemmen, tot ik mezelf weer dwing te mediteren.
Het lijkt alsof de afstand tussen twee boeien niet meer dan een dag zwemmen zijn mag. Liever nog een halve dag. Ik moet in staat zijn om als ik achterom kijk de vorige boei nog net te zien, terwijl ik bij een naar voor gerichte blik de volgende al in mijn blikveld heb. Alsof er een lijn loopt tussen die twee boeien die ik volgen kan, een lijn die breekt als ik een andere richting op zwem. Hoe meer ik mediteer, hoe gemakkelijker die lijn te volgen is en ik weer bij de volgende boei kom. Het lijkt eenvoudig om dus maar gewoon zoveel mogelijk te mediteren en eigenlijk is dat het ook. Toch weet ik dat ik de lijn tussen twee boeien nog regelmatig kwijt ga raken en ik mezelf weer - al is het maar voor even - verdwaald op zee zal wanen. Maar op de een of andere manier lijkt dat oké te zijn. Misschien dat iedere keer dat ik de weg weer terug vind, ik de volgende keer wat minder ver zal dwalen.
Het lijkt alsof de afstand tussen twee boeien niet meer dan een dag zwemmen zijn mag. Liever nog een halve dag. Ik moet in staat zijn om als ik achterom kijk de vorige boei nog net te zien, terwijl ik bij een naar voor gerichte blik de volgende al in mijn blikveld heb. Alsof er een lijn loopt tussen die twee boeien die ik volgen kan, een lijn die breekt als ik een andere richting op zwem. Hoe meer ik mediteer, hoe gemakkelijker die lijn te volgen is en ik weer bij de volgende boei kom. Het lijkt eenvoudig om dus maar gewoon zoveel mogelijk te mediteren en eigenlijk is dat het ook. Toch weet ik dat ik de lijn tussen twee boeien nog regelmatig kwijt ga raken en ik mezelf weer - al is het maar voor even - verdwaald op zee zal wanen. Maar op de een of andere manier lijkt dat oké te zijn. Misschien dat iedere keer dat ik de weg weer terug vind, ik de volgende keer wat minder ver zal dwalen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
