donderdag 15 januari 2015

Stresspakket

Ik las laatst een artikel over de vraag of trauma's overerfbaar zijn. De strekking was dat er steeds meer aanwijzingen komen dat kinderen van ouders met PTSD (Post Traumatic Stress Disorder) niet alleen vaker een moeilijke jeugd hebben door de opvoeding die ze van hun getraumatiseerde ouders krijgen, maar dat ook het genetisch pakket dat ze van hun ouders meekrijgen een hogere kans geeft op het zelf ontwikkelen van PTSD. Dat zou te verklaren zijn door te zeggen dat de mensen die PTSD ontwikkelen hier vanuit hun genenpakket klaarblijkelijk vatbaarder voor zijn dan degenen die het niét ontwikkelen en dus ook deze vatbare genen doorgeven aan hun kinderen. Dit blijkt echter niet het hele verhaal.

Het lijkt erop dat op het moment dat we veelvuldig in stressvolle situaties verkeren die een diepe indruk op ons maken - denk aan oorlogssituaties of situaties waarin jouw of andermans leven in gevaar is - ons lichaam in staat is bepaalde genen aan of uit te zetten. Genen die te maken hebben met het omgaan met stress en die ons op dat moment waarschijnlijk beter in staat stellen tot het omgaan met de situatie, maar die op termijn tot PTSD kunnen leiden. Vervolgens is het mogelijk om dit aangepaste genenpakket - niet fundamenteel anders gebouwd, maar met andere ramen en deuren opengezet en gesloten - over te geven aan je nageslacht. Het relatief nieuwe vakgebied van de 'epigenetica' houdt zich hiermee bezig.

Dit klinkt misschien als slecht nieuws voor diegenen met getraumatiseerde ouders. Niet alleen krijgen ze vaak al een 'tik' vanuit hun opvoeding, maar ook genetisch zijn ze belast met de afschuwelijke lotgevallen van hun vader en moeder. Vanuit evolutionair oogpunt is het enigszins begrijpelijk: het lichaam zoekt een manier om het kind het genenpakket te geven dat het beste toegepast is op de situatie waarin het wordt geboren. Maar oorlog of geen oorlog: leuk kan dat stresspakket niet zijn. Toch deed het lezen van dit artikel me ook denken aan de mogelijkheden die dit inzicht biedt. Wanneer je door zeer stressvolle situaties in staat bent tot het aan/uit zetten van bepaalde genen, werkt dit proces dan ook de andere kant op? Met andere woorden: zou je als ouders vanuit een stress-arme omgeving en met gezonde coping-strategieën je kind een prettiger geprogrammeerd setje genen mee kunnen geven, een set dat minder vatbaar is voor stress en meer geschikt voor het ervaren van geluk?

Het wordt allengs minder wetenschappelijk en meer fantasie, maar ik zie direct toekomstige ouders voor me die zich middels meditatie wapenen tegen stress, waarbij de positieve effecten zowel betrekking op hun eigen leven hebben als op dat van hun nog te verschijnen nageslacht. Alhoewel ik zelf geen kinderwens heb, moet een dergelijk idee voor velen toch een extra stimulans zijn om dagelijks op een meditatiematje te gaan zitten.



Het volledige artikel:
'The science of suffering', door Judith Shulevitz. Gepubliceerd op www.newrepublic.com
http://www.newrepublic.com/article/120144/trauma-genetic-scientists-say-parents-are-passing-ptsd-kids

Korte omschrijving van epigenetica:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Epigenetica

zondag 11 januari 2015

Verwaaide grenzen

Wanneer het stormt en je daar loopt
waar de wind je de woorden uit het hoofd blaast

En de wereld opnieuw bekijkt
Of een gans zich in het luchtruim staande houdt
Of de takken aan de bomen vast genoeg zitten

Is het het water dat het grootste werk doet
Met zijn kracht de sloot ontsluit

Zodat het weiland bij zichzelf te rade moet of
Dat vastliggende goed waarvan hij is gemaakt
Niet heel wat minder vast ligt dan het dacht
Toen alles zich nog aan een orde hield die
Nu buiten zinnen in de wind vergaat






zondag 4 januari 2015

Hoop

Op tweede kerstdag stond bij mijn ouders de televisie aan. De toespraak van de paus werd uitgezonden en daarna nog een interview met Antoine Bodar. Zijn boodschap kwam er in het kort op neer dat we nog harder moeten streven het goede te doen voor onze medemens en vooral hoop moeten houden. Wat volgde was een discussie met mijn ouders die niet echt ergens naartoe ging en waarbij we vooral langs elkaar heen praatten. Ik had het gevoel dat er iets niet oké was aan de boodschap van meneer Bodar, maar onder woorden brengen kon ik het nog niet.

Hoop houden op een betere wereld en daarnaar streven door nog vaker klaar te staan voor een ander. Het probleem is dat ik al overspannen word als ik eraan denk dat ik naast mijn werk als hulpverlener en mijn andere bezigheden nog vrijwilligerswerk in een bejaardenhuis of iets dergelijks moet gaan doen. Waar blijven mijn behoeftes dan in dit verhaal? Het lijkt alsof het nooit genoeg is, alsof ik nooit genoeg kan doen voor die betere wereld. Maar het christendom lijkt dan te zeggen: 'Houd hoop en werk harder, dan bereiken we dat doel misschien wel.'

'Werk harder', voelt voor mij als een zweep waarmee ik mezelf moet afranselen tot het einde der tijden. Ik vrees dat de paus of een ander kerkelijk leider nooit gaat zeggen' 'Aan iedereen die zijn best gedaan heeft, wees tevreden en heb jezelf daarvoor lief!' In plaats daarvan moeten we 'hoop houden' op die betere wereld - hoe die er dan ook uit moge zien - en moeten we blijven reiken naar iets dat ver buiten ons bereik lijkt te liggen. Desnoods nog een keer de zweep erover, zodat je harder werkt.

Je kunt ook streven naar een betere wereld in de wetenschap dat iedere goed daad, ieder klein moment waarop je iemand laat glimlachen, goed genoeg is. Tevredenheid met wat je hier en nu bereikt, zonder onrealistische zelfkritiek. Vriendelijkheid voor een ander begint met vriendelijkheid voor jezelf, vanuit de overtuiging dat alleen diegenen die mildheid voor hun eigen fouten en gebreken op kunnen brengen, diezelfde mildheid naar de buitenwereld kunnen overbrengen. Daarmee valt de zweep van zelfkritiek uit elkaar en blijft er alleen een glimlach over. Naar mijn idee een veel gezonder uitgangspunt, zowel voor mezelf als voor de mensen om me heen.