donderdag 19 december 2013

Een man en zijn hobby's

Zomaar ineens heb ik een nieuwe obsessie. Al mijn gedachten worden er door beheerst, ik droom er `s nachts over en wil eigenlijk niets liever dan me er de hele dag mee bezig houden. Dit gebeurt me wel vaker. Een grote interesse voor een onderwerp. Nog net geen preoccupatie, maar het scheelt weinig. Ik vind mezelf plotseling terug terwijl ik filmpjes kijk van de beste spelers ter wereld en internetpagina's afstruin op zoek naar een betaalbare fighting stick. Het lijkt alsof er niets anders meer belangrijk is, alsof de wereld maar om één ding draait. Stiekem weet ik dat dit niet zo is,  dat het maar een gekte is, een tijdelijke gril, en dat ik er er over twee weken misschien alweer op uitgekeken ben. Zo gaat dat met mijn grillen. Sommige duren wat langer en blijven zich herhalen, maar altijd komt er een punt waarop ik er klaar mee ben. De gouden glans die ik al die tijd zag is plots verdwenen en ineens kan ik me niet meer voorstellen wat er nou zo ontzettend geweldig was aan ... Dan gaat het een tijdje in de kast en komt het er vanzelf wel weer een keer uit, na een paar maanden of een jaar. Maar nu kan ik me dat nog nauwelijks voorstellen, nu is het alsof dit voor altijd hetgeen blijft waar mijn aandacht naar uit blijft gaan.
Misschien generaliseer ik, maar ik denk dat er veel meer mannen zijn die zich kunnen herkennen in dit verhaal dan vrouwen. Op de een of andere manier is het typisch mannelijk om zo met hobby's om te gaan. Het lijkt wel te stroken met het idee dat vrouwen beter zijn in het uitvoeren van meerdere taken tegelijk, maar mannen zich beter op een ding kunnen concentreren. Als ze zich er dan op concentreren, doen ze dat ook goed en worden ze echt een met hun onderwerp.
Het beangstigt me soms dat het zo gaat. Zonder tegengas word ik constant geleefd door mijn onderwerp van aandacht, van hobby tot hobby altijd bezig met wat me op dat moment opslokt. Zo zou het leven niet moeten zijn, zo zonder enig wijder perspectief. Vandaar dat ik probeer iets meer afstand te nemen, het ding te zien voor wat het is. Er ontstaan daardoor verwondering voor de manier waarop mijn aandacht naar mijn obsessie toe gezogen wordt. Ik ga op in mijn gekte, maar ik kan mezelf er tegelijkertijd in op zien gaan. En gelukkig, heel gelukkig, kan ik er op die manier ook weer ietsje makkelijker uitstappen. Want tenslotte hebben we het hier gewoon over een game die me plotseling weer heeft gegrepen. Super Street Fighter 4, een game die wat mij betreft het schaakspel overbodig maakt, net zo complex maar dan honderd keer zo snel, met een diepe gelaagdheid die uniek is voor een fighter en een al even unieke moeilijkheidsgraad. Maar toch, het is gewoon een game.


woensdag 11 december 2013

Doelen

Er is eigenlijk geen moment geweest de afgelopen tien jaar dat ik mezelf geen doelen heb gesteld. Dat ik niet iets nastreefde of ergens beter in wilde worden. Het liefst ga ik minstens drie keer per week naar de sportschool, mediteer ik iedere dag, wil ik een mindfulnesstraining geven, wil ik schrijven (altijd meer dan ik nu doe), tussendoor bepaalde games spelen die ik móet spelen en heel veel boeken lezen over alles wat ik interessant vind. De afgelopen jaren wilde ik ook nog een superklusser zijn (uit noodzaak), een whiskykenner (terwijl ik nu geen druppel meer drink) en een geweldige hovenier. En dan heb ik het nog niet eens over mijn werk en alles wat ik daar nog in zou willen bereiken. Er is altijd iets dat moet en eigenlijk kan ik het me niet veroorloven een moment te verspillen. De zandloper loopt langzaam leeg. Wat als ik straks geen zand meer heb, maar nog wel doelen?

Er waren momenten dat al die doelen te zwaar op mijn schouders drukten. Ze verlamden me omdat ik ze continu voor ogen hield. Het was alsof ik alles half deed - één boek lezen over hersenwerking in plaats van allemaal, een verhaal schrijven in plaats van een roman of een hele week sportschool overslaan. De boodschap die ik mezelf zowel bewust als onbewust gaf: het is niet goed genoeg, je doet te weinig, zo bereik je je doelen nooit. Laten we zeggen dat ik een beetje een haat-liefde verhouding met mijn doelen kreeg. Ik wilde ze nog fanatieker nastreven, maar juist door ze altijd al na te streven en continu het gevoel te hebben daarin te falen, ging ik ze mijden. Ik vergat waarom dit eigenlijk mijn doelen waren en verzandde vaak in een doelloze invulling van mijn vrije tijd (games/internet...), die mijn stemming geen goed deed.

Nu kan ik me anders tot mijn doelen verhouden. Ze slokken me wat minder op dan ze voorheen deden. Ik kan er met iets meer afstand naar kijken en gemakkelijker het een en dan weer het ander nastreven zonder gefrustreerd te raken en het gevoel te hebben dat ik niet genoeg bereik. Je zou kunnen zeggen dat het Chinese spreekwoord 'De weg is het doel' eindelijk goed tot me doorgedrongen is. Het is prima om doelen na te streven, maar het zijn niet je doelen die je tot jezelf maken. Pas met de acceptatie dat je hier en nu oké bent, dat ik geen doelen hoef te hebben, kan ik ontspannen mijn doelen nastreven. Het is paradoxaal, maar sinds ik er zo in kan staan bereik ik veel meer dan voorheen. 

zondag 1 december 2013

De neiging om...

Wat is ervoor nodig om van mening te veranderen? Ik denk er vaak over na de laatste tijd, omdat ik van mening veranderd ben. Van 'Zwarte Piet moet wel kunnen', naar 'Zwarte Piet is discriminerend'. Grappig dat juist al die mensen die tegen een verandering zijn, me aan het denken gezet hebben. Het lijkt alsof ze zich in de discussie vastgebeten hebben en niet meer los kunnen laten tot ze gewonnen hebben. Qua argumenten daarentegen komen ze niet veel verder dan: 'het is traditie' en 'niemand ziet er een neger in'. Het voelt alsof ze in het nauw gedreven zijn en nu van zich afslaan met wat maar voorhanden is. Het lijkt op het vastgrijpen van een idee, het helemaal omarmen en al het andere uitsluiten, omdat het idee opgeven te moeilijk is. Dan moet je van mening veranderen en accepteren dat datgene waar jij in je jeugd van genoten hebt eigenlijk niet kan, dat je iets discriminerends als normaal beschouwd hebt. Zo ben je niet,  je discrimineert niet, dus dat wat je vindt kan geen discriminatie zijn. 

Alleen het idee al dat je niet discrimineert. In ieder van ons ligt de neiging tot discrimineren te wachten tot het tot bloei kan komen. We willen mensen uitsluiten, mensen beoordelen op hun uiterlijk en ze wegzetten in de 'outgroup.' Hoe beter je dat kunt, des te meer je jezelf bij de 'ingroup' kunt plaatsen. Dat is veilig, dan zit je goed. Evolutionair gezien staat 'ingroup' gelijk aan 'overleven.' Een paar geschiedenislessen zijn genoeg om te leren dat dit allemaal diep in onze natuur geworteld zit. Natuurlijk discrimineer je, je kunt bijna niet anders. De vraag is wat je met deze aangeboren neiging te discrimineren doet? Onderzoek je het, kijk je waar het vandaan komt en probeer je het te veranderen, of leg je alles buiten jezelf neer, moet de buitenwereld veranderen omdat je zelf liever star aan je eigen ideeën vasthoudt? Ik probeer in ieder geval het eerst doen, ondanks dat ik weet dat ik in gedachten vast nog wel eens iemand op zijn uiterlijk beoordelen zal en er misschien zelfs naar zal handelen.

Ik denk dat we op een punt in de geschiedenis zijn aanbeland waarop onze neiging tot discrimineren ons meer nadeel dan voordeel oplevert. Ooit had het een functie: het behoud van je eigen leven. Nu leidt het tot conflicten, oorlogen zelfs; zaken waar niemand beter van wordt. Op dit moment vind ik juist de mensen die niet naar zichzelf kunnen kijken gevaarlijk, de mensen voor wie het onmogelijk is van mening te veranderen en opgesloten zitten in hun eigen ideeën zonder enige ruimte voor andermans beleving. Ik voel zelfs de neiging ze weg te zetten, als een aparte groep te zien; stumpers die het licht nog niet gezien hebben en die eigenlijk geen podium verdienen om hun achterhaalde mening te verkondigen.

Oeps....