Er ligt een mysterieuze heuvel hier in de bossen waar ik regelmatig wandel. In een stil gedeelte, waar vooral oude bomen met hoge kronen staan, komt er ineens een bult grond omhoog. Het is duidelijk een heuvel die door mensen is gemaakt. Perfect rond - dat was hij ooit althans - en met de overblijfselen van een ruwe trap gemaakt van grote blokken natuursteen. Ik weet niet waarom de heuvel zo bijzonder is, maar iedere keer dat ik erop sta voel ik dat het klopt. Ik kijk uit over velden van varens, een groen tapijt onder de bomen, en als ik daar sta bekruipt me altijd het gevoel dat deze heuvel hier al heel lang ligt.
In het zand zie ik bandensporen van mountainbikers, maar toch is de heuvel waar die op staan een andere heuvel dan de mijne. Dat is de heuvel waarvan men misschien wel weet waar hij voor is, door wie hij gemaakt is en hoe lang hij hier al ligt. Bij mijn heuvel is dat onbekend. Het is een heuvel naast de tijd, misschien gemaakt voor rituelen waarmee de grenzen van wat werkelijk is over konden worden gestoken. Er heeft hier offerbloed gevloeid, of misschien ligt er diep vanbinnen nog wel iets of iemand in begraven. En om de een of andere reden weet ik zeker dat al die stenen monolieten die hier door het bos verspreid staan - inmiddels scheef en deels met mos begroeid - er iets mee te maken hebben. Ooit werden die gebruikt om een krachtveld mee op te roepen, met als brandpunt de heuvel, het centrum van de energie. Hier onder de varens en de lagen bladeren van duizend jaar liggen vast ook nog omgevallen standbeelden van reusachtige koningen of uitgestorven goden. Zelfs de grafheuvels die in dit bos liggen zijn niet zo oud dat zij nog doden herbergen die weten wat de namen van die goden waren. Als hier gegraven wordt komen we er wellicht achter dat de heuvel slechts het topje is en dat het grootste deel verscholen ligt diep onder de grond. Al met al sluimert er hier nog een mysterieuze kracht rond, een kracht die je kunt voelen als je bovenop de heuvel staat.
Het lijkt mij een hele goede zaak als ik er nooit achter komen ga waar deze heuvel nu echt voor heeft gediend. Dat zou de lol toch wel bederven...
Deemstering: tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt.
woensdag 21 augustus 2013
maandag 19 augustus 2013
Bewustzijn
Soms lees je een zin of een stuk tekst dat je onmiddellijk aan het denken zet. Dat had ik vandaag toen ik las in 'Ik voel dus ik ben' van Antonio Damasio. Het boek behandelt de relatie tussen bewustzijn en (lichaams)gevoel. Aan het begin van hoofstuk vier verhaalt de schrijver over zijn studententijd, waarin hij erachter probeerde te komen hoe het komt dat wij over bewustzijn beschikken. Hij stelt deze vraag aan zijn docenten en krijgt steevast het antwoord: 'Dat hebben wij te danken aan de taal.' Een antwoord dat hem niet tevreden stelt, maar er lijkt op dat moment geen beter antwoord te zijn.
In eerste instantie lijk het een klassiek 'de kip en het ei-probleem'. Door taal kun je het over jezelf hebben, over jezelf nadenken en praten in termen van 'ik' en 'jij'. Je kunt zeggen 'stok', maar als iemand je niet precies begrijpt zul je iets als 'geef mij stok' moeten proberen. Dan ben je er, letterlijk en figuurlijk. Je hebt het over jezelf, je gebruikt jezelf in een zin en je zult het verschil moeten weten tussen jezelf en de ander. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn geweest dat bewustzijn zich in een ogenblik ontvouwen heeft de eerste keer dat iemand een klank uitstootte waarmee hij naar zichzelf verwees. Iets zo complex als bewustzijn kan geen plotsklaps inzicht zijn, maar iets dat diep in de mens verankerd is, iets dat al sluimerend aanwezig was en zich langzaam en parallel met ons taalgevoel ontwikkeld heeft, alsof de lamme en de blinde elkaar de ladder op geholpen hebben om bovenaan zowel bewustzijn als een goed ontwikkeld taalgevoel te vinden.
Het klinkt allemaal heel logisch, maar het is het niet. Ik ben pas op een derde van Damasio's boek, maar het lijkt er nu al sterk op dat mensen zonder taal wel bewustzijn hebben. Bewustzijn ligt dieper in de hersenen verscholen, in een laag die ouder dan de mens is. Het heeft veel meer met voelen dan met woorden te maken. Je voelt jezelf, je lijf en je emoties en ja, daar kun je woorden aan geven. Het is echter niet nodig om eerst voor jezelf te benoemen dat je blij bent, voordat je je daarvan bewust kunt zijn. Bewustzijn en daarmee voelen dat je bewust bent, is ouder dan taal en is fundamenteler met de mens vergroeid. Bewustzijn doe je met je lijf, anders is er ook weinig om je bewust van te zijn.
Wat me aan 'Ik voel dus ik ben' zo interesseert - naast het mechanisme van bewustzijn - is dat ik er de conclusie uit kan trekken dat taal in feite veel minder met mijn persoonlijke werkelijkheid van doen heeft dan ik vroeger dacht. Waar ik altijd al moeite had om een antwoord te geven dat recht deed aan de werkelijkheid als iemand mij vroeg: 'hoe gaat het?', weet ik nu tenminste hoe dat komt. Taal heeft zo zijn beperkingen. Je bent nooit alleen maar blij. En waar ik vroeger verstrikt raakte in tegengestelde beweringen over mijn persoonlijkheid die ik mezelf of die een ander mij had aangepraat, kan ik nu gewoon denken: het zijn maar woorden. Woorden die me afleiden van wat werkelijk is, een eigen leven kunnen gaan leiden, en die me minder van mezelf bewust laten zijn. Een keer diep ademhalen en me bewust worden van wat ik voel brengt duizend keer meer op.
In eerste instantie lijk het een klassiek 'de kip en het ei-probleem'. Door taal kun je het over jezelf hebben, over jezelf nadenken en praten in termen van 'ik' en 'jij'. Je kunt zeggen 'stok', maar als iemand je niet precies begrijpt zul je iets als 'geef mij stok' moeten proberen. Dan ben je er, letterlijk en figuurlijk. Je hebt het over jezelf, je gebruikt jezelf in een zin en je zult het verschil moeten weten tussen jezelf en de ander. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn geweest dat bewustzijn zich in een ogenblik ontvouwen heeft de eerste keer dat iemand een klank uitstootte waarmee hij naar zichzelf verwees. Iets zo complex als bewustzijn kan geen plotsklaps inzicht zijn, maar iets dat diep in de mens verankerd is, iets dat al sluimerend aanwezig was en zich langzaam en parallel met ons taalgevoel ontwikkeld heeft, alsof de lamme en de blinde elkaar de ladder op geholpen hebben om bovenaan zowel bewustzijn als een goed ontwikkeld taalgevoel te vinden.
Het klinkt allemaal heel logisch, maar het is het niet. Ik ben pas op een derde van Damasio's boek, maar het lijkt er nu al sterk op dat mensen zonder taal wel bewustzijn hebben. Bewustzijn ligt dieper in de hersenen verscholen, in een laag die ouder dan de mens is. Het heeft veel meer met voelen dan met woorden te maken. Je voelt jezelf, je lijf en je emoties en ja, daar kun je woorden aan geven. Het is echter niet nodig om eerst voor jezelf te benoemen dat je blij bent, voordat je je daarvan bewust kunt zijn. Bewustzijn en daarmee voelen dat je bewust bent, is ouder dan taal en is fundamenteler met de mens vergroeid. Bewustzijn doe je met je lijf, anders is er ook weinig om je bewust van te zijn.
Wat me aan 'Ik voel dus ik ben' zo interesseert - naast het mechanisme van bewustzijn - is dat ik er de conclusie uit kan trekken dat taal in feite veel minder met mijn persoonlijke werkelijkheid van doen heeft dan ik vroeger dacht. Waar ik altijd al moeite had om een antwoord te geven dat recht deed aan de werkelijkheid als iemand mij vroeg: 'hoe gaat het?', weet ik nu tenminste hoe dat komt. Taal heeft zo zijn beperkingen. Je bent nooit alleen maar blij. En waar ik vroeger verstrikt raakte in tegengestelde beweringen over mijn persoonlijkheid die ik mezelf of die een ander mij had aangepraat, kan ik nu gewoon denken: het zijn maar woorden. Woorden die me afleiden van wat werkelijk is, een eigen leven kunnen gaan leiden, en die me minder van mezelf bewust laten zijn. Een keer diep ademhalen en me bewust worden van wat ik voel brengt duizend keer meer op.
vrijdag 9 augustus 2013
Maalstroom
Ik realiseerde me laatst dat er iets veranderd is. Een behoefte die ik vroeger had - om naast het leven te gaan staan - is nu vrijwel verdwenen. Het was het altijd aanwezige gevoel het nu te druk te hebben en daarbij te verlangen naar een moment waarbij niemand iets van je verlangt en je helemaal niets hoeft. Het enige wat je doet is rustig naar het leven kijken. Alleen op die plaats kun je wijsheden verwerven die het waard zijn om in steen te beitelen. Het normale leven is daar te druk, te chaotisch voor. Je hebt een uitgestrekte zee van rust nodig om tot jezelf en die dieper liggende waarheden te komen.
Die zee van rust is ver te zoeken. Vroeger was hij er weleens, toen ik als kind en puber niets anders had te doen dan hele middagen uit het raam kijken, of tekeningen maken in mijn wiskundeschrift. Misschien is die rust er later, als ik gepensioneerd ben en alleen de tuin nog maar hoef bij te houden, maar ik betwijfel het. Het leven lijkt zich naarmate ik ouder word steeds sneller aan me voorbij te trekken. Wellicht dat ik daarom het gevoel kreeg dat ik nog meer tijd aan de zijlijn van het leven nodig had om grip te krijgen. Tijd die er niet is. Het leverde me zelfs stress op, het idee dat ik het te druk heb om te observeren en te filosoferen en dat straks het leven ineens voorbij is en ik geen eindconclusies op heb kunnen stellen.
Rust zoals ik die wilde is er zelden en als ze er is, is het nooit genoeg. Het is weer zo'n verlangen dat zichzelf in stand houdt door nooit helemaal bevredigd te zijn. Maar alhoewel ik het nu drukker dan ooit heb, ervaar ik toch meer rust, ondanks dat ik geen hele dagen meer heb om te mijmeren. Het zal de acceptatie wel zijn. Het leven is een maalstroom waarin je jezelf op moet laten zuigen. Als je niet tegenspartelt, gaat het makkelijker. Dan kom je op een punt waarop je razendsnel gaat en toch nog om je heen kunt kijken, dankzij de rust die je in jezelf hebt gevonden.
Die zee van rust is ver te zoeken. Vroeger was hij er weleens, toen ik als kind en puber niets anders had te doen dan hele middagen uit het raam kijken, of tekeningen maken in mijn wiskundeschrift. Misschien is die rust er later, als ik gepensioneerd ben en alleen de tuin nog maar hoef bij te houden, maar ik betwijfel het. Het leven lijkt zich naarmate ik ouder word steeds sneller aan me voorbij te trekken. Wellicht dat ik daarom het gevoel kreeg dat ik nog meer tijd aan de zijlijn van het leven nodig had om grip te krijgen. Tijd die er niet is. Het leverde me zelfs stress op, het idee dat ik het te druk heb om te observeren en te filosoferen en dat straks het leven ineens voorbij is en ik geen eindconclusies op heb kunnen stellen.
Rust zoals ik die wilde is er zelden en als ze er is, is het nooit genoeg. Het is weer zo'n verlangen dat zichzelf in stand houdt door nooit helemaal bevredigd te zijn. Maar alhoewel ik het nu drukker dan ooit heb, ervaar ik toch meer rust, ondanks dat ik geen hele dagen meer heb om te mijmeren. Het zal de acceptatie wel zijn. Het leven is een maalstroom waarin je jezelf op moet laten zuigen. Als je niet tegenspartelt, gaat het makkelijker. Dan kom je op een punt waarop je razendsnel gaat en toch nog om je heen kunt kijken, dankzij de rust die je in jezelf hebt gevonden.
donderdag 8 augustus 2013
Fundament
Wanneer is het goed om je emoties serieus te nemen en wanneer niet? Soms kunnen je emoties je belangrijke dingen vertellen. Veel mensen die iets moeilijks hebben meegemaakt, drukken het gevoel weg, waarna ze er na jaren alsnog last van krijgen. Het blijft altijd in het lichaam zitten, is de boodschap van Alice Miller in haar boek 'The body never lies'. En vanuit dat lichaam komt het weer omhoog, uit het zich in ziektes of spanningen, en zul je het uiteindelijk onder ogen moeten zien. Alice Miller schrijft vooral over mensen die in hun jeugd verwaarloosd, mishandeld of gewoon niet gezien zijn door hun ouders.
Vanuit het boeddhisme wordt er anders tegen emoties aangekeken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen heilzame en niet-heilzame emoties. De kunst is de heilzame te voeden en op te laten bloeien en de niet-heilzame te laten verdorren. Je zou dit kunnen opvatten als het wegstoppen en niet toelaten van negatieve emoties, iets waar in de Westerse psychologie weer heel anders mee wordt omgegaan. Negatieve emoties komen ergens vandaan, bijvoorbeeld uit je jeugd, en moeten uitgeplozen en verwerkt worden.
Persoonlijk denk ik dat voor beide zienswijzen iets te zeggen valt. De mensen die Alice Miller beschrijft zijn vaak niet in staat gesteld een solide basis op te bouwen, een persoonlijkheid die er ligt als een stevig fundament om je leven op te bouwen. Ze zijn van jongs af aan bekritiseerd door hun ouders en hebben geleerd dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze zijn. Het gedrag dat daaruit volgt blijft een groot deel van de relaties kenmerken die ze de rest van hun leven aanknopen. Om daar uit te komen zul je die diep weggestopte emoties uit je kindertijd onder ogen moeten zien, anders blijf je onbewust altijd naar de pijpen van je ongelukkige kindertijd dansen. Neem je emoties serieus en doe er iets mee, is dan het credo.
Maar welke negatieve emoties moet je nou wél en welke niet verwerken? Tenslotte heeft iedereen wel ergens een beschadiging opgelopen in zijn kindertijd, iets wat je gedrag tot op de dag van vandaag bepaalt. Ben je door te mediteren aan het leren los te laten, of ben je iets weg aan het drukken dat altijd weer de kop zal opsteken?
Misschien ligt het antwoord in een vraag die je jezelf kunt stellen. Hoe solide voelt mijn fundament aan? Als ik mezelf die vraag eerlijk stel, voel ik automatisch dat mijn fundament goed is. Ik hoef er niet over na te denken, sterker nog: het nadenken belemmert juist het geven van het juiste antwoord. Het is dat kalme gevoel in mijn middenrif wanneer ik me op mijn ademhaling richt. Ik sta er beter mee in contact omdat ik mediteer, maar ik ben ervan overtuigd dat het er altijd is geweest. De mensen die liever geen contact maken met wat ze binnenin voelen, zijn meestal ook degenen met een zwakker fundament. In dat geval heeft de Westerse psychologie ze misschien meer te bieden dan al die Oosterse wijsheden.
Vanuit het boeddhisme wordt er anders tegen emoties aangekeken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen heilzame en niet-heilzame emoties. De kunst is de heilzame te voeden en op te laten bloeien en de niet-heilzame te laten verdorren. Je zou dit kunnen opvatten als het wegstoppen en niet toelaten van negatieve emoties, iets waar in de Westerse psychologie weer heel anders mee wordt omgegaan. Negatieve emoties komen ergens vandaan, bijvoorbeeld uit je jeugd, en moeten uitgeplozen en verwerkt worden.
Persoonlijk denk ik dat voor beide zienswijzen iets te zeggen valt. De mensen die Alice Miller beschrijft zijn vaak niet in staat gesteld een solide basis op te bouwen, een persoonlijkheid die er ligt als een stevig fundament om je leven op te bouwen. Ze zijn van jongs af aan bekritiseerd door hun ouders en hebben geleerd dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze zijn. Het gedrag dat daaruit volgt blijft een groot deel van de relaties kenmerken die ze de rest van hun leven aanknopen. Om daar uit te komen zul je die diep weggestopte emoties uit je kindertijd onder ogen moeten zien, anders blijf je onbewust altijd naar de pijpen van je ongelukkige kindertijd dansen. Neem je emoties serieus en doe er iets mee, is dan het credo.
Maar welke negatieve emoties moet je nou wél en welke niet verwerken? Tenslotte heeft iedereen wel ergens een beschadiging opgelopen in zijn kindertijd, iets wat je gedrag tot op de dag van vandaag bepaalt. Ben je door te mediteren aan het leren los te laten, of ben je iets weg aan het drukken dat altijd weer de kop zal opsteken?
Misschien ligt het antwoord in een vraag die je jezelf kunt stellen. Hoe solide voelt mijn fundament aan? Als ik mezelf die vraag eerlijk stel, voel ik automatisch dat mijn fundament goed is. Ik hoef er niet over na te denken, sterker nog: het nadenken belemmert juist het geven van het juiste antwoord. Het is dat kalme gevoel in mijn middenrif wanneer ik me op mijn ademhaling richt. Ik sta er beter mee in contact omdat ik mediteer, maar ik ben ervan overtuigd dat het er altijd is geweest. De mensen die liever geen contact maken met wat ze binnenin voelen, zijn meestal ook degenen met een zwakker fundament. In dat geval heeft de Westerse psychologie ze misschien meer te bieden dan al die Oosterse wijsheden.
Abonneren op:
Reacties (Atom)