Kernovertuigingen zijn overtuigingen die zo diep in je geworteld zijn dat je nauwelijks doorhebt hoe ze je gedrag beïnvloeden. Ze vormen als het ware een stukje van je persoonlijkheid en om ze te veranderen moet je zelf een beetje veranderen. Voor iemand die opgevoed is met het idee dat god bestaat, is het een hele klus om dingen anders te gaan zien. Dat doe je niet van de ene op de ander dag.
Ik had een kernovertuiging, opgedaan op de middelbare school. Ergens in 4 of 5 vwo is het er ingeslopen. Langzaamaan ging het redeneren een belangrijkere rol spelen in de leerstof, terwijl het 'uit je hoofd stampen' iets minder werd. Ik was nooit zo'n stamper, dus mij kwam het goed uit. Ik merkte gaandeweg dat het me vaker lukte een cijfer te halen dat qua hoogte niet opwoog tegen de tijd die ik in het studeren gestoken had, in positieve zin. Ik haalde een zes, terwijl ik de dagen ervoor meer uit het raam dan in mijn boek gekeken had. Ik had een drie moeten hebben. Reden te meer om nog minder te studeren en ontspannen aan iedere repetitie te beginnen. Gewoon rustig nadenken, een antwoord formuleren en toch nog een redelijk cijfer halen. Geen negens en tienen, maar net genoeg om over te gaan. Het enige vak in mijn pakket waarbij dit écht niet lukte - economie 2 - liet ik vallen en zo kon ik met minimale inspanning door het vwo rollen.
Denken is beter dan doen. Wanneer je ergens diep genoeg over nadenkt, vind je het antwoord altijd. Lukt het niet dan denk je niet diep genoeg. Ratio is alles. Dat is wat ik mezelf toen heb ingeprent.
Ik realiseerde me pas dat dit een kernovertuiging is toen ik hem al half had afgebroken. Voelen - zie het bericht 'gevoel' - is minstens zo belangrijk. Voorheen loste ik alles met mijn hoofd op. Ging het niet goed, dan analyseerde ik net zo lang tot ik precies wist hoe het zat. Het werkte altijd... totdat het niet meer werkte. Ik raakte verdwaald in mijn analyses, in het inkaderen en labelen van iedere gedachte en ieder gevoel, in het onderbrengen in psychologische termen van wat ik deed en dacht, en zag mezelf ineens denken zonder begin of eind. Continu denken, dag en nacht, tot ik het gevoel had dat ik er gek van werd en ik er wel iets aan móest gaan doen.
Ik vraag me af hoeveel kernovertuigingen ik nog in me heb. Kan ik ze allemaal afbreken? En als ik daarmee klaar ben, ben ik dan volledig vrij (of roep ik nu ter plekke een nieuwe overtuiging in het leven...)?
Ik weet het niet. Misschien moet ik dat maar een tijdje zo houden.
Deemstering: tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt.
dinsdag 26 februari 2013
maandag 25 februari 2013
Gevoel
Ik mediteerde vandaag korte tijd, voordat ik naar mijn werk moest. Beneden was de hond aan het blaffen. Terwijl ik het geblaf probeerde te negeren, flitste het beeld door mijn hoofd van mijzelf die naar het zolderraam liep en naar buiten keek. Er was iets in mijn brein dat wilde reageren, wilde checken of alles goed was. De hond blafte tenslotte en ook al doet hij dat bij iedere voorbijganger, er zóu iemand aan de deur kunnen staan.
Dit soort flitsen heb ik vaker, maar meestal merk ik ze niet op. Alleen als je verder niets anders te doen hebt dan observeren wat er in je hoofd gebeurt, merk je dat er iets aan je gedrag vooraf gaat. In dit geval volgde er geen gedrag, maar ik denk dat dit ook niet nodig is. Zo'n flits is een scenario, een plaatje van de zeer nabije toekomst. Aan de hand van de uitkomst van het scenario bedenk je of je iets wel of niet gaat doen. Zal ik met m'n hand de fluitketel vastpakken - nee, AU! - ik pak eerst een theedoek.... Meestal denk je dat niet zo bewust, maar op de een of andere manier neem je er toch een beslissing in. De Portugese neuroloog Antonio Damasio geeft er in zijn boek 'De vergissing van Descartes' een verklaring voor. Hij betoogt dat mensen continu proberen te voorspellen wat hun gedrag gaat opleveren. Niet aan de hand van het bewust afwegen van voors- en tegens, maar aan de hand van de emotionele uitkomsten van een scenario. Je voelt in feite al een heel klein beetje van de pijn, voordat je die fluitketel vastpakt. En omdat dat onaangenaam is, pas je je gedrag aan en pak je de fluitketel met een theedoek. Dit gaat zo snel dat je het nauwelijks merkt. Zo sturen je emoties aan hoe je je voortbeweegt, of je nú opstaat of over een kwartier en hoe je reageert op iemand anders. Alles heeft een uitkomst en in je hoofd wordt voortdurend bepaald of die uitkomst leuk of minder leuk is. Meestal is het verschil tussen positief en negatief niet zo groot en merk je amper op dat je gevoel je gedrag gestuurd heeft. Soms is het merkbaar, bij beslissingen waaraan grotere emoties zijn gekoppeld. Dan heb je ook de ruimte dingen op een rij te zetten, maar met voor- en tegens afwegen loop je de kans in een eindeloze oorlog van argumenten terecht te komen. Het gevolg is keuzestress en slapeloze nachten. Niet voor niets geven veel mensen aan dat ze belangrijke beslissingen in hun leven met hun gevoel genomen hebben. Je gevoel vertelt het wel, als je erop durft te vertrouwen.
De laatste maanden probeer ik vaker dingen uit mijn hoofd te zetten, vooral op dit gebied. Er moet iets besloten worden, maar nu nog niet. Het juiste antwoord komt wel. Mijn gevoel gaat het me vertellen, waarschijnlijk op een onbewaakt moment - niet zelden op het toilet of vlak voor ik in slaap val. Gewoon ontspannen en je gevoel z'n werk laten doen. Het is niet altijd makkelijk, maar het werkt.
(Antonio Damasio: De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk brein.)
Dit soort flitsen heb ik vaker, maar meestal merk ik ze niet op. Alleen als je verder niets anders te doen hebt dan observeren wat er in je hoofd gebeurt, merk je dat er iets aan je gedrag vooraf gaat. In dit geval volgde er geen gedrag, maar ik denk dat dit ook niet nodig is. Zo'n flits is een scenario, een plaatje van de zeer nabije toekomst. Aan de hand van de uitkomst van het scenario bedenk je of je iets wel of niet gaat doen. Zal ik met m'n hand de fluitketel vastpakken - nee, AU! - ik pak eerst een theedoek.... Meestal denk je dat niet zo bewust, maar op de een of andere manier neem je er toch een beslissing in. De Portugese neuroloog Antonio Damasio geeft er in zijn boek 'De vergissing van Descartes' een verklaring voor. Hij betoogt dat mensen continu proberen te voorspellen wat hun gedrag gaat opleveren. Niet aan de hand van het bewust afwegen van voors- en tegens, maar aan de hand van de emotionele uitkomsten van een scenario. Je voelt in feite al een heel klein beetje van de pijn, voordat je die fluitketel vastpakt. En omdat dat onaangenaam is, pas je je gedrag aan en pak je de fluitketel met een theedoek. Dit gaat zo snel dat je het nauwelijks merkt. Zo sturen je emoties aan hoe je je voortbeweegt, of je nú opstaat of over een kwartier en hoe je reageert op iemand anders. Alles heeft een uitkomst en in je hoofd wordt voortdurend bepaald of die uitkomst leuk of minder leuk is. Meestal is het verschil tussen positief en negatief niet zo groot en merk je amper op dat je gevoel je gedrag gestuurd heeft. Soms is het merkbaar, bij beslissingen waaraan grotere emoties zijn gekoppeld. Dan heb je ook de ruimte dingen op een rij te zetten, maar met voor- en tegens afwegen loop je de kans in een eindeloze oorlog van argumenten terecht te komen. Het gevolg is keuzestress en slapeloze nachten. Niet voor niets geven veel mensen aan dat ze belangrijke beslissingen in hun leven met hun gevoel genomen hebben. Je gevoel vertelt het wel, als je erop durft te vertrouwen.
De laatste maanden probeer ik vaker dingen uit mijn hoofd te zetten, vooral op dit gebied. Er moet iets besloten worden, maar nu nog niet. Het juiste antwoord komt wel. Mijn gevoel gaat het me vertellen, waarschijnlijk op een onbewaakt moment - niet zelden op het toilet of vlak voor ik in slaap val. Gewoon ontspannen en je gevoel z'n werk laten doen. Het is niet altijd makkelijk, maar het werkt.
(Antonio Damasio: De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk brein.)
vrijdag 22 februari 2013
Aokigahara
Gisteren stuitte ik op Aokigahara. Een plek in Japan waar ze gestopt zijn de jaarlijkse zelfmoordcijfers te publiceren. Er komen al meer dan genoeg mensen naar Aokigahara om zelfmoord te plegen. In 2010 waren het 247, waarvan er in ieder geval 54 geslaagd zijn. Geen enkele noodzaak om nog meer mensen op een idee te brengen.
Aokigahara is een bos gelegen aan de voet van de Fuji-berg. Het schijnt er stil te zijn - sereen - en door de dicht op elkaar gepakte bomen waait het er nauwelijks. Voor sommigen de ideale plek om een leven dat als mislukt beschouwd wordt af te sluiten. Jaarlijks wordt er een zoektocht georganiseerd om zo veel mogelijk lijken uit het bos te verwijderen. Wat niet door mensen wordt gevonden, vinden de dieren wel.
Als het al niet zo stil in Aokigahara was, zou je er stil van worden. Wat drijft al die mensen ertoe om naar Aokigahara te gaan en juist dáár zelfmoord te plegen? Als je je leven waardeloos vindt, wat maal je dan nog om de plek waar je sterft? Kiezen al die mensen deze plek vanuit het romantische idee te sterven in de natuur of is er meer aan de hand? Er zijn veel zelfmoordenaars die hun pad in het bos markeren met tape, zodat ze de weg naar het leven weer terug kunnen vinden. Ze twijfelen. Misschien dat Aokigahara de juiste plek is om zonder ruis je leven te overdenken, zonder de afleiding van alledag, de stemmen van anderen of het getoeter van auto's. Stilte om je heen, stilte in je hoofd. En dan maak je een keuze... en hoop je dat het de juiste is.
Aokigahara is een bos gelegen aan de voet van de Fuji-berg. Het schijnt er stil te zijn - sereen - en door de dicht op elkaar gepakte bomen waait het er nauwelijks. Voor sommigen de ideale plek om een leven dat als mislukt beschouwd wordt af te sluiten. Jaarlijks wordt er een zoektocht georganiseerd om zo veel mogelijk lijken uit het bos te verwijderen. Wat niet door mensen wordt gevonden, vinden de dieren wel.
Als het al niet zo stil in Aokigahara was, zou je er stil van worden. Wat drijft al die mensen ertoe om naar Aokigahara te gaan en juist dáár zelfmoord te plegen? Als je je leven waardeloos vindt, wat maal je dan nog om de plek waar je sterft? Kiezen al die mensen deze plek vanuit het romantische idee te sterven in de natuur of is er meer aan de hand? Er zijn veel zelfmoordenaars die hun pad in het bos markeren met tape, zodat ze de weg naar het leven weer terug kunnen vinden. Ze twijfelen. Misschien dat Aokigahara de juiste plek is om zonder ruis je leven te overdenken, zonder de afleiding van alledag, de stemmen van anderen of het getoeter van auto's. Stilte om je heen, stilte in je hoofd. En dan maak je een keuze... en hoop je dat het de juiste is.
woensdag 6 februari 2013
Zwijgen
Wat is er te zeggen over iets dat niet in woorden uit te drukken is? Over woorden en de ontoereikendheid daarvan heb ik al vaker geschreven. Alhoewel ze ongeschikt zijn om de werkelijkheid te duiden, houd ik van woorden. Ik dacht vandaag aan Wittgenstein en Russel en hun poging om een taal te maken waarin geen misverstand meer kan bestaan. Een taal die zo duidelijk en eenduidig is als wiskunde, waarmee we een werkelijkheid kunnen bouwen waar iedereen het mee eens is. Dat zou aardig wat conflicten schelen. Gelukkig zijn Wittgenstein en Russel niet in hun poging geslaagd. Hun project zou alleen tot een succes zijn uitgegroeid als wij ons allemaal exact hetzelfde stel hersens hadden aangemeten. En dan zouden we allemaal precies hetzelfde moeten meemaken, om niet razendsnel uit elkaar te groeien. We zouden robots moeten zijn. En binnen korte tijd zouden we communiceren in enen en nullen, want dat is wel zo efficiënt. Weg taal, weg creativiteit.
Taal is dynamisch en de betekenis ervan wordt mede bepaald door de context waarin iets gezegd of geschreven wordt. Dat maakt het juist zo leuk. Zonder de flexibiliteit van taal zouden we nauwelijks meer grappen kunnen maken. Met taal kun je alle kanten op. Het nadeel is dat het veel moeilijker wordt om datgene wat iemand zegt precies zo te begrijpen zoals diegene het bedoelt, wat niet zelden tot een misverstand - of erger - leidt. Religieuze conflicten zijn daar een voorbeeld van. Wat bedoelen we eigenlijk met 'God'? Ik werd onlangs op straat aangesproken door iemand die eens een goed gesprek over God met me wilde hebben. Hij wilde ook graag weten of ik niet vaker het 'goede' wilde doen en minder vaak het 'kwade'. Toen ik hem zei dat dit slechts twee woorden zijn die alleen in zijn hoofd bestaan en in de werkelijkheid nergens zijn te vinden, begreep hij niets van me. Hij herhaalde wat hij zei en voegde daar zelfs aan toe dat als ik voor de hemelpoort zou staan ik toch wel anders piepen zou. Ik ben uiteindelijk maar weggelopen, om een oorlog te voorkomen.
Zoals Wittgenstein al zei: waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen. Misschien dat dat de reden is dat er in kloosters - zowel christelijke als boeddhistische - zo vaak gezwegen wordt. Bidden of mediteren, het gebeurt allemaal in stilte. Met taal kan er alleen een omtrek geschetst worden, nooit de kern. Vandaar dat je af en toe een tijdje je mond moet houden. Dan komt de kern weer in beeld.
Taal is dynamisch en de betekenis ervan wordt mede bepaald door de context waarin iets gezegd of geschreven wordt. Dat maakt het juist zo leuk. Zonder de flexibiliteit van taal zouden we nauwelijks meer grappen kunnen maken. Met taal kun je alle kanten op. Het nadeel is dat het veel moeilijker wordt om datgene wat iemand zegt precies zo te begrijpen zoals diegene het bedoelt, wat niet zelden tot een misverstand - of erger - leidt. Religieuze conflicten zijn daar een voorbeeld van. Wat bedoelen we eigenlijk met 'God'? Ik werd onlangs op straat aangesproken door iemand die eens een goed gesprek over God met me wilde hebben. Hij wilde ook graag weten of ik niet vaker het 'goede' wilde doen en minder vaak het 'kwade'. Toen ik hem zei dat dit slechts twee woorden zijn die alleen in zijn hoofd bestaan en in de werkelijkheid nergens zijn te vinden, begreep hij niets van me. Hij herhaalde wat hij zei en voegde daar zelfs aan toe dat als ik voor de hemelpoort zou staan ik toch wel anders piepen zou. Ik ben uiteindelijk maar weggelopen, om een oorlog te voorkomen.
Zoals Wittgenstein al zei: waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen. Misschien dat dat de reden is dat er in kloosters - zowel christelijke als boeddhistische - zo vaak gezwegen wordt. Bidden of mediteren, het gebeurt allemaal in stilte. Met taal kan er alleen een omtrek geschetst worden, nooit de kern. Vandaar dat je af en toe een tijdje je mond moet houden. Dan komt de kern weer in beeld.
dinsdag 5 februari 2013
Eiland
Om me heen ligt de tijd
altijd in beweging
Voor- of achteruit
het maakt niet uit
Een stap in elke richting
is verdrinken
Zo snel als ik hem zet
en weggesleurd word
zo snel ben ik vergeten
dat er ruimte is
Een eiland in mezelf
een lege plek zonder beweging
maar alleen als ik stilsta
opkijk
en glimlach
(na jaren weer eens een gedicht geschreven!)
altijd in beweging
Voor- of achteruit
het maakt niet uit
Een stap in elke richting
is verdrinken
Zo snel als ik hem zet
en weggesleurd word
zo snel ben ik vergeten
dat er ruimte is
Een eiland in mezelf
een lege plek zonder beweging
maar alleen als ik stilsta
opkijk
en glimlach
(na jaren weer eens een gedicht geschreven!)
Abonneren op:
Reacties (Atom)
