Deemstering: tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt.
zaterdag 8 december 2012
Niet bij geluk gebaat
In mijn vorige bericht schreef ik over mensenhersens die op een manier werken die voor de mens zelf heel onprettig is. Wij zijn in gedachten continu op zoek naar potentiële gevaren en mogelijke oplossingen, en dat in een tijd waarin de gevaren vele malen minder groot zijn dan pakweg vijftigduizend jaar geleden. We zijn nu eenmaal zo geprogrammeerd. Vandaar dat stress een van de grootste problemen van deze tijd is, met alle gezondheidsrisico's van dien. Want wat is er nu helemaal aan de hand? We hebben een dak boven ons hoofd, een werkende c.v. en eten in de koelkast. Er is hooguit wat gedoe op het werk, of er er zijn wat woorden met je partner. We maken ons druk of we in ons leven wel doen wat we écht willen, terwijl we ondertussen een grote kans hebben minstens tweemaal zo oud te worden als de gemiddelde mens die op deze aardbol rondgewandeld heeft - en die waarschijnlijk überhaupt nooit aan die vraag toegekomen is. Waarom zijn we dan niet tevreden? Waarom zorgt onze programmering er voor dat er altijd iets is om ons zorgen over te maken, terwijl vanuit diezelfde programmering we niets liever willen dan gelukkig zijn? Alsof je een computerprogramma schrijft dat het zichzelf onmogelijk maakt om optimaal te draaien. Het lijkt allemaal onlogisch, maar dat is het niet. In mijn bericht 'geademd worden' heb ik al de aanzet tot een verklaring gedaan. Ons ego zit ons in de weg, want het draait allemaal niet om ons. Het is mijn genetisch materiaal - mijn programmering - dat me laat streven naar dingen, dat me me zorgen laat maken en altijd op laat letten voor potentiële gevaren, ook al zijn die gevaren in deze tijd meestal niet meer levensbedreigend en vrij relatief. Mijn genen zijn niet bezig met geluk. Ze zijn bezig met streven naar geluk. Wat hebben mijn genen eraan als ik tevreden ben? Daar heb ik alleen zelf iets aan, maar zoals ik elders al vermeldde: mijn gevoel van 'ik' is alleen een bijproduct. Mijn genen willen niet dat ik op mijn lauweren rust. Dat is niet goed voor hun overlevingskansen. Mijn genen willen dat ik continu bezig ben met overleven en voortplanten, of dat ik op indirecte wijze de kansen op overleven en voortplanten zo groot mogelijk maak. Vandaar dat geluk zoals wij mensen dat willen ons altijd door de vingers glipt. Je heb het hooguit even. Onze genen zijn niet bij geluk gebaat en laten ons meteen weer naar iets nieuws streven als de het oude is behaald. En als we onszelf wijsmaken dat we alles hebben wat ons hart begeert, maken we ons toch nog zorgen over het behoud van wat we hebben.
Nu verkeren wij als mensen in de gelukkige positie dat we onze situatie min of meer begrijpen. En vandaar uit kunnen we invloed uitoefenen. Ik heb het natuurlijk over meditatie en de manier waarop het inzicht geeft in hoe wij constant achter onze eigen staart aanrennen. Maar naast meditatie kunnen bepaalde rationele inzichten bijzonder ondersteunend zijn. Als iemand me voordat ik mediteerde verteld had dat ik slechts het werktuig van een grotere kracht ben die niet bij mijn geluk gebaat is, zou ik hem niet geloofd hebben. Nu ik het zelf zowel geconcludeerd als ervaren heb, is het een krachtige waarheid geworden die me dieper door laat dringen tot wat werkelijk is.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten