woensdag 5 december 2012

Neurologisch gepruttel

Op het moment lees ik een boek genaamd 'Het brein van Boeddha', dat een meer wetenschappelijk licht werpt op boeddhisme en meditatie. Ik ben nog maar nauwelijks op een vierde, maar nu al heeft dit boek me nieuwe inzichten gegeven. Waar ik me de laatste tijd bijvoorbeeld aan stoor, is dat het me niet lukt om vanuit werk thuis te komen en dan ook mijn werk echt achter me te laten. Ik wandel met de hond door het bos en toch is vrijwel het enige waar ik aan denk mijn werk. Alles wat zich voorgedaan heeft, speelt zich nogmaals in mijn hoofd af en alles wat ik daar een volgende keer anders in zou kunnen doen, wordt ook alvast op het witte doek in mijn brein geënsceneerd. Toch is er wel verandering. Waar ik vroeger altijd dapper de eerste schreden op de weg van een gedachte zette en doorging tot ik bij de eindbestemming was - een eindbestemming die ik zelden écht bereikte - , denk ik nu al veel minder in volzinnen en logische oorzaak-gevolg verbanden en zie ik mijn gedachten meer voor wat ze zijn. Ooit vond ik ze belangrijk en was ik ervan overtuigd dat ze me iets te vertellen hadden. Ik dacht dat het de moeite waard was ze altijd en overal te volgen en het pad dat voor me lag plat te treden met mijn onverdeelde aandacht. Nu is het al anders. Ik denk  vaak nog maar in halve zinnen en schimmige beelden en meestal weet ik mezelf ervan te overtuigen dat het ook nog zinnen en beelden zijn die niets te zeggen hebben. Eigenlijk is dat denken niets meer dan neurologisch gepruttel. Wanneer ik twee dagen niet werk, wordt het gepruttel met betrekking tot dat werk ook steeds minder. Dan komt er ander gepruttel voor in de plaats. Denkflarden, geproduceerd door talloze verbindingen in mijn brein. Het is maar een bijverschijnsel van het leven, van het opdoen van ervaringen en van leren. Ik hoef er niets mee. Daarmee kan ik gemakkelijk zo'n negentig procent van wat ik denk wegzetten als 'bijproduct'. Alhoewel dat gepruttel er nog steeds is, voelt het goed het niet meer allemaal zo serieus te moeten nemen. Daarnaast ontstaat de ruimte om die tien procent die er wel toe doet als zodanig te herkennen. Normaal vertroebelen de denkflarden datgene wat er echt toe doet. Nu wordt alles juist verhelderd (of 'verlicht', want dat is wat 'Boeddha' letterlijk betekent: verlichte). Wat 'Het brein van Boeddha' zo interessant maakt, is dat het verklaart op neurologisch gebied hoe mensenhersens werken. En waarom de manier waarop die mensenhersens werken eigenlijk helemaal niet zo prettig is voor die mensen zelf. Tenslotte heb ik er eigenlijk alleen maar last van dat ik na mijn werk nog aan mijn werk moet denken. Ik weet nu waarom dat is. Nu moet ik het nog verder afleren.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten