Stephen Batchelor beschijft in zijn boek 'Confessions of a Buddhist Atheïst' een soort Boeddhisme vrij van dogma's als karma en reïncarnatie. Een Boeddhisme dat wérkelijk om het hier en nu gaat en niet nog altijd een soort pseudo-hemel voor ogen heeft - verlicht zijn of het nirvana bereiken - die je betreedt door uit de vicieuze cirkel van geboren worden, lijden en sterven te stappen. Eigenlijk is er niets logischer dan een dergelijk Boeddhisme, een Boeddhisme vrij van aannames over dingen die je niet kunt zien, niet kunt proeven en niet kunt ruiken. Wat zou je je druk maken om wat er na je dood gebeurt of dat al je halverwege of op driekwart van de weg naar het nirvana zit? Reïncarnatie is een concept waar ik mijn schouders over ophaal. Misschien bestaat het, waarschijnlijk niet. Geen enkele reden om iets dat zo ver weg en ook nog onbewezen is het leven dat ik nu leid te laten beïnvloeden.
Hetzelfde geldt voor karma, dat systeem dat geacht wordt alle goede en kwade daden in evenwicht te houden en ervoor te zorgen dat wie goed doet, goed ontmoet en een kwade daad je altijd achtervolgt. Wanneer ik nu vriendelijk ben voor iemand anders, wil ik niet nadenken over wat dit me oplevert behalve nu een goed gevoel. Vriendelijkheid zonder bonussysteem; het lijkt me wel zo normaal. Wanneer ik voor mijn gedrag beloond had willen worden, dan was ik wel Katholiek gebleven.
Als laatste is er verlichting, dat uiterst vreemde concept dat je pas snapt als je het bent en waar eigenlijk iedere Boeddhist naar streeft. Dat streven is een probleem en waarschijnlijk de grootste beer op de weg er naartoe. Maar dat er een weg is bewijst al dat je het in je hoofd als een plek ziet die ooit, in de verre of nabije toekomst, betreden kan worden. Waarom zou ik over zoiets nadenken als ik nu ook mijn oren kan spitsen en een vogel in de tuin kan horen fluiten?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten