vrijdag 29 maart 2013

Angst

Ik heb vannacht over angst gedacht. Ik moest wel. Het begon bij gepieker over de situatie op mijn werk en alle indrukken die nog in mijn hoofd zaten van de middag en de avond. Na een uur of twee realiseerde ik me dat ik die nacht niet veel ging slapen. Ondanks dat het langzaamaan wat rustiger in mijn hoofd werd, bleef er in mijn lijf een onrustig gevoel zitten. Ik realiseerde me plotseling dat ik bang was. Niet de grote angst - ziekte en dood -, maar juist de sluimerende altijd aanwezige angst die ze stress noemen. Ik had alles wat er mis kan gaan de komende weken te vaak gedacht, net als alle scenario's om het weer op te lossen. Nu was ik bang, want ondanks dat ik al mijn scenario's paraat heb, weet ik nog steeds niet wat de toekomst gaat brengen. Op de een of andere manier luchtte het op om gewoon te erkennen: 'Ik ben bang'. Alle redenen voor de angst werden ondergeschikt aan die noemer en ik had een moment waarop ik zag dat mijn angst gewoon een heel klein deeltje van de energie is die alles afbreekt en weer opbouwt. Het hoort erbij. Het is van evenveel belang als de angst van een muis die wegschiet voor de klauwen van een uil. De muis haalt het of de muis haalt het niet. Hoe dan ook gaat alles toch wel door zoals het gaat. Dat inzicht gaf me genoeg rust  om tot de hanen kraaiden licht te slapen. Evengoed voel ik vandaag de bekende tintelingen in mijn zenuwen en het gevoel in mijn hoofd dat me erop wijst dat ik minder dan de helft van de nacht geslapen heb. De angst heeft zich in de nacht van denken naar voelen verplaatst. Het voelt nu alsof er ergens in mijn lijf iets zit - ik zou het er bijna uit kunnen pakken als ik een luikje in mijn borst had -, dat me een voortdurend gejaagd gevoel geeft. De enige manier is rustig afwachten en me er niet al te druk om maken. Dat is het tegenstrijdige van deze angst: wanneer ik stop met me er druk om maken, sluipt hij langzaam uit mijn lichaam weg.

dinsdag 19 maart 2013

De echo van de dag

De echo van de dag - alles wat gezegd, gehoord en gedacht is - hoor ik meestal pas als ik mijn hoofd op mijn kussen leg en mijn ogen sluit. Het moment voordat je in slaap valt, de slaap waarin je hoofd alles verwerkt, daar echoot het. Zoals het hoort bij een echo sterft die langzaam uit. Als je niets meer hoort dan slaap je. Afgelopen nacht bleef ik de echo horen. Alle mensen op mijn werk die gepraat en geschreeuwd hadden, alles wat ik daarbij had bedacht en alles wat ik de komende dagen nog moet doen, het bleef maar door mijn hoofd heen zeuren. Ik deed verschillende ontspanningsoefeningen; op de ademhaling concentreren en ieder deel van mijn lichaam met mijn aandacht afgaan zodat ik in het eeuwig nu van de rechterhersenhelft terecht zou komen en in slaap kon vallen. Het hielp niet. Ik voelde mijn lijf wel ontspannen en was überhaupt niet echt gestrest, maar toch leek het alsof er ergens in mijn hoofd een hersenstukje zat maar dóór bleef praten. Neurologisch gepruttel zonder stopknop. En dat net in de eerste nacht van een zware werkweek.

Ik weet wel wat het is. Het betekent dat ik ergens op de dag een grens overgegaan ben. Ergens heb ik te veel zintuiglijke stimuli gekregen en te veel dingen om over na te denken in mijn hoofd gehad. Dan raak ik overprikkeld. Flink sporten helpt, of veel tijd aan een boek of schrijfsel weiden. Langere tijd helemaal weg zijn met je aandacht van jezelf en je gedachten. Allemaal dingen die je helaas niet om elf uur `s avonds doet. Normaal probeer ik gedurende de dag wat momentjes te creëren waarin ik mijn hoofd tot rust breng. Een minuut bewust ademhalen kan een wereld van verschil maken. Dan kan ik daarna weer wat meer hebben en ga ik niet over die grens heen. Maar juist bij grote drukte - als ik zulke momenten hard nodig heb - is er geen tijd voor. Dan raakt dat klompje hersenen dat -  naar ik vermoed - ergens links in mijn hoofd zit zodanig gestimuleerd dat er geen weg terug is. Het slaat op hol, het blijft maar kletsen en het lijkt niet eens vanuit mezelf te komen. Mijn eigen gedachtenstem is rustiger en laat zich beter sturen. Dit is er slechts een onderdeeltje van dat niet doet wat de grote baas wil.

Vannacht heb ik het maar geaccepteerd, waardoor ik waarschijnlijk toch nog wat geslapen heb. Dat is het enige wat ik kon doen. Soms sterft de echo van de dag niet uit en blijft hij galmen. Het is zoals het is.

dinsdag 5 maart 2013

Donderwolken

Rond drie uur vanmiddag trok de lucht dicht op deze prachtige eerste lentedag. Buiten bleef de zon schijnen, in mijn hoofd en lijf zaten ineens donderwolken. Tot dat moment was alles prima geweest. Ik had vrij, geen verplichtingen en kon alles doen wat ik wilde vandaag. Waarom dan ineens dat sombere gevoel dat me binnen een paar minuten overnam? Mijn hersens begonnen meteen te kraken. Ik had gedachten over neurotransmitters die uit balans waren, mijn slaap-waakritme dat mogelijk verstoord was doordat ik eergisteren te laat naar bed gegaan ben en het verband tussen melatonine en depressieve gevoelens. Daarna volgde nog meer. Leuke dingen doen, zodat mijn lijf meer dopamine aan zou maken en ik me weer beter zou voelen. Maar wat is leuk? Of ik nu zou gaan schrijven, gamen of lezen, alles leek zinloos. Ik zag mijn toekomstige levens voor me, het gemiddelde, het succesvol en het beneden gemiddelde scenario en alle drie waren ze waardeloos. Ik kon me niet voorstellen ooit nog ergens plezier in te gaan hebben - wat heb je überhaupt aan plezier? - en tegelijkertijd wilde ik er uitkomen, alles weer anders kunnen zien, positiever. Ik probeerde te mediteren en hield ermee op omdat ik veel te gefocust was op het verbeteren van mijn stemming. In mijn hoofd werd het zoeken koortsachtig en wanhopig. Hoe moest ik leven? Rustig en zonder zorgen en tegelijkertijd zonder grote ambities, of met passie, diepe dalen en hoge pieken? Kon ik nu wel op de bank gaan zitten of moest ik juist al mijn energie aan het schrijven van een boek besteden? Het leek alsof mijn besluit nu gemaakt moest worden, alsof ik het heft in handen moest nemen en het niet meer los moest laten zodat ik voor eens en voor altijd duidelijkheid had, nergens meer aan hoefde te twijfelen en nooit meer ongelukkig hoefde te zijn. Een eiland in de stroom om je aan vast te klampen. Een afgebakend beeld van hoe het leven moest zijn, zodat ik me daarop richten kon.

De hond moest tussendoor nog uitgelaten worden. Het denken ging door, zonder definitieve oplossing te vinden. Tot het gevoel langzaam weg begon te ebben, naarmate de wandeling vorderde. Ik realiseerde me dat ik heel voor woorden had gedacht. Woorden die alle kanten op gingen, die analyseerden en verklaring op verklaring stapelden en toch nooit echt iets verklaarden. Mijn stemming had ongetwijfeld iets met neurotransmitters van doen en wie weet gaf het zonlicht me positieve energie, maar waar het feitelijk op neer kwam was dat ik me gewoon even rot gevoeld en dat het  nu weer weg was. Dat was eigenlijk alles. Alle woorden had ik zelf bedacht en de meeste ben ik inmiddels alweer vergeten. Het gevoel is als vanzelf weggetrokken zoals alle donderwolken doen.