Wanneer ik terugdenk aan die tijd, komt direct de gedachte boven: 'Hoe had ik het overleefd zonder hardcore?' Ik herinner me de momenten nog dat ik 'Live In A World Full Of Hate' van Sick Of It All harder zette dan goed voor mijn oren was, dat het luisteren naar die plaat als ademhalen voelde. Een tijdlang was het de enige muziek die aansloot bij mijn gevoel. Een verbinding met mensen die op dezelfde brute wijze waren ontwaakt in volwassenheid en om zich heen waren gaan kijken. Een krankzinnige wereld met mensen die braaf in de pas liepen, die zich door werk en verplichtingen in hadden laten snoeren, die waren vergeten wat echt belangrijk was en er niet om leken te malen dat de werkelijkheid een grote teringbende was. Het besef dat er een enorme hoeveelheid lijden in de wereld is en de meeste mensen daar gewoon aan meewerken. 'Just Look Around' - de titel van de song zegt genoeg. Wanneer ik het gevoel had dat de realiteit te zwaar was om te dragen, luisterde ik naar hardcore. Want daar was iedereen net zo boos als ik. En niet alleen dat. Daar was er ruimte voor verandering.
Waarom ben ik dan toch mijn geloof verloren destijds? Want zoals ik al schreef: ik heb geen idee hoe ik het overleefd had zonder. Zelfs nu als ik me een alternatief levenspad voor probeer te stellen, is het veranderen van mijn hardcore-tijd een onmogelijkheid. Ondenkbaar. Hardcore is in me neergedaald en tot in het fundament doorgedrongen. Het is altijd aanwezig gebleven, ook al luisterde ik nauwelijks meer naar de muziek, ging ik niet meer naar shows, droeg ik geen bandshirts meer en had ik mijn piercings uitgedaan. Wat een vreemde tegenstrijdigheid voor iets waarvan je beweert er niet meer in te geloven.
Het punt is dat hardcore geen vaststaande set waarden is. Het ging over onafhankelijkheid, je eigen pad volgen, idealisme en vrijheid. Toch dacht iedere band weer net anders over die zaken. En voor iedere hardcore adept betekende hardcore weer net iets anders. Logisch op zich. Zo gaat het bij een religie ook. Maar na een tijdje binnen de hardcorescene rondgewandeld te hebben, bleek dat zowel bands aan de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum zich 'hardcore' noemden. Dat binnen de hardcorescene er subscenes waren die neerkeken op de andere subscenes binnen het geheel. Zelfs de band die hardcore bij me geïntroduceerd had - Sick Of It All - werd met de nek aangekeken door anderen, vanwege het feit dat de bandleden kunnen leven van hun muziek. In dit diffuse landschap van ideeën begon ik te twijfelen aan wat hardcore was. Of er in de kern van hardcore wel iets zat wat we allemaal gemeen hadden. Hoe harder ik zocht, des te meer twijfel er kwam. Er waren gewoon teveel tegenstrijdigheden. En op een gegeven moment kon ik niet meer geloven in iets dat niets meer leek te betekenen.
Ik ben nu zesendertig en ben de laatste tijd weer meer naar hardcore gaan luisteren. Ik heb een roman geschreven over een man die naar een eeuwige waarheid zoekt en alleen een lege wereld vindt. Ik weet inmiddels dat die waarheid zowel binnen als buiten hardcore niet te vinden is. Het enige dat ik over heb zijn mijn eigen waarden. Ze komen nog steeds overeen met de dingen die ik destijds in hardcore vond: verzet, idealisme, je eigen pad volgen. Leven volgens je waarden, volgens de dingen die jij belangrijk vindt in plaats van wat je opgelegd wordt. Op de een of andere manier is door het staken van die zoektocht naar iets dat vaststaat er weer ruimte voor hardcore gekomen. Ik mag het opnieuw gaaf vinden. De kern is niet langer leeg. Hij wordt gevuld door mij, door de input die ik eraan geef.
In feite ben ik zelf de kern van hardcore. Het is een eigenaardige gewaarwording.
Een paar van de bands uit het hardcore-landschap waar ik destijds en nu opnieuw naar luister:
Snapcase - Caboose
Kill Your Idols - Can't Take It Away (live)
Sick Of It All - The Road Less Traveled
Geen opmerkingen:
Een reactie posten