donderdag 20 juli 2017

Hardcore

Van mijn zeventiende tot grofweg mijn drieëntwintigste levensjaar geloofde ik ergens in. Het was geen religie, maar het kwam dichtbij. De naam van mijn geloof was 'hardcore' - niet te verwarren met de gelijknamige stroming in de housemuziek. Hardcore was en is nog steeds een combinatie van stevige punk en idealen. Het kwam op aan het begin van de jaren tachtig als reactie op de commercialisering van punk. Hardcore punk dus, of gewoon hardcore.

Wanneer ik terugdenk aan die tijd, komt direct de gedachte boven: 'Hoe had ik het overleefd zonder hardcore?' Ik herinner me de momenten nog dat ik 'Live In A World Full Of Hate' van Sick Of It All harder zette dan goed voor mijn oren was, dat het luisteren naar die plaat als ademhalen voelde. Een tijdlang was het de enige muziek die aansloot bij mijn gevoel. Een verbinding met mensen die op dezelfde brute wijze waren ontwaakt in volwassenheid en om zich heen waren gaan kijken. Een krankzinnige wereld met mensen die braaf in de pas liepen, die zich door werk en verplichtingen in hadden laten snoeren, die waren vergeten wat echt belangrijk was en er niet om leken te malen dat de werkelijkheid een grote teringbende was. Het besef dat er een enorme hoeveelheid lijden in de wereld is en de meeste mensen daar gewoon aan meewerken. 'Just Look Around' - de titel van de song zegt genoeg. Wanneer ik het gevoel had dat de realiteit te zwaar was om te dragen, luisterde ik naar hardcore. Want daar was iedereen net zo boos als ik. En niet alleen dat. Daar was er ruimte voor verandering.

Waarom ben ik dan toch mijn geloof verloren destijds? Want zoals ik al schreef: ik heb geen idee hoe ik het overleefd had zonder. Zelfs nu als ik me een alternatief levenspad voor probeer te stellen, is het veranderen van mijn hardcore-tijd een onmogelijkheid. Ondenkbaar. Hardcore is in me neergedaald en tot in het fundament doorgedrongen. Het is altijd aanwezig gebleven, ook al luisterde ik nauwelijks meer naar de muziek, ging ik niet meer naar shows, droeg ik geen bandshirts meer en had ik mijn piercings uitgedaan. Wat een vreemde tegenstrijdigheid voor iets waarvan je beweert er niet meer in te geloven.

Het punt is dat hardcore geen vaststaande set waarden is. Het ging over onafhankelijkheid, je eigen pad volgen, idealisme en vrijheid. Toch dacht iedere band weer net anders over die zaken. En voor iedere hardcore adept betekende hardcore weer net iets anders. Logisch op zich. Zo gaat het bij een religie ook. Maar na een tijdje binnen de hardcorescene rondgewandeld te hebben, bleek dat zowel bands aan de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum zich 'hardcore' noemden. Dat binnen de hardcorescene er subscenes waren die neerkeken op de andere subscenes binnen het geheel. Zelfs de band die hardcore bij me geïntroduceerd had - Sick Of It All - werd met de nek aangekeken door anderen, vanwege het feit dat de bandleden kunnen leven van hun muziek. In dit diffuse landschap van ideeën begon ik te twijfelen aan wat hardcore was. Of er in de kern van hardcore wel iets zat wat we allemaal gemeen hadden. Hoe harder ik zocht, des te meer twijfel er kwam. Er waren gewoon teveel tegenstrijdigheden. En op een gegeven moment kon ik niet meer geloven in iets dat niets meer leek te betekenen.

Ik ben nu zesendertig en ben de laatste tijd weer meer naar hardcore gaan luisteren. Ik heb een roman geschreven over een man die naar een eeuwige waarheid zoekt en alleen een lege wereld vindt. Ik weet inmiddels dat die waarheid zowel binnen als buiten hardcore niet te vinden is. Het enige dat ik over heb zijn mijn eigen waarden. Ze komen nog steeds overeen met de dingen die ik destijds in hardcore vond: verzet, idealisme, je eigen pad volgen. Leven volgens je waarden, volgens de dingen die jij belangrijk vindt in plaats van wat je opgelegd wordt. Op de een of andere manier is door het staken van die zoektocht naar iets dat vaststaat er weer ruimte voor hardcore gekomen. Ik mag het opnieuw gaaf vinden. De kern is niet langer leeg. Hij wordt gevuld door mij, door de input die ik eraan geef.

In feite ben ik zelf de kern van hardcore. Het is een eigenaardige gewaarwording.



Een paar van de bands uit het hardcore-landschap waar ik destijds en nu opnieuw naar luister:


Snapcase - Caboose



Kill Your Idols - Can't Take It Away (live)



Sick Of It All - The Road Less Traveled





donderdag 6 juli 2017

Diffusie en Metal

In de cursus ACT - Acceptance Commitment Therapy - die ik op het moment volg, leren we de waarde van diffusie. In feite is diffusie het loskoppelen van een woord met de betekenis die er voor iemand aan dat woord kleeft. Heb je bijvoorbeeld de overtuiging 'ik heb een angststoornis (een constructie van woorden) en hangt daar een heel web van overtuigingen aan vast - ik heb een angststoornis, dus ik kan niet werken/genieten/een relatie beginnen/etcetera - dan loont het de moeite om dat web te ontmantelen en te beginnen met die ene overtuiging. Woorden zijn tenslotte maar woorden. Luchtkastelen waarvan je meent dat ze iets zeggen over de realiteit, maar die razendsnel een eigen leven in je hoofd kunnen gaan leiden en je tot verlammende conclusies kunnen brengen. Er zijn verschillende technieken om de zwaarte van zo'n overtuiging af te breken tot het enkel nog loze woorden zijn, maar daar gaat dit bericht niet over. Dit bericht gaat naast diffusie, over metal.

Ik hoor u denken: 'Metal, die nare, zwartgallige muziek?' Die dus ja. En dan niet Heavy Metal à la Iron Maiden, want eerlijk gezegd is dat toch echt wel een beetje voor ouwe lullen geworden. Gewoon allesvernietigende, zwartgallige, oernihilistische extreme metal. Black Metal die klinkt alsof alle poorten van de hel tegelijkertijd opengetrokken worden. Death Metal die je doet geloven dat je middenin in precisiebombardement terecht bent gekomen. Doom Metal die je langzaam murw beukt met trage, doch vernietigende dreunen en je enkel desolate landschappen van vergankelijkheid laat zien. Muziek die qua thematiek over niets anders kan gaan dan dood, verderf en zinloosheid en klinkt naar wat zij uitdraagt. Het overgrote deel van mijn afspeellijsten op spotify bestaat uit zulk soort metal. Een dag niet naar metal geluisterd, is een dag niet geleefd.

Hoewel de meeste mensen metal als herrie en geschreeuw ervaren en er (volgens wetenschappelijk onderzoek) gevoelens van angst en depressie van krijgen, word ik blij van metal. Eigenaardig eigenlijk, aangezien metal in feite één en al negativiteit en ellende is. Toch is het juist die ellende waardoor ik mij aangetrokken voel tot metal (zo beschouw ik het genre 'Power Metal' eigenlijk niet als echte metal: veel te vrolijk). Naast mijzelf heb ik sterk de indruk dat andere methalheads ook tot die ellende zijn aangetrokken. Wanneer in de recensie van een album wordt geschreven dat 'de zanger buldert als een hese dictator, de gitaren gure en niets ontziende riffs spelen die als een ijzige wind door je ziel snijden' en 'de drummer het artillerievuur van een heel regiment onder de muziek legt', dan denkt de gemiddelde metalhead: 'Die plaat moet ik checken!' Wanneer er dan ook nog eens sprake is van technisch goed in elkaar gestoken nummers of er een vervreemding in de muziek waardoor het lijkt of het uit een andere, zwarte dimensie klinkt, ben ik tevreden. Weer een plaat vol dood, verderf en ellende waar ik me aan op kan trekken.

Dus, terug naar die diffusie. Terwijl ik bij mijn cursus zat, vroeg ik me af of er ook zoiets bestaat als omgekeerde diffusie. Fusie dus, maar dan niet de fusie van de overtuiging 'ik heb een angststoornis' met een knoop in je maag en een web van beperkingen in je hoofd. Ik bedoel een positieve, zingevende fusie van typische metalthema's als 'dood', 'zinloosheid' en 'nihilisme', een typische metalsound die die waanzin omhelst en mijn eigen, positieve emoties wanneer ik naar metal luister. Want reken maar dat de genoemde thema's die metal behandelt ook thema's in mijn eigen leven zijn. Het zinloze bestaan, de onvermijdelijkheid van pijn, lijden en de dood; het is een dagelijkse worsteling. Alleen het woord 'dood' kan al een web van sombere gedachten oproepen. Ik zou naar popmuziek kunnen luisteren om al die zinloosheid wat te verbloemen, maar eerlijk gezegd is dat nou juist de muziek waar ík gevoelens van angst en depressie van krijg. Geef mij maar metal, dat windt er tenminste geen doekjes om. Dat duwt voortdurend de dood onder mijn neus, tot ik hem niet meer kan negeren of weg kan denken. Omhels die chaos en omhels die pijn, tot je rust in het gebulder en vrede met dit lege leven vindt.


Enkele voorbeelden als muzikale omlijsting van mijn betoog:

Cattle Decapitation - Your Disposal (Death Metal van het album 'Monolith of Inhumanity')



Anaal Nathrakh - More Fire Than Blood (Black Metal van het album 'In the Constellation of the Black Widow')



My Dying Bride - Feel the Misery (Doom Metal van het album 'Feel the Misery')